Kant en het CPB

Gisteravond ben ik toch maar weer eens een keer naar het filosofisch cafxc3xa9 Felix & Sofie geweest. Eigenlijk vond ik het op de huidige locatie wat te druk, maar deze keer ging het om een favoriet onderwerp van mij, namelijk Kants Kritiek van de Prakti- sche Rede (zie daarover ook mijn eerdere log De Praktische Rede).

Mee- en tegenvallers
Een meevaller was dat het podium in de foyer van Felix Meritis nu voor de ramen was opgesteld, in plaats van tegen de achterwand, waardoor een veel ruimtelijker sfeer ontstond. Desalniettemin moest ik zeker een half uur voor aanvang aanwe- zig zijn om een goede zitplaats te kunnen bemachtigen, aangezien de zaal ook deze avond weer helemaal vol liep.
Tegenvaller was echter dat ik dat hele halve uur het "optreden" van iemand met een mondharmonica en een soortment van "zingende zaag" moest aanhoren, dat mij slechts aan kattengejank deed denken en me deed verbazen hoe iemand daar serieus mee durft op te treden…

De Praktische Rede
Het eerste onderwerp was gelukkig een stuk aangenamer, namelijk een interview met degegen die Kants Kritik der praktsichen Vernunft onlangs in het Nederlands hebben vertaald. Hoewel er op zich weinig nieuwe inzichten aan bod kwamen, was het aardig de vertalers over hun werk en over Kants werk te horen.
Zo kwam naar naar voren dat de ethische principes van Kant bedoeld waren om een rationeel tegenwicht te bieden tegen het al te subjectieve denken van David Hume, die de mens als bundel van louter driften en emoties ziet. Daarmee is Kants denken ook in deze tijd actueel, aangezien we ons wel aanpraten dat we zo rationeel zijn, maar we in werkelijk bijna louter op gevoelens afgaan…

Context
Bij grote filosofen wordt echter vaak gedaan alsof zij in alle opzichten unieke gedachten hadden. Zo werd bijv. gezegd dat Kant zo belangrijk was vanwege zijn onderscheid tussen de zuivere rede, de praktische rede en het oordeelsver- mogen, alsmede vanwege zijn onderscheid tussen de rationele autonome vrijheid en de causale heteronome gebondenheid.
Kant heeft deze dingen inderdaad goed systematisch uitgewerkt, maar hij heeft ze zeker niet volledig zelf bedacht. Bovengenoemde punten werden immers al in de Middeleeuwen beschreven als het onderscheid tussen waarheid, goedheid en schoonheid en ook de grote katholieke denker Thomas van Aquino (1225-1274) ging al uit van een onderscheid tussen de natuur en het verstand…

Het CPB
Na de pauze was er een discussie over de rol van het Centraal PlanBureau (CPB), waarbij de vraag was of dit bureau niet teveel invoed op de politiek heeft, in de zin dat er teveel wordt gefocussed op financixc3xable argumenten. Daartegen werd aangevoerd dat de economie tegenwoordig steeds flexibeler en internationaler wordt, maar mensen waarschijnlijk een stuk minder rationeel hun (economische) keuzes maken, of tenminste zich daarbij ook door allerlei andere overwegingen laten leiden.
Het CPB zegt zich hiervan goed bewust te zijn, maar dat politici vaak financixc3xable argumenten de doorslag laten geven, omdat daarover een grotere consensus bestaat, dan over andere motieven.

De economie
Wat mij opviel was dat de economie als een empirische wetenschap (d.w.z. feiten verzamelend en analyserend) geldt, maar dat er tevens van werd gezegd dat het een wetenschap is die gaat over het maken van (economische) keuzes (voor de verdeling van schaarse goederen).
Dat is leuk voor zover het zich beperkt tot het constateren van bepaalde keuze- patronen, maar zo gauw je die in een model stopt dat ter voorspelling dient, leidt dat er al gauw toe dat bepaalde (economische) keuzes als beter, en andere als slechter worden voorgesteld. En dat onderscheid mag de economie eigenlijk niet maken, want dat is het terrein van de ethiek: de wetenschap die gaat over welke keuzes gemaakt zouden moeten worden….

Na afloop heb ik tenslotte nog wat gedronken en gesproken met mijn gewaar- deerde collega-weblogger Jan Dirk Snel.

Over rituelen

Vanmiddag ben ik voor het eerst naar het Filosofisch Cafxc3xa9 in hotel De Filosoof in Amsterdam geweest.
Eerder dit jaar ben ik al een paar keer naar het filosofisch cafxc3xa9 Felix & Sofie in Studio Plantage in Amsterdam geweest. Sinds dat echter weer in Felix Meritis wordt gehouden is me dat een beetje te druk geworden, hoe interessant ik het ook vond.
Het filosofisch cafxc3xa9 van vanmiddag was gelukkig een stuk kleinschaliger van opzet en vond onder leiding van Dries Boele plaats in de ontbijtzaal van genoemd hotel.

Rituelen
Het onderwerp van deze keer was "De zin van rituelen en evenementen" over de betekenis en de zin van feest- en gedenkdagen en aanverwante rituelen.
Eerst was hierover een vrije discussie waaraan iedereen een bijdrage kon leveren. Daar kwam onder meer uit dat zulke rituelen vaste punten in de tijd zijn, die samen en op een vrij vanzelfsprekende manier beleefd worden.
Maar ook bleek dat veel rituelen en feestdagen lang niet meer door iedereen als even zinvol of waardevol worden ervaren. Zo is Kerstmis nogal uitgehold en tamelijk commercieel geworden en zijn huwelijksfeesten afhankelijk van hoe de betrokken dat zelf willen invullen.
Ook kwam de vraag aan de orde of en hoe rituelen en feestdagen uit verschillende religieuze tradities gecombineerd zouden kunnen worden.

