Homo Economicus

Zoals homo universalis staat voor de universeel ontwikkelde mens, zo wordt de term homo economicus wel gebruikt voor de economisch denkende mens, de calculerende burger ook wel.

Voor en tegen
Over het algemeen hebben die termen geen onverdeeld positieve klank, sterker nog, het economische wordt vaak als het tegendeel van het menselijke gezien. Dit omdat geld soms meer stuk maakt dan ons lief is. De meesten van ons kun- nen zich daar wel wat bij voorstellen…
Inderdaad kan het economische veel stuk maken, maar net zo goed hebben we ook heel veel aan ‘de economie’ te danken. We kunnen immers niet zonder werk en inkomen, winkels en diensten, handel en productie en wat zou het leven zijn zonder huis, auto, computer, internet, leuke kleren, lekker eten…?
Aan het economische zitten dus zowel positieve als negatieven kanten. Dat geeft aan dat het economische zelf iets neutraals is, waar op goede en minder goede manieren mee kan worden omgegaan.

Economisch
Wat is dan precies dat economische? Volgens de gangbare definitie gaat econo- mie over de optimale verdeling van schaarse goederen en productiemiddelen. In strikte zin heeft dat betrekking op materixc3xable goederen (en ook diensten) die op geld waardeerbaar zijn (zodat we er makkelijk mee kunnen rekenen).
Eigenlijk is dat maar een zeer beperkte toepassing van het economische princi- pe. Het kan namelijk net zo goed op immaterixc3xable dingen worden toegepast, op intermenselijke relaties, op vriendschap en zelfs op godsdienst (getuige alleen al de term heilseconomie).

Ratio vs Gevoel
Regelmatig worden economische principes ook wel op die meer geestelijke ter- reinen toegepast, alleen stuit dat mensen dan vaak tegen de borst. Intermense- lijke relaties wil men niet door economische principes laten beheersen. Die zou- den de spontaniteit, de vriendschap, de liefde in de weg staan of zelfs kapotma- ken. Het zou namelijk te rationeel, te verstandelijk zijn, waar het eigenlijk om het gevoel zou moeten gaan.
Die visie is echter een typisch product van de romantiek uit de late 18e en begin 19e eeuw, waarbij men een nogal idealistisch onderscheid maakte tussen het ‘goede’ gevoel en het ‘slechte’ verstand. Vxc3xb3xc3xb3r die tijd was het echter wel heel nor- maal om bijv. in vriendschappen ‘economisch’ te denken en te handelen.

De principes
Maar wat zijn nu die economische principes, die zo veel breder toepasbaar zou- den zijn? Goed beschouwd gaat het om schaarste en wederkerigheid.
Schaarste betekent dat alle middelen beperkt zijn. Dat geldt niet alleen voor de materixc3xable middelen, die beperkt zijn omdat we daarvoor aangewezen zijn op onze ene enkele aarde, maar ook en misschien nog wel meer voor het immaterixc3xable middel tijd. Mogelijk is de tijd wel oneindig, maar onze tijd is dat zeker niet. Daar komt nog bij dat hoe meer materixc3xable middelen we tot onze beschikking krijgen, hoe minder tijd we daarvoor hebben…
Wederkerigheid is "voor wat hoort wat", geven en nemen. Wederkerigheid is daarmee waarschijnlijk het meest basale principe van het menselijk samenleven. Geen enkel mens kan namelijk helemaal in z’n eentje overleven, laat staan prettig leven. Ieder mens heeft daarom materixc3xable middelen en andere mensen nodig en dat noopt tot ruilen, tot geven en nemen.

Vraag en aanbod
De schaarste van goederen leidt ertoe dat er verschillen zijn tussen de hoeveel- heden van vraag en aanbod. Ook kan er een groter of kleiner verschil in waarde zijn tussen de prestatie en de tegenprestatie en kan de levertijd korter of langer zijn. Deze verschillen bepalen de prijzen en daarmee de dynamiek van de economie in strikte zin.
Dezelfde schaarste en verschillen doen zich echter ook voor bij immaterixc3xable mid- delen. Mensen hebben namelijk ook allemaal verschillende intellectuele, sociale, emotionele en spirituele capaciteiten en vaardigheden. Voor wat de xc3xa9xc3xa9n niet heeft, kan hij terecht bij degene die dat wel heeft. En dat noemen we dan geen economie, maar vriendschap in ruime zin.