Alain Badiou
Na de pauze besprak Dries Boele een boek van de Franse filosoof Alain Badiou waarin deze spreekt over een "evenement" als een gebeurtenis die het dagelijks leven radicaal doorbreekt (denk aan een revolutie, een grote ontdekking of een grote liefde), over de "trouw" waarmee je dat evenement voortaan een plaats geeft in je denken en je leven en over "waarheid" die voortkomt uit het trouw zijn aan een bepaald evenement.
Hoewel Badiou het zelf niet over rituelen heeft, kan zijn theorie daar goed op toegepast worden: rituelen zijn dan de uitdrukking van de trouw aan een bepaald "evenement", een bepaalde ingrijpende gebeurtenis, of dat nu de geboorte of dood van Jezus Christus is, een revolutie of de geboorte van een kind.
Ikzelf herkende in deze theorie van Badiou meteen enkele aspecten van het denken van de grote Duitse filosoof Martin Heidegger, die het o.a. heeft over het geschieden van een gebeurtenis (Ereignis), dat de mens in een nieuwe verhou- ding tot het "Zijn" plaatst en waarin hij een zin kan vinden om zijn leven op een "eigenlijke" manier te leiden.

Na afloop
Na afloop ben ik met Dries Boele en enkele andere deelnemers nog wat wezen drinken en napraten in het even verderop gelegen cafxc3xa9 van Ingang B, in het restaurant waarvan ik daarna heb gegeten.
Op de terugweg naar het station ben ik nog even langs geweest bij cafxc3xa9 ’t Leeuw- tje in de Reguliersdwarsstraat, dat ook gay-minded is nadat het sinds enkele weken is overgenomen door iemand die ik via internet heb leren kennen.

Interreligieuze dialoog?

Afgelopen avond heb ik in Felix Meritis in Amsterdam een lezing bijgewoond van de bekende filosoof prof.dr. mr. Herman Philipse. De lezing was getiteld "geloof en rede" maar ging eigenlijk over de mogelijkheden en onmogelijkheden van een interreligieuze dialoog.

Actueel
Philipse sprak hierover naar aanleiding van een rede- voering door paus Benedictus XVI afgelopen zomer in Regensburg, waarin een citaat van een 14e eeuwse keizer in voorkwam, die beweerde dat de Islam nogal gewelddadig zou zijn. Dit had toen heftige reacties en protesten in islamitische landen tot gevolg.
Nog actueler was de lezing van Philipse vanwege het feit dat Benedictus nu op dit moment in Turkije is, alwaar hij onder andere zal moeten proberen de gemoede- ren van veel moslims weer wat te kalmeren.
In breder verband was deze lezing actueel omdat door bevolkingsgroei, migratie en multiculturalisatie religies een steeds grotere rol spelen in de samenleving en vandaaruit ook in de politiek.

Spreker
Als hoogleraar filosofie wist Herman Philipse hier niet alleen inhoudelijk met veel kennis van zaken over te spreken, hij is ook een bijzonder vlot en enthousiast spreker (sommigen zullen hem waarschijnlijk wel kennen van zijn columns in het tv-programma Buitenhof). Daarnaast is hij (als schrijver van o.a. het Athexc3xafstisch Manifest) echter ook een overtuigd athexc3xafst, wat maakt dat zijn standpunten ook de nodige discussie oproepen.

Vraag
Als eerste liet hij zien dat paus Benedictus in bovengenoemde rede zegt dat God in de katholieke opvatting tegelijk ook logos is, dat wil zeggen Rede(lijkheid). En dat onderscheid het katholieke geloof van de Islam (waarin God (Allah) wordt gezien als pure (niet aan redelijkheid gebonden) Wil), van het protestantisme (dat de illusie heeft dat een van Hellenistische invloeden gezuiverd bijbels christendom mogelijk zou zijn) en van liberale en multiculturele theologische opvattingen (die eveneens de Griekse ratio uit het geloof willen halen om het zo makkelijker toegankelijk te maken voor moderne mensen, resp. andere culturen). Op basis hiervan stelde Philipse de vraag of tussen religies xc3xbcberhaupt wel een dialoog over geloofswaarheden mogelijk is.

Dialoog
Om zo’n interreligieuze dialoog mogelijk en zinvol te maken zijn er grofweg twee manier om tot overeenstemming te komen, namelijk relativisme en fallibisme. Bij relativisme zegt men dat ieder zijn eigen waarheid heeft en dat wat voor de ene persoon waar is, niet per se ook waar hoeft te zijn voor een ander. Dat klinkt leuk, maar kan nooit tot een zinvolle discussie leiden omdat er op deze manier geen criteria zijn om beide waarheidsopvattingen aan te toetsten.
Bij fallibilisme zegt men dat de religies feilbaar zijn en dus, net als wetenschap- pelijke theorien, voldoen, zolang ze niet achterhaald worden door "betere" religies of opvattingen. Ook hierbij zijn de criteria weer het probleem want hoe kan je vaststellen of de ene God "beter" is dan de andere…?

Zinloos
Philipse concludeert op basis van deze filosofische analyse dat een echte zin- volle interreligieuze dialoog dus niet mogelijk is. De paus pleit echter wel voor interreligieuze dialoog en doet daar ook pogingen toe. Maar volgens Philipse is dat een beetje doorgestoken kaart, is dat diplomatiek wel slim, maar filosofisch dus onzin en ook theologisch weinig zinvol.
Hij laat namelijk aan de hand van de, door de huidige paus in zijn vroegere hoe- danigheid van hoofd van het Vaticaanse "ministerie voor geloofszaken" geschre- ven verklaring Dominus Jesus uit 2000 zien, dat volgens de leer van de Rooms- Katholieke Kerk het Nieuwe Testament de enige en definitieve openbaring en bron van waarheid is en dat het alleen aan het kerkelijke leergezag is om deze bron te interpreteren.
Volgens Philipse is dat wat de Kerk aan interreligieuze dialoog doet weinig meer dan een nette vorm van de aloude missie: inzake geloofswaarheden tot overeen- stemming komen met de Islam of met de protestanten is per definitie gedoemd te mislukken. De enige zinvolle manier waarop religies met elkaar in dialoog kunnen gaan is over praktische en alledaagse zaken, maar dus niet over geloofswaarheden.