Sociale economie
Ook op de intermenselijke contacten, verbanden en vriendschappen kunnen we dus de economische principes toepassen. Zo heel vreemd is dat niet, want eigenlijk weten we allemaal dat het in de relatie met andere mensen ook gaat om geven en nemen, om wederkerigheid. En ook weten we allemaal dat onze tijd en onze capaciteiten beperkt, schaars zijn.
In de ‘gewone’ economie willen we dat prijs en product precies in evenwicht zijn (liefst goedkoper) en dat er direct geleverd wordt. In de ‘sociale economie’ ligt dat wat moeilijker omdat ‘vraag en aanbod’ daar meestal niet zo goed op elkaar aan- sluiten. De verschillen tussen dienst en wederdienst en de tijd daartussen zijn groter: wie een vriendendienst levert, hoeft daar (per definitie) niet meteen iets voor terug te hebben. Dat komt wel een andere keer…

Ruimte
In de sociale economie is de tegenprestatie en de termijn daarvoor dan ook vaak onbepaald. Je hebt iets tegoed, alleen wat precies wordt later pas ingevuld. We kunnen dat ‘sociaal krediet’ noemen. Daardoor is er in de sociale economie veel meer ruimte dan in de ‘gewone’ economie, waar het de bedoeling is dat alles zo direct mogelijk geleverd wordt en zo precies mogelijk met elkaar in evenwicht is (lees: zo goedkoop mogelijk).
Deze ruimte is essentieel voor de sociale economie, lees: voor de sociale om- gang en vriendschappen. Als die ruimte te klein wordt, als men meer wil nemen dan wil geven, niet wil afwachten en alles wil ‘dichttimmeren’, dan wordt een relatie onleefbaar.
Anderzijds is het ook niet goed om alles op z’n beloop te laten. Als iemand jou een dienst heeft bewezen, dan moet je wel zo eerlijk en betrouwbaar zijn om dat niet nonchalant te vergeten, maar moet je tot een wederdienst bereid zijn als de ander die nodig heeft.

Conclusie
We hebben gezien dat er nix tegen is om een homo economicus te zijn, om economisch te denken op alle terreinen van het leven. Daardoor blijf je namelijk oog houden voor het juiste evenwicht tussen wat jezelf doet en wat anderen doen.
Wel is het van groot belang om daarbij in te zien dat er voor een leefbare omgang ook ruimte nodig is, die je kan crexc3xabren door niet alles hier en nu te willen vereffe- nen, maar door ‘sociaal krediet’ te geven en dat ook van anderen te accepteren…

Advertenties

Identiteit

Gisteren ben ik weer naar het filosofisch cafxc3xa9 in hotel De Filosoof in Amsterdam geweest. Thema was deze keer "Meer samen, iets op tegen?" over de vraag of het "samen" in het motto "samen werken, samen leven" van het nieuwe kabinet wel of niet positief is.

Identiteit
Al vrij gauw werd duidelijk dat dat "samen" vooral bedoeld is als een correctie op de doorgeschoten individualisering van de afgelopen jaren. Over die verhouding tussen individu en gemeenschap heb ik al een eerdere log geschreven.
Interessanter werd het, toen middels citaten de Canadese filosoof Charles Taylor werd aangehaald, die stelt dat je je identiteit alleen tegen de achtergrond van je herkomst, je omgeving en andere kaders kunt definixc3xabren.
Vaak doet men alsof een volledig vrij, zelfstandig en onafhankelijk individu het ideaal is, maar goed beschouwd zou zo iemand helemaal geen eigen identiteit kunnen hebben omdat hij daarvoor altijd andere mensen nodig heeft (zie ook mijn eerdere log Jezelf zijn?!).

Aanduidingen
De inleider Dries Boele gaf dit helder weer door te zeggen dat alle woorden waar- mee je jezelf aanduidt, woorden zijn die op een grotere groep mensen slaan, waar je je op xc3xa9xc3xa9n of andere manier verbonden voelt of mee verbonden bent.
Als je zegt "ik ben Nederlander", dan zijn ook ruim 16 miljoen anderen dat, als je zegt "ik ben Amsterdammer", dan zijn ook een paar honderdduizend anderen dat, als je zegt "ik ben architect", dan zijn ook enkele duizenden anderen dat, etc. En met al die groepen ben of voel je je min of meer verbonden.
Wat jou tot een uniek individu maakt, is de combinatie van al die aanduidingen. Elke afzonderlijke aanduiding heb je met veel andere mensen gemeen, maar de combinatie is bij elk mens steeds net even anders.
Met iemand die zichzelf noemt "Nederlander, Amsterdammer, bouwvakker, FNV- lid, getrouwd,2 kinderen hebbend, in de Albert Cuypstraat wonend, Andrxc3xa9 Hazes-fan" kan je diverse dingen gemeen hebben, maar waarschijnlijk niet alles…