Waardevol
Hoewel ik zelf katholiek ben en het athexc3xafsme van Philipse dus niet deel, ben ik het wat betreft de onmogelijkheid van een interreligieuze dialoog met hem eens. Op zich is zo’n dialoog in deze tijden van religieuze spanningen een goed middel om tenminste met elkaar in contact te blijven en op wat langere termijn meer begrip voor elkaar te creeren. Maar om op die manier tot iets van overeenstemming te komen acht ik ook zinloos en ik vind ook niet dat kerken en religies die suggestie zouden moeten wekken.
Religies hebben elk hun eigen waarheid, maar dat is geen waarheid die je wetenschappelijk kan toetsen. Het is een waarheid die zegt wat waardevol is en die mensen bindt in de gemeenschappelijke ervaring en erkenning van wat zij als waardevol ervaren. Dat drukken mensen dan bijvoorbeeld uit in de manieren waarop zij God zien en omschrijven: als Vader, als Koning of als Liefde.

Traditie
Waardevol is voor de meeste mensen, vroeger misschien meer dan nu, ook dat waar zij vandaan komen, waar zij van afstammen. Daarom is religie ook iets wat van generatie op generatie wordt doorgegeven en wat mensen in een vaak heel lange en oude traditie plaatst. In het Christendom gaat die traditie terug tot de persoon van Jezus Christus, zoals die beschreven wordt in het Nieuwe Testament van de Bijbel.
Op deze wijze is voor christenen de Bijbel inderdaad de enige en definitieve openbaring van de waarheid, niet van waarheid in de zin van een zuiver wetenschappelijke beschrijving van hoe de wereld in elkaar steekt, maar van waarheid over wat voor hen het meest waardevol is: namelijk dat Jezus Christus Zijn leven heeft gegeven opdat wij niet meer gebukt hoeven te gaan onder de last van onze menselijke gebreken.

Boodschap
En dat is, zoals het traditioneel heet, een Blijde Boodschap, een boodschap waarvan christenen geloven dat alle mensen daar wat aan hebben en die deze boodschap daarom verkondigen vanuit een gevoel van solidariteit. Helaas is deze verkondiging in de geschiedenis niet altijd even zachtzinnig uitgevoerd, maar dat doet aan de inhoud van de boodschap weinig af. Precies die inhoud heeft er mede toe geleid heeft dat men langzamerhand is gaan inzien dat een zo goede bood- schap niet met geweld overgebracht kan worden, iets dat o.a. veel moslims helaas (nog) niet inzien.

Eenzijdig
Tot slot nog even terugkerend naar de lezing van Herman Philipse: hoewel hij dus op zich gelijk heeft wat betreft de onmogelijkheid van een interreligieuze dialoog, slaat hij de plank wat de geloofswaarheden zelf betreft dus aardig mis. Hij bekijkt de religie helemaal vanuit een rationele wetenschappelijk standpunt om vandaar- uit tot de conclusie te komen dat wat godsdiensten beweren helemaal niet kan of niet bestaat.
Daarmee doet hij echter alsof de rationele wetenschap het enige en definitieve oordeel zou moeten geven, iets dat veel mensen tegenwoordig verwachten. Maar dat is natuurlijk niet zo: wetenschap is goed en nuttig, maar is niet alles en moet niet op de stoel van de paus of zelfs van God plaatsnemen, om het zo maar eens te zeggen.

Betekenis
Het gaat bovendien niet alleen om wat mensen geloven, maar ook om het feit datze dat (samen)
geloven. De geloofswaarheden hebben niet alleen eeninhoude- lijke (theologische), maar ook een uiterlijke (meer sociologische) betekenis, namelijk in de zin dat ze de gelovigen verbinden in het gezamelijke belijden ervan (dit overigens meer bij katholieken dan bij protestanten).
Daarom mogen geloofswaarheden ook niet louter op hun inhoud beoordeeldworden, wat voor mensen als Philipse gemakkelijk gefundes Fressen is. Hij noemt het zelfs immoreel bedrog om dingen te verkondigen die niet op empi- risch-wetenschappelijke oflogische manier te verklaren zijn. Zo’n oordeel doet echter geen recht aan de individuele, noch aan de gemeenschappelijke beleving van een religie, belevingen die in bijna alle opzichten ver uitstijgen boven een nuchter wetenschappelijk oordeel.

Meer
Er is immers meer, veel meer in het leven dan alleen de droge en koude observaties en conclusies van de wetenschap. Waar het in het leven echt om gaat zijn de dingen die mensen inspireren en verbinden en soms kan dat wetenschap zijn, maar meestal gaat het dan om heel andere dingen…
De grootste vraag die ik na afloop had, was daarom of ook Philipse dit niet beseft, temeer daar hij zich ook verdiept heeft in de grote Duitse filosoof Martin Heideg- ger, die fundamenteel afrekent met de eenzijdige overheersing van de rationele wetenschap en die ook een hoger waarheidsbegrip heeft ontwikkelt dan dat wat de wetenschap hanteert (zie hierover de eerdere log Over waarheid).

De Praktische Rede

Vandaag zag ik bij boekhandel De Slegte een moderne uitgave van de Kritik der praktischen Vernunft van de grote Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804).
Ik kon dit exemplaar niet laten staan, niet alleen vanwege de lage prijs, maar vooral ook vanwege de fraaie uitvoering: harde kaft en volledig in de klassieke gotische letters waarin vroeger bijna alle Duitse boeken werden gedrukt (zie foto hieronder). Het is namelijk een overdruk van de uitgave uit 1928, die weer teruggaat op een uitgave uit 1878.
Een Nederlandse vertaling van dit werk is onlangs verschenen bij uitgeverij Boom.

Drieslag
De Kritik der praktischen Vernunft (Kritiek van de praktische rede) werd door Kant geschreven in 1788 en vormt samen met de Kritik der reinen Vernunft (Kritiek van de zuivere rede) en de Kritik der Urteilskraft (Kritiek van het oordeelsvermogen) een Drie-eenheid van denkwerk op het terrein van respectievelijk het Ware, het Goede en het Schone, om het maar eens met die klassieke middeleeuwse drieslag te zeggen.