Lijstje
Probeer ook maar eens voor jezelf een lijstje op te stellen van alles wat jij "bent" en kijk dan met welke andere mensen en groepen je daardoor verbonden bent en realiseer je hoezeer je eigen identiteit is opgebouwd uit wat je met andere men- sen deelt!

Jezelf zijn?!

Vorige week zondag ben ik weer naar het filosofisch cafxc3xa9 in hotel De Filosoof in Amsterdam geweest. Thema was deze keer "heeft secularisering nog toekomst?" maar zoals dat bij dit cafxc3xa9 meestal gaat, ging de discussie uiteindelijk meer over het verschil tussen geloven en niet geloven en tussen geloven en weten…

Verschuiving
Over de secularisering werd de Canadese historicus en filosoof Charles Taylor aangehaald, die zegt dat in de afgelopen 500 jaar er een verschuiving heeft plaatsgevonden van een samenleving waarin een gemeenschappelijk aanbeden God centraal stond, naar een samenleving waarin het individueel beleefde ‘zelf’ centraal staat.

Authentiek
Waar vroeger mensen hun identiteit ontleenden aan de (wereldlijke, maar vooral religieuze) gemeenschap waatoe zij behoorden, daar moeten we die tegenwoor- dig (in principe) aan onszelf ontlenen. In plaats van je te onderwerpen aan de rolmodellen die anderen voorschrijven, moet iedereen zijn eigen weg ontdekken en vormgeven.
Dit vanuit de gedachte dat iedereen een originele manier bezit om zichzelf, om authentiek te zijn. Deze opvatting komt vanuit het romantisch expressivisme van de late 18e eeuw, dat via individuele richtingen in het protestantisme teruggaat op de gnostiek.

Zelfexpressie
Zo jezelf zijn vereist dat je je eigen gedachten onder woorden brengt of op andere manieren uitdrukt, bijvoorbeeld in muziek of in grafische vormgeving. We zien dit de laatste jaren op steeds grotere schaal gebeuren: denk alleen al aan al die miljoenen mensen, onder wie ook ikzelf, die zich via een weblog presenteren, of aan alle filmpjes met de meest uiteenlopende vormen van zelfexpressie die je op YouTube (met de toepasselijke ondertitel Broadcast Yourself) kunt vinden…!

Twee kanten
Dit jezelf zijn heeft zowel positieve als negatieve kanten: positief is dat mensen hun leven meer zelf vormgeven, zelf initiatief en verantwoordelijkheid nemen en het daardoor meer als hun eigen leven ervaren.
Negatief is dat mensen zich soms niet goed weten te beheersen en hun eigen expressiviteit ten koste van anderen laten gaan. Denk aan hufterigheid, asociaal gedrag, criminaliteit, kortom het doorgeschoten individualisme.

Probleem
Louter "jezelf zijn", zoals in bijna elk tijdschrift wordt aanbevolen, is dus niet hele- maal voldoende. Niet iedereen is altijd op een even positieve manier zichzelf. Lang niet iedereen is uit zichzelf ook even creatief, fantasierijk of handig om er helemaal alleen iets leuks van te maken…

Conformisme
En daar biedt nu het schijnbare tegendeel van individualiteit uitkomst, namelijk conformisme, oftewel het nadoen van wat anderen doen. Want conformisme klinkt wel erg slaafs, maar het biedt ook de oplossing voor de net genoemde pro- blemen: mensen die een minder positieve persoonlijkheid hebben kunnen aan anderen zien hoe het wel moet en mensen die bijv. weinig fantasie hebben kun- nen bij anderen inspiratie opdoen!

Idolen
In de praktijk zien we dit ook overduidelijk terug in de modetrends die door de meeste mensen gevolgd worden, maar ook in de inspiratie en de voorbeelden die men zoekt bij idolen: bij stijliconen, popartiesten, acteurs en sporthelden.
De voorbeeldfunctie van zulke personen neemt soms zulke vormen aan, dat rust- ig gesproken kan worden van een verering die vergelijkbaar is met hoe mensen vroeger heiligen vereerden (compleet met bedevaarten en alle nodige memorabilia (souvenirs) van dien).

Omgekeerd
Zo zien we dat er feitelijk niet zo’n grote tegenstelling tussen gemeenschap en individu is, als de door Charles Taylor genoemde verschuiving suggereert. Ook moderne individuen die zichzelf willen zijn hebben anderen, hebben een groep nodig, of dat nu is ter inspiratie of ter correctie…
Wat wel veranderd is, is dat in vroeger eeuwen de gemeenschap voorop stond en pas daarna het individu kwam, terwijl nu het individu voorop staat en pas daarna de gemeenschap komt (zie daarover ook de eerdere logs ‘Westers individualisme‘ en ‘Individualisme vs. Gemeenschap‘).

Kant en het CPB

Gisteravond ben ik toch maar weer eens een keer naar het filosofisch cafxc3xa9 Felix & Sofie geweest. Eigenlijk vond ik het op de huidige locatie wat te druk, maar deze keer ging het om een favoriet onderwerp van mij, namelijk Kants Kritiek van de Prakti- sche Rede (zie daarover ook mijn eerdere log De Praktische Rede).

Mee- en tegenvallers
Een meevaller was dat het podium in de foyer van Felix Meritis nu voor de ramen was opgesteld, in plaats van tegen de achterwand, waardoor een veel ruimtelijker sfeer ontstond. Desalniettemin moest ik zeker een half uur voor aanvang aanwe- zig zijn om een goede zitplaats te kunnen bemachtigen, aangezien de zaal ook deze avond weer helemaal vol liep.
Tegenvaller was echter dat ik dat hele halve uur het "optreden" van iemand met een mondharmonica en een soortment van "zingende zaag" moest aanhoren, dat mij slechts aan kattengejank deed denken en me deed verbazen hoe iemand daar serieus mee durft op te treden…

De Praktische Rede
Het eerste onderwerp was gelukkig een stuk aangenamer, namelijk een interview met degegen die Kants Kritik der praktsichen Vernunft onlangs in het Nederlands hebben vertaald. Hoewel er op zich weinig nieuwe inzichten aan bod kwamen, was het aardig de vertalers over hun werk en over Kants werk te horen.
Zo kwam naar naar voren dat de ethische principes van Kant bedoeld waren om een rationeel tegenwicht te bieden tegen het al te subjectieve denken van David Hume, die de mens als bundel van louter driften en emoties ziet. Daarmee is Kants denken ook in deze tijd actueel, aangezien we ons wel aanpraten dat we zo rationeel zijn, maar we in werkelijk bijna louter op gevoelens afgaan…

Context
Bij grote filosofen wordt echter vaak gedaan alsof zij in alle opzichten unieke gedachten hadden. Zo werd bijv. gezegd dat Kant zo belangrijk was vanwege zijn onderscheid tussen de zuivere rede, de praktische rede en het oordeelsver- mogen, alsmede vanwege zijn onderscheid tussen de rationele autonome vrijheid en de causale heteronome gebondenheid.
Kant heeft deze dingen inderdaad goed systematisch uitgewerkt, maar hij heeft ze zeker niet volledig zelf bedacht. Bovengenoemde punten werden immers al in de Middeleeuwen beschreven als het onderscheid tussen waarheid, goedheid en schoonheid en ook de grote katholieke denker Thomas van Aquino (1225-1274) ging al uit van een onderscheid tussen de natuur en het verstand…

Het CPB
Na de pauze was er een discussie over de rol van het Centraal PlanBureau (CPB), waarbij de vraag was of dit bureau niet teveel invoed op de politiek heeft, in de zin dat er teveel wordt gefocussed op financixc3xable argumenten. Daartegen werd aangevoerd dat de economie tegenwoordig steeds flexibeler en internationaler wordt, maar mensen waarschijnlijk een stuk minder rationeel hun (economische) keuzes maken, of tenminste zich daarbij ook door allerlei andere overwegingen laten leiden.
Het CPB zegt zich hiervan goed bewust te zijn, maar dat politici vaak financixc3xable argumenten de doorslag laten geven, omdat daarover een grotere consensus bestaat, dan over andere motieven.