Zuivere rede
De Kritik der reinen Vernunft is Kants bekendste werk en gaat door voor xc3xa9xc3xa9n van de belangrijkste werken uit de (filosofie)geschiedenis in het algemeen en uit de zgn. Verlichting in het bijzonder. Veel mensen die er niet goed van de op hoogte zijn, hebben waarschijnlijk de indruk dat dit werk een "kritiek vanuit het zuivere verstand" op de oude (religieus bepaalde) gebruiken en tradities is. Ik zou haast zeggen: niets is minder waar. De "Kritiek van de zuivere rede" behandelt namelijk uitvoerig de grenzen van het verstand en vormt niet zozeer direct kritiek op middeleeuwse denkbeelden, maar veel meer op eerdere verlichtingsdenkers uit de stromingen van het Rationalisme en het Empirisme.


Tekst van de Kritik der praktischen Vernunft

Praktische rede
In dezelfde geest zal het voor wie denkt, dat de Verlichting louter een bevrijding van het oude kerkelijke juk zou zijn, een verrassing zijn dat Kant ook een zeer strenge moraalleer heeft geschreven: de nu door mij aangeschafte Kritik der praktischen Vernunft.
Hierin betoogt hij, dat de mens zich bij zijn handelen louter mag laten leiden door wat de rede, het verstand zegt. Alleen dan is ons handelen namelijk volledig vrij, hoe vreemd dat op het eerste gezicht ook moge klinken. Volgens Kant is handelen op basis van alles andere als het verstand namelijk niet vrij, want onder invloed van iets anders, bijvoorbeeld emoties, driften, gevoelens of bepaalde invloeden van buitenaf (zie in dit verband ook mijn eerdere log Individualiteit).
Op basis van louter en alleen het menselijke verstand komt Kant tot een dubbele basisregel voor het menselijke handelen, de zgn. "categorische imperatief":
1. Handel zo, dat jouw handelwijze een algemene regel zou kunnen zijn;
2. Handel zo, dat anderen nooit alleen een middel, maar altijd ook een doel op zich zijn.

Postulaten
Maar het komt nog sterker: Kant geeft in dit werk niet alleen basisregels voor de intermenselijke omgang, hij zegt ook dat daar enkele dingen uit voortvloeien die niet door het zuivere verstand (die reine Vernunft) bewezen kunnen worden: het eeuwig leven, God en de vrijheid. Dit noemt Kant de postulaten van de praktische rede.
God en het eeuwig leven zijn kernpunten van het Christendom, maar worden tegenwoordig regelmatig als onzin of sprookjes afgedaan. Desalniettemin gelooft een groot deel van de mensheid erin, vaak op basis van een intuxc3xaftief gevoel. Daarom is het frappant dat ook een zeer rationeel denker als Kant tot de conclu- sie komt, dat uit de normen die het verstand ons stelt, voortvloeit dat er toch tenminste zoiets als God en het eeuwig leven moet zijn. Hoe dat er precies uitziet, daar kunnen we volgens echter hem helemaal niets over zeggen.

Individualiteit

Als het gaat om iemands individualiteit, iemands eigenheid, dan zal men over het algemeen zeggen dat die in het innerlijk ligt. Dat iemands karakter, persoonlijkheid, eigenschappen en talenten hem of haar tot een unieke persoon maken.
Het uiterlijk, en meer bepaald het lichaam wordt daarbij gezien als iets wat weliswaar per persoon enigszins verschilt, maar toch iets is dat alle mensen met elkaar gemeen hebben: qua lichaam zijn we allemaal (min of meer) gelijk…

Omgekeerd
Daarom is het verrassend dat enkele grote filosofen het schijnbaar precies omgekeerd zien: individualiteit ligt volgens hen in de lichamelijke en het gemeenschappelijke in de geestelijke kant van de mens!
Zo zegt Thomas van Aquino (1224/5-1274), in navolging van Aristoteles (384-322 v.Chr.) dat het de materie is die maakt dat het ene ding verschilt van het andere: de ene appel is de andere niet, het ene menselijke lichaam het andere niet, ook al zijn het allemaal appels, respectievelijk mensen.
De termen appels en mensen hebben weliswaar betrekking op materixc3xable dingen, maar zijn zelf immaterixc3xable, geestelijke "dingen", producten van onze denkende geest. Door Thomas worden zulke aanduidingen "vormen" genoemd, zodat gezegd kan worden dat het de materie is die de vorm individualiseert.

Kennis
Dit hangt samen met de manier waarop volgens Thomas onze kennis tot stand komt, namelijk doordat wij via onze zintuigen indrukken van de materixc3xable buitenwereld krijgen, die dan door ons verstand worden geordend en voorzien van een etiket, bijvoorbeeld: "appel" of "mens".
Als wij bij dat ordenen en dat "etiketteren" maar zuiver genoeg te werk gaan, dan moet dat in principe een bezigheid zijn die bij alle mensen op eenzelfde manier plaatsvindt of tenminste zou kunnen plaatsvinden.
Daarom is het geestelijke aspect in de zin van het verstandelijke en het rationele, datgene dat mensen gemeenschappelijk hebben en is het het materixc3xable en het lichamelijke dat mensen verschillend maakt.
Deze visie van Thomas van Aquino wordt bevestigd door Immanuel Kant (1724-1804), die zegt dat zekere kennis alleen mogelijk is door de combinatie van verstandelijke vormen en zintuigelijke waarnemingen.

Lichamelijk
Deze filosofen doelen in hun verhandelingen dus vooral op de verstandelijke kant van het innerlijk. De in het begin genoemde algemene opvatting doelt echter meer op gevoelsmatige en biologisch/psychisch bepaalde kanten daarvan. Karakter, persoonlijkheid, eigenschappen e.d. komen immers niet louter uit het verstand voort, maar zijn vaak veel meer bepaald door erfelijke eigenschappen en door wat een mens in zijn leven allemaal meemaakt. En dat wordt in de meeste gevallen meer op een lichamelijke, dan op een verstandelijke manier verwerkt.
Zo gezien is het dus al een stuk begrijpelijker dat iemands individualiteit door diens lichamelijke kant (met alle bijbehorende aspecten) bepaald wordt, in plaats van door diens geestelijke, lees: verstandelijke kant.