De economie
Wat mij opviel was dat de economie als een empirische wetenschap (d.w.z. feiten verzamelend en analyserend) geldt, maar dat er tevens van werd gezegd dat het een wetenschap is die gaat over het maken van (economische) keuzes (voor de verdeling van schaarse goederen).
Dat is leuk voor zover het zich beperkt tot het constateren van bepaalde keuze- patronen, maar zo gauw je die in een model stopt dat ter voorspelling dient, leidt dat er al gauw toe dat bepaalde (economische) keuzes als beter, en andere als slechter worden voorgesteld. En dat onderscheid mag de economie eigenlijk niet maken, want dat is het terrein van de ethiek: de wetenschap die gaat over welke keuzes gemaakt zouden moeten worden….

Na afloop heb ik tenslotte nog wat gedronken en gesproken met mijn gewaar- deerde collega-weblogger Jan Dirk Snel.

Over rituelen

Vanmiddag ben ik voor het eerst naar het Filosofisch Cafxc3xa9 in hotel De Filosoof in Amsterdam geweest.
Eerder dit jaar ben ik al een paar keer naar het filosofisch cafxc3xa9 Felix & Sofie in Studio Plantage in Amsterdam geweest. Sinds dat echter weer in Felix Meritis wordt gehouden is me dat een beetje te druk geworden, hoe interessant ik het ook vond.
Het filosofisch cafxc3xa9 van vanmiddag was gelukkig een stuk kleinschaliger van opzet en vond onder leiding van Dries Boele plaats in de ontbijtzaal van genoemd hotel.

Rituelen
Het onderwerp van deze keer was "De zin van rituelen en evenementen" over de betekenis en de zin van feest- en gedenkdagen en aanverwante rituelen.
Eerst was hierover een vrije discussie waaraan iedereen een bijdrage kon leveren. Daar kwam onder meer uit dat zulke rituelen vaste punten in de tijd zijn, die samen en op een vrij vanzelfsprekende manier beleefd worden.
Maar ook bleek dat veel rituelen en feestdagen lang niet meer door iedereen als even zinvol of waardevol worden ervaren. Zo is Kerstmis nogal uitgehold en tamelijk commercieel geworden en zijn huwelijksfeesten afhankelijk van hoe de betrokken dat zelf willen invullen.
Ook kwam de vraag aan de orde of en hoe rituelen en feestdagen uit verschillende religieuze tradities gecombineerd zouden kunnen worden.

Alain Badiou
Na de pauze besprak Dries Boele een boek van de Franse filosoof Alain Badiou waarin deze spreekt over een "evenement" als een gebeurtenis die het dagelijks leven radicaal doorbreekt (denk aan een revolutie, een grote ontdekking of een grote liefde), over de "trouw" waarmee je dat evenement voortaan een plaats geeft in je denken en je leven en over "waarheid" die voortkomt uit het trouw zijn aan een bepaald evenement.
Hoewel Badiou het zelf niet over rituelen heeft, kan zijn theorie daar goed op toegepast worden: rituelen zijn dan de uitdrukking van de trouw aan een bepaald "evenement", een bepaalde ingrijpende gebeurtenis, of dat nu de geboorte of dood van Jezus Christus is, een revolutie of de geboorte van een kind.
Ikzelf herkende in deze theorie van Badiou meteen enkele aspecten van het denken van de grote Duitse filosoof Martin Heidegger, die het o.a. heeft over het geschieden van een gebeurtenis (Ereignis), dat de mens in een nieuwe verhou- ding tot het "Zijn" plaatst en waarin hij een zin kan vinden om zijn leven op een "eigenlijke" manier te leiden.

Na afloop
Na afloop ben ik met Dries Boele en enkele andere deelnemers nog wat wezen drinken en napraten in het even verderop gelegen cafxc3xa9 van Ingang B, in het restaurant waarvan ik daarna heb gegeten.
Op de terugweg naar het station ben ik nog even langs geweest bij cafxc3xa9 ’t Leeuw- tje in de Reguliersdwarsstraat, dat ook gay-minded is nadat het sinds enkele weken is overgenomen door iemand die ik via internet heb leren kennen.

Interreligieuze dialoog?

Afgelopen avond heb ik in Felix Meritis in Amsterdam een lezing bijgewoond van de bekende filosoof prof.dr. mr. Herman Philipse. De lezing was getiteld "geloof en rede" maar ging eigenlijk over de mogelijkheden en onmogelijkheden van een interreligieuze dialoog.