Gevoelens
Toch wordt ook vaak gezegd dat juist (lichamelijk bepaalde) gevoelens en emoties bij alle mensen gelijk zijn. Dat iedereen, waar en wanneer ook, dezelfde gevoelens van verdriet, boosheid, vreugde, angst en dergelijk kent en dat die gevoelens dus iets zijn wat mensen kan verbinden. Voorbeelden hiervan zijn de vreugde die kunsten zoals muziek oproepen, maar ook de (tegenwoordig wereldwijde) ontzetting als zich rampen voordoen.
Dit dan in tegenstelling tot de verdeeldheid, de conflicten en zelfs oorlogen die zouden voortkomen uit de meer rationale meningsverschillen op grond van verschillende politieke denkbeelden, ideologixc3xabn en religieuze leerstellingen.

Vluchtig
Ook deze zienswijze is te oppervlakkig. Ten eerste omdat emoties en gevoelens niet of nauwelijks te plannen zijn en daarom, hoe intens en heftig soms ook, vluchtig zijn. Hooguit kunnen ze een basis zijn voor een langduriger relatie, maar dat vereist dan weer een meer verstandelijke keuze daarvoor.
Ten tweede kunnen gevoelens niet alleen verenigen, ze kunnen ook heel sterk verdelen: denk aan boosheid, woede en haat. Zo zijn ze al te vaak ook de aanjagers waardoor op zich beperkte rationele meningsverschillen gemakkelijk uit de hand kunnen lopen.

Verstand
Dat conflicten het gevolg zijn van een rationele benadering, mag voor meer romantisch aangelegde en minder hoog ontwikkelde mensen misschien zo lijken, maar is toch zeker niet waar.
Want als we bijv. kijken naar de wetenschap, dan blijkt dat er wereldwijd vergaande overeenstemming bestaat over de te gebruiken methoden en criteria en dat men heel fatsoenlijk over verschillende inzichten weet te discussixc3xabren en uiteindelijk ook steeds weer tot algemeen aanvaarde theorixc3xabn komt.
Als dat mogelijk is voor het rationeel verwerven van kennis (wetenschap), dan moet dat in principe net zo goed mogelijk zijn voor het rationeel bepalen van doelen en middelen (ethiek, politiek).

Duurzaam
Probleem is dus niet zozeer een teveel aan rationaliteit, maar eerder een tekort daaraan. Bij ethische en politieke vraagstukken en problemen (kwesties die dus het gemeenschappelijke samenleven betreffen) spelen in de praktijk emoties en machtspolitieke eigenbelangen (die het lichamelijke en materixc3xable betreffen) namelijk een veel grotere rol als dat veel mensen (willen) denken…
Wanneer dus ook bij zulke vraagstukken men net zo rationeel en zakelijk zou redeneren en met elkaar zou overleggen als dat in de wetenschappelijke wereld gebeurt, dan zou ook in kwesties die het samenleven betreft, men tot verdergaande overeenstemming moeten kunnen komen, dan nu vaak het geval is…
Zulke meer rationeel tot stand gekomen overeenkomsten zijn, doordat ze uitstijgen boven al te tijdelijke eigenbelangen, ook een stuk duurzamer dan de vluchtige momenten van emotionele verbondenheid.

Conclusie
Zo zien we dus dat datgene wat iemand tot een individu maakt, vooral gelegen is in de lichamelijke aspecten van zijn of haar mens-zijn.
Dit betekent echter tegelijk dat het ook precies deze lichamelijke, materixc3xable aspecten zijn waardoor individuele mensen en groepen van mensen met elkaar in conflict kunnen komen: de ene mens is de ander niet en de behoeften en belangen van de xc3xa9xc3xa9n zijn vaak anders dan die van de ander.
Maar gelukkig hebben wij nog onze verstandelijke vermogens, waarmee wij, als wij ze maar goed en zuiver genoeg toepassen, met elkaar tot overeenstemming kunnen komen.
Dus waar wij lichamelijk, materieel van elkaar verschillen, kunnen we het geestelijk, verstandelijk met elkaar eens worden!

Moraal zonder God…?

Gisteravond ben ik voor de tweede keer naar het filosofisch cafxc3xa9 Felix & Sofie in Amsterdam geweest.

Dit keer was het thema "Ethiek In godsnaam en Filosofie op reis" en kwam ik net als de vorige keer mijn collega-weblogger Jan Dirk Snel weer tegen.

De avond begon om 21.00 uur met een wervelende column door Kaspar van Royen, waarin hij op zeer vlotte en humoristische wijze de positie van de agnost verklaarde.

Ethiek in Godsnaam

Vervolgens vond er een debat plaats tussen Patrick Loobuyck, doctor-assistent bij de vakgroep wijsbegeerte en moraalwetenschappen van de Universiteit Gent en Jos Kole, ethicus bij de Faculteit Pedagogiek en Psychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Patrick Loobuyck is zelf athexc3xafst, maar stelt dat de moderne Westerse moraal niet afdoende te funderen c.q. legitimeren valt zonder een beroep te doen op de christelijke God, ook al is de secularisering ver voortgeschreden en zijn er waarschijnlijk meer mensen die in "iets" of "niets" geloven dan in het traditionele Godsbeeld, met als gevolg dat we volgens hem leven in een "indifferent universum" – een wereld die louter toevallig en zonder betekenis is.

Jos Kole is daarentegen gelovig, maar stelt desondanks dat de moderne moraal het heel goed zonder God kan stellen: ook moderne niet-gelovige mensen leven immers volgens allerlei morele regels. De moraal is volgens hem gebaseerd op intermenselijke tradities, gewoonten, afspraken en gebruiken – dingen waar je God in principe helemaal niet bij nodig hebt. Al deze dingen maken dat volgens Kole de wereld voor ons mensen wel degelijk een betekenis heeft.