Actueel
Philipse sprak hierover naar aanleiding van een rede- voering door paus Benedictus XVI afgelopen zomer in Regensburg, waarin een citaat van een 14e eeuwse keizer in voorkwam, die beweerde dat de Islam nogal gewelddadig zou zijn. Dit had toen heftige reacties en protesten in islamitische landen tot gevolg.
Nog actueler was de lezing van Philipse vanwege het feit dat Benedictus nu op dit moment in Turkije is, alwaar hij onder andere zal moeten proberen de gemoede- ren van veel moslims weer wat te kalmeren.
In breder verband was deze lezing actueel omdat door bevolkingsgroei, migratie en multiculturalisatie religies een steeds grotere rol spelen in de samenleving en vandaaruit ook in de politiek.

Spreker
Als hoogleraar filosofie wist Herman Philipse hier niet alleen inhoudelijk met veel kennis van zaken over te spreken, hij is ook een bijzonder vlot en enthousiast spreker (sommigen zullen hem waarschijnlijk wel kennen van zijn columns in het tv-programma Buitenhof). Daarnaast is hij (als schrijver van o.a. het Athexc3xafstisch Manifest) echter ook een overtuigd athexc3xafst, wat maakt dat zijn standpunten ook de nodige discussie oproepen.

Vraag
Als eerste liet hij zien dat paus Benedictus in bovengenoemde rede zegt dat God in de katholieke opvatting tegelijk ook logos is, dat wil zeggen Rede(lijkheid). En dat onderscheid het katholieke geloof van de Islam (waarin God (Allah) wordt gezien als pure (niet aan redelijkheid gebonden) Wil), van het protestantisme (dat de illusie heeft dat een van Hellenistische invloeden gezuiverd bijbels christendom mogelijk zou zijn) en van liberale en multiculturele theologische opvattingen (die eveneens de Griekse ratio uit het geloof willen halen om het zo makkelijker toegankelijk te maken voor moderne mensen, resp. andere culturen). Op basis hiervan stelde Philipse de vraag of tussen religies xc3xbcberhaupt wel een dialoog over geloofswaarheden mogelijk is.

Dialoog
Om zo’n interreligieuze dialoog mogelijk en zinvol te maken zijn er grofweg twee manier om tot overeenstemming te komen, namelijk relativisme en fallibisme. Bij relativisme zegt men dat ieder zijn eigen waarheid heeft en dat wat voor de ene persoon waar is, niet per se ook waar hoeft te zijn voor een ander. Dat klinkt leuk, maar kan nooit tot een zinvolle discussie leiden omdat er op deze manier geen criteria zijn om beide waarheidsopvattingen aan te toetsten.
Bij fallibilisme zegt men dat de religies feilbaar zijn en dus, net als wetenschap- pelijke theorien, voldoen, zolang ze niet achterhaald worden door "betere" religies of opvattingen. Ook hierbij zijn de criteria weer het probleem want hoe kan je vaststellen of de ene God "beter" is dan de andere…?

Zinloos
Philipse concludeert op basis van deze filosofische analyse dat een echte zin- volle interreligieuze dialoog dus niet mogelijk is. De paus pleit echter wel voor interreligieuze dialoog en doet daar ook pogingen toe. Maar volgens Philipse is dat een beetje doorgestoken kaart, is dat diplomatiek wel slim, maar filosofisch dus onzin en ook theologisch weinig zinvol.
Hij laat namelijk aan de hand van de, door de huidige paus in zijn vroegere hoe- danigheid van hoofd van het Vaticaanse "ministerie voor geloofszaken" geschre- ven verklaring Dominus Jesus uit 2000 zien, dat volgens de leer van de Rooms- Katholieke Kerk het Nieuwe Testament de enige en definitieve openbaring en bron van waarheid is en dat het alleen aan het kerkelijke leergezag is om deze bron te interpreteren.
Volgens Philipse is dat wat de Kerk aan interreligieuze dialoog doet weinig meer dan een nette vorm van de aloude missie: inzake geloofswaarheden tot overeen- stemming komen met de Islam of met de protestanten is per definitie gedoemd te mislukken. De enige zinvolle manier waarop religies met elkaar in dialoog kunnen gaan is over praktische en alledaagse zaken, maar dus niet over geloofswaarheden.

Waardevol
Hoewel ik zelf katholiek ben en het athexc3xafsme van Philipse dus niet deel, ben ik het wat betreft de onmogelijkheid van een interreligieuze dialoog met hem eens. Op zich is zo’n dialoog in deze tijden van religieuze spanningen een goed middel om tenminste met elkaar in contact te blijven en op wat langere termijn meer begrip voor elkaar te creeren. Maar om op die manier tot iets van overeenstemming te komen acht ik ook zinloos en ik vind ook niet dat kerken en religies die suggestie zouden moeten wekken.
Religies hebben elk hun eigen waarheid, maar dat is geen waarheid die je wetenschappelijk kan toetsen. Het is een waarheid die zegt wat waardevol is en die mensen bindt in de gemeenschappelijke ervaring en erkenning van wat zij als waardevol ervaren. Dat drukken mensen dan bijvoorbeeld uit in de manieren waarop zij God zien en omschrijven: als Vader, als Koning of als Liefde.

Traditie
Waardevol is voor de meeste mensen, vroeger misschien meer dan nu, ook dat waar zij vandaan komen, waar zij van afstammen. Daarom is religie ook iets wat van generatie op generatie wordt doorgegeven en wat mensen in een vaak heel lange en oude traditie plaatst. In het Christendom gaat die traditie terug tot de persoon van Jezus Christus, zoals die beschreven wordt in het Nieuwe Testament van de Bijbel.
Op deze wijze is voor christenen de Bijbel inderdaad de enige en definitieve openbaring van de waarheid, niet van waarheid in de zin van een zuiver wetenschappelijke beschrijving van hoe de wereld in elkaar steekt, maar van waarheid over wat voor hen het meest waardevol is: namelijk dat Jezus Christus Zijn leven heeft gegeven opdat wij niet meer gebukt hoeven te gaan onder de last van onze menselijke gebreken.

Boodschap
En dat is, zoals het traditioneel heet, een Blijde Boodschap, een boodschap waarvan christenen geloven dat alle mensen daar wat aan hebben en die deze boodschap daarom verkondigen vanuit een gevoel van solidariteit. Helaas is deze verkondiging in de geschiedenis niet altijd even zachtzinnig uitgevoerd, maar dat doet aan de inhoud van de boodschap weinig af. Precies die inhoud heeft er mede toe geleid heeft dat men langzamerhand is gaan inzien dat een zo goede bood- schap niet met geweld overgebracht kan worden, iets dat o.a. veel moslims helaas (nog) niet inzien.

Eenzijdig
Tot slot nog even terugkerend naar de lezing van Herman Philipse: hoewel hij dus op zich gelijk heeft wat betreft de onmogelijkheid van een interreligieuze dialoog, slaat hij de plank wat de geloofswaarheden zelf betreft dus aardig mis. Hij bekijkt de religie helemaal vanuit een rationele wetenschappelijk standpunt om vandaar- uit tot de conclusie te komen dat wat godsdiensten beweren helemaal niet kan of niet bestaat.
Daarmee doet hij echter alsof de rationele wetenschap het enige en definitieve oordeel zou moeten geven, iets dat veel mensen tegenwoordig verwachten. Maar dat is natuurlijk niet zo: wetenschap is goed en nuttig, maar is niet alles en moet niet op de stoel van de paus of zelfs van God plaatsnemen, om het zo maar eens te zeggen.

Betekenis
Het gaat bovendien niet alleen om wat mensen geloven, maar ook om het feit datze dat (samen)
geloven. De geloofswaarheden hebben niet alleen eeninhoude- lijke (theologische), maar ook een uiterlijke (meer sociologische) betekenis, namelijk in de zin dat ze de gelovigen verbinden in het gezamelijke belijden ervan (dit overigens meer bij katholieken dan bij protestanten).
Daarom mogen geloofswaarheden ook niet louter op hun inhoud beoordeeldworden, wat voor mensen als Philipse gemakkelijk gefundes Fressen is. Hij noemt het zelfs immoreel bedrog om dingen te verkondigen die niet op empi- risch-wetenschappelijke oflogische manier te verklaren zijn. Zo’n oordeel doet echter geen recht aan de individuele, noch aan de gemeenschappelijke beleving van een religie, belevingen die in bijna alle opzichten ver uitstijgen boven een nuchter wetenschappelijk oordeel.

Meer
Er is immers meer, veel meer in het leven dan alleen de droge en koude observaties en conclusies van de wetenschap. Waar het in het leven echt om gaat zijn de dingen die mensen inspireren en verbinden en soms kan dat wetenschap zijn, maar meestal gaat het dan om heel andere dingen…
De grootste vraag die ik na afloop had, was daarom of ook Philipse dit niet beseft, temeer daar hij zich ook verdiept heeft in de grote Duitse filosoof Martin Heideg- ger, die fundamenteel afrekent met de eenzijdige overheersing van de rationele wetenschap en die ook een hoger waarheidsbegrip heeft ontwikkelt dan dat wat de wetenschap hanteert (zie hierover de eerdere log Over waarheid).