Gelijk en ongelijk

Loobuyck heeft in zoverre gelijk dat een groot deel van de huidige morele opvattingen, waaronder niet in de laatste plaats de mensenrechten, voortkomen uit de oude christelijke moraal, ook al doet men algemeen voorkomen alsof wij met onze mensenrechten en onze moderne moraal het zogenaamd "achterlijke" en "intolerante" Christendom achter ons hebben gelaten…

Kole heeft echter weer gelijk als hij stelt dat de moderne moraal ook zonder God kan bestaan, sterker nog: zelfs de traditionele christelijke moraal kan voor een heel groot deel goed gefundeerd worden zonder een beroep te hoeven doen op God of de Bijbel. Voor sterk op de Bijbel gerichte protestanten is dat echter wat moeilijker dan voor katholieken, bij wie de moraal onderdeel is van het volledig rationele natuurrecht.

Filosofie op reis

De avond werd afgesloten met een interview met de docente filosofie, Carolien van Bergen over haar nieuwste boek "Filosofie op reis". Dit onderwerp was een stuk luchtiger dan het voorgaande, hoewel ook het reizen tot inzichten over de zin van het bestaan kan leiden, getuige de interessante opmerking dat de mogelijke zin van het leven zou kunnen zijn "dat wat je doet er iets toe doet"…

Ook aardig was de observatie dat onze huidige bewondering voor prachtige natuur, zoals bijv. de Alpengebieden, mede voortkomt uit de filosofisch-culturele stroming van de Romantiek. Voordien was men nauwelijks gecharmeerd van de natuur, onder meer omdat die in vroeger eeuwen vooral als wild, bedreigend en beangstigend werd ervaren.

Filosofie voor de zwijnen

De voorkant van het boek Filosofie voor de zwijnenVanavond ben ik naar een lezing geweest die in het kader van de Maand van de filosofie plaats- vond onder de titel “Filosofie voor de zwijnen“.

Deze lezing werd gegeven door de auteur van het gelijknamige boek, de (rechts)filosoof dr. Klaas Rozemond, en werd afgewisseld met toe- passelijke luchtige tekeningen en dito gedichten, zoals die ook in het boek zijn opgenomen.

Plaats van handeling was de prachtige 16e eeuwse doelenzolder van het gebouw waarin tegenwoordig de Haarlems stadsbibliotheek is gevestigd. Iets minder mooi was misschien dat er maar zo’n 12 toehoorders waren, waaronder zeker 4 mensen van het bibliotheekpersoneel…

Het onderwerp van de lezing was de vraag of een piekerende filosoof geluk- kiger is dan een dom zwijn/varken. Aan de hand van deze vraag werd geke- ken wat diverse oudere en nieuwere filosofen hierover te zeggen hadden.
Het bleek dat dat er eigenlijk weinig nieuws onder de zon is en dat reeds de klassieke filosofen, zoals Socrates en Plato standpunten innamen, die sinds- dien, in diverse varianten, steeds weer door andere filosofen zijn herhaald en/of uitgewerkt.

De antwoorden op de beginvraag varieren daarbij van dat de filosoof de gelukkigere is omdat hij alles doorziet en het lichaam c.q. al het aardse toch niet meer is dan een kerker voor de geest/ziel tot de mening dat de zot, de domme of het dier de gelukkigere is omdat die nergens over hoeft na te denken en simpelweg tevreden en gelukkig is met wat hij of het heeft.

De auteur eindigt zelf met de stelling dat het gaat om een juiste combinatie van beiden: zowel nadenken waar nodig, maar ook proberen afstand te ne- men van het denken en de aardse beslommeringen om dan rustig te kunnen genieten van al het moois dat er is…
Deze opvatting noemt hij het “Porcratisme”: een samentrekking van het domme varken (Latijn: porcus) en de denkende Socrates!

Maar ook deze laatste insteek is niet nieuw, want is niet veel anders dan het principe van de gulden middenweg, van de juiste maat houden, zoals al door Aristoteles betoogd werd en in diens navolging via m.n. Thomas van Aquino het centrale principe van het (katholieke) Christendom werd…

Over waarheid

Maand van de Filosofie
April is de Maand van de Filosofie, met dit jaar als thema: Niets dan de Waarheid.

Zoals gebruikelijk bij dit soort jaren, maanden en dagen, worden er allerlei activiteiten georganiseerd om, in dit geval de filosofie in het algemeen en het thema “Niets dan de waarheid” in het bijzonder, extra aandacht te geven, onder andere met een Nacht van de Filosofie op 8 april in Amsterdam en een Dag van de Filosofie op 15 april in Tilburg.

Ik zal aan deze maand een bescheiden bijdrage leveren, door in deze log wat te schrijven over het begrip “waarheid”.

Waarheid
Waarheid is xc3xa9xc3xa9n van de meest beladen begrippen die er zijn: hoeveel bete- kent het vaak niet om de waarheid over iets of iemand te weten, en hoeveel mensenlevens zijn er niet opgeofferd in naam van “de waarheid”…?
Hiermee heb ik ook meteen al twee verschillende vormen van het begrip waarheid aangeduid: namelijk waarheid in de zin van weten hoe iets c.q. wat er precies gebeurd of het geval is, en waarheid in de zin van een (geloofs- of levens) overtuiging die men voor de enig ware, de enig juiste houdt.

Definitie
De eerste vorm van waarheid sluit het beste aan bij de klassieke definitie van het begrip waarheid, zoals die al door de Griekse filosoof Aristoteles (384-322 v.Chr.) en vervolgens door de Middeleeuwse filosoof en theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) is geformuleerd en die luidt: waarheid is de overeenstem- ming tussen een (verstandelijke) uitspraak en de (feitelijke) werkelijkheid (de zgn. correspondentietheorie).

Wetenschap
Waarheid volgens die definitie is bij uitstek het terrein geworden van de empirische (natuur)wetenschap, waarmee vanaf de 17e eeuw onge- kende kennis over de wereld is vergaard. Kennis die waar is omdat het gaat om uitspraken die overeenstemmen met de waargenomen werkelijkheid. Het waarheidsgehalte van zulke wetenschappelijke kennis is afhankelijk van enerzijds de juiste waarneming en anderzijds de juiste omschrijving ervan. De juiste waarneming is vooral een zaak van zorgvuldigheid en technische mogelijkheid; de juiste omschrijving een kwestie van definities: woorden die een afgesproken betekenis hebben, zodat zij niet voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. Hierbij speelt ook logica een rol.

Alledaags
Ook in het dagelijks leven heeft waarheid een vergelijkbare betekenis als in de wetenschap: als het erom gaat de waarheid te spreken, dan gaat het om het doen van uitspraken die overeenstemmen met de werkelijke gang van zaken of die de werkelijke situatie weergeven.
Anders dan in de wetenschap is het controleren van zulke alledaagse waar- heid vaak een stuk moeilijker. Ten eerste omdat in het algemene spraak- gebruik doorgaans geen definities worden gebruikt, maar woorden voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. Ten tweede omdat het meestal niet gaat om voorwerpen die zich makkelijk laten meten, tellen en wegen, maar om gebeurtenissen, gesprekken, handelingen en bedoelingen die minder exact en eenduidig zijn te omschijven.

Redelijk
In de alledaagse omgang kan de waarheid niet zo precies worden vastge- steld als in de wetenschap. Daarom komt het in de praktijk meestal neer op wat de meest acceptabele en redelijke verklaring of beschrijving van de werkelijke situatie of gebeurtenissen is. Het eisen dat “de waarheid” boven tafel komt, zoals meer en meer lijkt voor te komen, is daarom goed beschouwd wat teveel gevraagd. In een wat meer zakelijke omgang is zo’n eis daarom doorgaans een tactische zet, in de zin van hoog inzetten om op een gemiddelde uit te komen. Maar ook in een meer persoonlijke omgang wordt tegenwoordig heel erg de nadruk op eerlijkheid gelegd, soms zo zeer dat het haast naar fundamentalisme neigt…

Meningen
De mate van exactheid waarmee de werkelijkheid beschreven kan worden, kunnen we voorstellen als een schaal die loopt van 0% (leugen) tot 100% (waarheid). Alles wat daartussenin zit worden meningen genoemd, die een meer of minder subjectieve en persoonlijke kijk op de werkelijkheid geven.
Waar we dicht bij de 100% kunnen komen (zoals in de empirische weten- schap), daar worden meningen niet erg hoog aangeslagen. Maar waar we al blij zijn als we boven de 50% komen (zoals in de dagelijkse omgang), daar kan een zo goed mogelijk gefundeerde, betrouwbare en redelijke mening het hoogst haalbare zijn.

Intersubjectief
Ook in de wetenschap ziet men tegenwoordig in dat een volledig objectieve en 100% exacte beschrijving van de werkelijkheid in veel gevallen niet haalbaar is. Als second-best, maar redelijkerwijs hoogst haalbare alternatief geldt dan de zgn. intersubjectiviteit, waarbij men een bepaalde mening na kritisch onderzoek door een meerderheid als beste voorstelling wordt gezien.
Ook in de dagelijkse praktijk werkt het zo dat men zich aansluit bij een mening die als de meest gefundeerde, betrouwbare en redelijke overkomt. Anders dan in de wetenschap, kan hierbij de persoon die zo’n mening geeft een grote rol spelen: een charismatisch, populair of geliefd persoon zal men vaak eerder geloven, dan een willekeurig, impopulair of gehaat iemand…

Beperkt
De waarheid volgens de gangbare, klassieke definitie is dus een tamelijk beperkte reikwijdte: wetenschappelijk omdat die slechts betrekking heeft op datgene wat redelijk exact te beschrijven valt; en in het algemeen omdat er in het dagelijks leven meerdere factoren een rol spelen bij wat wij als waar aannemen.

Openheid
De grote Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1976) zag deze beperktheid in en ontwikkelde een fundamenteler en tevens meer overkoepelend waar- heidsbegrip. Hij zegt namelijk dat willen wij de werkelijkheid op een adequate manier kunnen beschrijven, wij de werkelijkheid eerst gewaar moeten worden. Aan het beschrijven gaat het zien vooraf en wat wij kunnen zien, moet eerst zichtbaar geworden zijn.
Al wat bestaat moet eerst openlijk zichtbaar worden voordat wij het kunnen zien en beschrijven. Vandaar dat Heidegger waarheid definieert als de “open- baarheid, de onverborgenheid van het zijn” of ook wel zo dat “het wezen van de waarheid is de waarheid van het wezen”. Die laatste formulering lijkt erg cryptisch, maar betekent eigenlijk zoveel als: de waarheid is de waar(achtig)heid van het wezen (het bestaan).

Religie
Dit waarheidsbegrip van Heidegger komt aardig in de richting van de wijze waarop gelovigen hun religie als “de waarheid” zien, namelijk als de weg naar een waarachtig leven. De uitspraken van het geloof over God en andere bovennatuurlijke verschijnselen moeten dan ook niet zozeer volgens het klassieke waarheidsbegrip worden opgevat. Daarmee komt men immers in de problemen aangezien God en andere verschijnselen niet waarneembaar zijn, zoals de aardse dingen dat zijn.
De uitspraken die vanuit het geloof over onzichtbare dingen worden gedaan zeggen iets over een geestelijke openheid en hebben daarmee betrekking op de mogelijkheid van een waarachtig bestaan…

(Zie ook het artikel over waarheid bij Wikipedia)

Innerlijke diepgang

Innerlijke diepgang: iets dat, als tegenstelling tot oppervlakking uiterlijk vertoon, als gewaardeerde kwaliteit wordt gezien, als element van leven op een hoger niveau, als kenmerk van een beter mens…

Maar wat is innerlijke diepgang? Wat moeten we eronder verstaan…?
In elk geval iets innerlijks, iets geestelijks, iets dat niet met de buitenkant, het materixc3xable, het vluchtige en oppervlakkige van doen heeft. Iets wat het denken, niet het handelen betreft…

Wat deze ‘binnenkant’ van de mens betreft, zijn er diverse soorten denkwijzen te onderscheiden:

Psychisch:
Er zijn mensen met een gecompliceerde psychische gesteldheid, met een geest die anderen meer of minder moeilijk kunnen begrijpen, een geest die ook voor de betrokkenen zelf vaak een labyrint is… Dit wordt niet zozeer als innerlijke diepgang, maar meestal als psychisch probleem of zelfs psychische stoornis gezien.