De Praktische Rede

Vandaag zag ik bij boekhandel De Slegte een moderne uitgave van de Kritik der praktischen Vernunft van de grote Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804).
Ik kon dit exemplaar niet laten staan, niet alleen vanwege de lage prijs, maar vooral ook vanwege de fraaie uitvoering: harde kaft en volledig in de klassieke gotische letters waarin vroeger bijna alle Duitse boeken werden gedrukt (zie foto hieronder). Het is namelijk een overdruk van de uitgave uit 1928, die weer teruggaat op een uitgave uit 1878.
Een Nederlandse vertaling van dit werk is onlangs verschenen bij uitgeverij Boom.

Drieslag
De Kritik der praktischen Vernunft (Kritiek van de praktische rede) werd door Kant geschreven in 1788 en vormt samen met de Kritik der reinen Vernunft (Kritiek van de zuivere rede) en de Kritik der Urteilskraft (Kritiek van het oordeelsvermogen) een Drie-eenheid van denkwerk op het terrein van respectievelijk het Ware, het Goede en het Schone, om het maar eens met die klassieke middeleeuwse drieslag te zeggen.

Zuivere rede
De Kritik der reinen Vernunft is Kants bekendste werk en gaat door voor xc3xa9xc3xa9n van de belangrijkste werken uit de (filosofie)geschiedenis in het algemeen en uit de zgn. Verlichting in het bijzonder. Veel mensen die er niet goed van de op hoogte zijn, hebben waarschijnlijk de indruk dat dit werk een "kritiek vanuit het zuivere verstand" op de oude (religieus bepaalde) gebruiken en tradities is. Ik zou haast zeggen: niets is minder waar. De "Kritiek van de zuivere rede" behandelt namelijk uitvoerig de grenzen van het verstand en vormt niet zozeer direct kritiek op middeleeuwse denkbeelden, maar veel meer op eerdere verlichtingsdenkers uit de stromingen van het Rationalisme en het Empirisme.


Tekst van de Kritik der praktischen Vernunft

Praktische rede
In dezelfde geest zal het voor wie denkt, dat de Verlichting louter een bevrijding van het oude kerkelijke juk zou zijn, een verrassing zijn dat Kant ook een zeer strenge moraalleer heeft geschreven: de nu door mij aangeschafte Kritik der praktischen Vernunft.
Hierin betoogt hij, dat de mens zich bij zijn handelen louter mag laten leiden door wat de rede, het verstand zegt. Alleen dan is ons handelen namelijk volledig vrij, hoe vreemd dat op het eerste gezicht ook moge klinken. Volgens Kant is handelen op basis van alles andere als het verstand namelijk niet vrij, want onder invloed van iets anders, bijvoorbeeld emoties, driften, gevoelens of bepaalde invloeden van buitenaf (zie in dit verband ook mijn eerdere log Individualiteit).
Op basis van louter en alleen het menselijke verstand komt Kant tot een dubbele basisregel voor het menselijke handelen, de zgn. "categorische imperatief":
1. Handel zo, dat jouw handelwijze een algemene regel zou kunnen zijn;
2. Handel zo, dat anderen nooit alleen een middel, maar altijd ook een doel op zich zijn.

Postulaten
Maar het komt nog sterker: Kant geeft in dit werk niet alleen basisregels voor de intermenselijke omgang, hij zegt ook dat daar enkele dingen uit voortvloeien die niet door het zuivere verstand (die reine Vernunft) bewezen kunnen worden: het eeuwig leven, God en de vrijheid. Dit noemt Kant de postulaten van de praktische rede.
God en het eeuwig leven zijn kernpunten van het Christendom, maar worden tegenwoordig regelmatig als onzin of sprookjes afgedaan. Desalniettemin gelooft een groot deel van de mensheid erin, vaak op basis van een intuxc3xaftief gevoel. Daarom is het frappant dat ook een zeer rationeel denker als Kant tot de conclu- sie komt, dat uit de normen die het verstand ons stelt, voortvloeit dat er toch tenminste zoiets als God en het eeuwig leven moet zijn. Hoe dat er precies uitziet, daar kunnen we volgens echter hem helemaal niets over zeggen.