Slimheid:
Ook zijn er mensen die heel goed weten wat ze doen, die heel slim zijn, heel snel dingen kunnen inschatten en berekenen. Mensen die heel kien of zelfs vernuftig zijn… maar daarbij meestal vooral hun eigen belang dienen… ‘boerenslimheid’ heet dat vanoudsher… en ook dit valt daarom niet onder ‘innerlijke diepgang’ die echt te waarderen valt.

Praktische kennis:
Al wat meer gewaardeerd wordt de kennis van hoe men op een handige en nuttige manier met allerlei dingen en situaties kan omgaan. Weten hoe men dingen kan vervaardigen, kan gebruiken en repareren, weten hoe men problemen en lastige situaties kan oplossen is niet alleen handig voor jezelf, maar meestal ook nuttig voor anderen en voor de gemeenschap.

Beschouwende kennis:
In zekere zin de tegenpool van praktische kennis is beschouwende kennis: veel dingen weten, weten hoe dingen werken en in elkaar steken (natuurwetenschappen) en weten wat waarom allemaal gebeurd is (geschiedenis). Ondanks dat deze kennis geen direct praktisch nut of toepasbaar is, staat deze vorm van weten toch vaak in hoger aanzien dan praktische kennis en komt dan ook al aardig in de buurt van wat men onder ‘innerlijke diepgang’ verstaat.

Wijsheid:
Hoe handig praktische kennis en kennis over de wereld ook is, zonder te weten waarvoor je die kennis kunt gebruiken, heb je er eigenlijk niet echt veel aan. De belangrijkste vorm van kennis is daarom de wijsheid: weten waarvoor dingen gedaan moeten worden, weten wat goede doelstellingen zijn. Wijsheid is weten wat de juiste doelen zijn (over wat precies goede doelen zijn, hoop ik later nog eens iets te schrijven).
Wil beschouwende kennis zinvol zijn, dan voedt die de wijsheid en geeft de wijsheid op haar beurt een doel aan waarvoor de praktische kennis de geschikte middelen kan leveren.

Levenswijsheid
De omschrijving ‘weten wat de juiste doelen’ kan een beetje te zakelijk of zelfs technisch klinken wanneer men bij het woord ‘wijsheid’ aan ‘levenswijsheid’ denkt. Levenswijsheid betreft echter net zo goed het weten wat juiste doelen zijn, weten wat goed is om te doen… het verschil is ‘slechts’ dat bij levenswijsheid die kennis niet door (zelf)studie is opgedaan, maar in de loop van iemands leven, door praktijkervaringen en/of door voorbeelden die anderen hebben voorgeleefd.

Gevoel
Valt echte ‘innerlijke diepgang’ nu uiteindelijk samen met (levens)wijsheid…? Filosofisch en verstandelijk gezien zou ik zeggen van wel, maar ik denk dat dat niet helemaal recht doet aan wat mensen in het algemeen onder ‘innerlijke diepgang’ verstaan en ook niet aan de rijkdom die dat begrip veronderstelt.

Evenwicht
Innerlijke diepgang is denk ik een combinatie van (levens)wijsheid en bepaalde gevoelens. Gevoelens van medeleven, compassie, ontroering, vriendschap of zelfs liefde. Belangrijk is daarbij wel dat de meer verstandelijke wijsheid deze gevoelens hun juiste plaats geeft, want zonder een kader en juiste gerichtheid, kunnen gevoelens en emoties heel diep gaan, maar daarmee zo meeslepend zijn dat ze contraproductief werken…

Daarom moet ook hier, zoals op bijna alle terreinen van het leven, het juiste evenwicht worden gezocht tussen verstand en gevoel, tussen hoofd en hart… en daar waar wijsheid op die manier samengaat met het gevoel, kan men met recht spreken van innerlijke diepgang…

(vergelijk dit ook met het ‘Filosofisch denkraam‘)

Filosofisch denkraam

Voor wie zich een enigszins overzichtelijk filosofisch beeld wil vormen van de wereld, volgt hier een ruwe schematische indeling van de verschillende terreinen, die wij vanuit ons mens-zijn kunnen ervaren en/of overdenken:


1. Om te beginnen kunnen we een onderscheid maken tussen dat wat kenbaar is en dat wat niet kenbaar is.

2. Vervolgens kunnen we deze beide terreinen verdelen in een subjectief (vanuit een eigen contingent, voorwaardelijk, ruimtelijk en tijdelijk beperkt gezichtspunt) en een objectief (gezichtspuntloos, universeel, onvoorwaardelijk, oneindig en onbeperkt) deel.



3. Tot het subjectief kenbare deel behoren het natuurgebeuren (alle bewegingen, neigingen en gevoelens zoals die in de natuur voorkomen en ook de mens eigen zijn en waar de dingen door causaliteit plaatsvinden) en de esthetica (het smaakoordeel dat zegt of iets mooi danwel lelijk is).

4. Tot het objectief kenbare deel behoort de ethiek (waar de praktische rede op grond van redenen bepaalt wat goede doelen zijn en zegt of iets goed danwel slecht is en daartoe dingen onderscheidt en kiest).

5. Op het snijvlak tussen het subjectief kenbare en het objectief kenbare deel bevindt zich de fysica of natuurwetenschap (waar het verstand op grond van empirische onderzoek beschrijft of iets waar danwel niet waar is en daartoe verzamelt en ordent).

6. Op het snijvlak tussen het objectief kenbare en het objectief onkenbare bevindt zich de metafysica of filosofie (waar de zuivere rede op grond van gevolgtrekkingen uit de fysica, de ethiek en de esthetiek concepten opstelt over bovennatuurlijke fenomenen zoals God en de ziel).

7. Op het kruispunt tussen alle vier de delen bevindt zich de christelijke geloofsleer (die de objectieve gevolgtrekkingen uit de metafysica combineert met de subjectieve gegevens uit de concrete christelijke traditie).

8. Op het snijvlak tussen het subjectief kenbare en het subjectief onkenbare bevindt zich tenslotte de al of niet christelijke geloofservaring of spiritualiteit (de hoogst subjectieve spontane ogenblikken van inzicht in en ervaring van het Mysterie).