Hoe redden we de individualiteit?

In mijn vorige log schreef ik over hoe het individualisme tegenwoordig steeds meer in het gedrang lijkt te komen. Ik liet dat zien aan de hand van de toenemende invloed van straatcultuur en van populistische politieke partijen. Maar ook in de filosofie blijkt er zorg om het individu te zijn.

Lezing
Dit werd althans betoogd door dr. Gerard Visser op het eind van zijn lezing over de filosofen Nietzsche en Heidegger, vorige week maandag 16 november in CREA, het culturele studentencentrum van de Universiteit (UvA) en de Hogeschool (HvA) van Amsterdam.

Individualiteit
Aan het eind van zijn lezing concludeerde Visser dat zowel Friedrich Nietzsche (1844-1900) als Martin Heidegger (1889-1976) uitgingen van de individualiteit van de mens. Nietzsche legde daarbij de nadruk vooral op de uniciteit, de innerlijke eigenheid van het individu. Hij zag ook de geboorte als het beginpunt vanwaaruit nieuwe mogelijkheden ontstaan.
Daarentegen legde Heidegger de nadruk meer op de singulariteit, het feit dat de mens een enkeling is en ten opzichte van anderen op zichzelf staat. Bij Heidegger is de dood het punt dat mensen bewust maakt van wat in hun leven zinvol is.

Anonimiteit
Hoewel dit beide belangrijke gezichtspunten zijn, wil Gerard Visser toch naar de diepere eenheid zoeken, naar iets wat uniciteit en singuleriteit, geboorte en dood met elkaar verbindt. Zowel bij Nietzsche als Heidegger gaat het individu volgens hem nog steeds op in een anonieme grond. Dit is niet alleen een fundamenteel filosofisch vraagstuk, maar ook heel concreet dreigt het individu tegenwoordig steeds sneller in de anonimiteit te vervallen – iedereen wordt "een nummer" etc.

Ziel
Het redden van de individualiteit is volgens Visser dan ook dé grote uitdaging voor de moderne filosofie. Zelf onderzoekt hij daartoe momenteel het zielsbegrip van de Duitse theoloog en mysticus Johannes Eckhart von Hochheim, beter bekend als Meister Eckhart (ca. 1260-1328). Hierover zal binnenkort dan ook een nieuw boek van hem verschijnen.

Advertenties

Opnieuw beginnen

Gisteravond ben ik voor het eerst naar een filosofisch café
in Haarlem geweest. Ik ging al regelmatig naar één van de filosofische cafe’s in Amsterdam, en dus leek het me nu wel eens leuk te kijken hoe dit in Haarlem georganiseerd is.

Helaas vindt het café hier maar eens in de paar maanden plaats, maar wel op een fraaie locatie, namelijk in de (19e eeuwse) Remonstrantse kerk. Qua vorm is het een lezing met na de pauze uitgebreide ruimte voor vragen en eventueel discussie.

Opnieuw
Gisteravond sprak prof.dr. Marli Huijer, hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit over het thema “opnieuw beginnen”, waarover ze ook een boek heeft geschreven. Het was een interessante lezing en enkele opvallende punten eruit zal ik hier even vermelden:

Oud
Opnieuw beginnen lijkt bij uitstek een onderwerp van de huidige tijd te zijn. Het idee van opnieuw beginnen is natuurlijk al bijna zo oud als de mensheid. Zo had bijvoorbeeld Aristoteles het al over de potenties van de mens en, zo voeg ik er aan toe, kent ook het Christendom, met dingen zoals bekering en vergeving, een belangrijk element van opnieuw beginnen.

Mogelijkheden
Maar anders dan in vroeger tijden hebben wij tegenwoordig vooral veel meer praktische mogelijkheden om opnieuw te beginnen: we leven langer in goede gezondheid en hebben veel meer middelen, zowel qua tijd en geld, als qua informatie en vrijheid.

Flexibel
We beginnen nu ook vaak meerdere malen opnieuw, zowel in relaties als in werk. Dit is al dermate normaal geworden, dat meermalen opnieuw beginnen ook noodzakelijk wordt, flexibilisering heet dat dan. Natuurlijk kan het leuk en goed zijn om nieuwe of andere dingen te gaan doen, maar vaak vergeten we (liever) de keerzijdes ervan. In bedrijven gaat de flexibiliteit bijvoorbeeld ten koste van loyaliteit en in relaties wordt nogal eens al te gemakkelijk voorbij gegaan aan gevoelens en verwachtingen van “achterblijvers”.

Verleden
Interessant vond ik ook dat prof. Huijer opmerkte dat het vroeger makkelijker was om radicaal met je verleden te breken. Je hoefde immers maar naar een andere provincie te verhuizen en wat foto’s te verscheuren en weg was je verleden. Tegenwoordig verzamelen we echter zo enorm veel data over onszelf dat we steeds moeilijker van ons verleden loskomen: zeker met internet lijkt uiteindelijk alles overal beschikbaar te komen…

Persoonlijk
En juist bij opnieuw beginnen speelt je verleden natuurlijk een grote rol. Alleen al omdat je het vaak helemaal anders wilt dan zoals het tot dan toe was. Maar loskomen van je verleden betekent ook dat je een groot deel van jezelf achter moet laten, wie je bent wordt immers voornamelijk bepaald door alles wat er sinds je geboorte met je gebeurd is. Je persoonlijkheid wordt door je verleden bepaalt.

Denkrichting
Wat mij tenslotte opviel, was dat prof. Huijer voor haar betoog diverse schrijvers en wetenschappers (o.a. Richard Sennett) aanhaalde en desgevraagd zei door de Franse filosoof Michel Foucault geinspireerd te zijn, maar dat diens leermeester, de Duitse filosoof Martin Heidegger, ongenoemd bleef. De meest fundamentele denkers blijven wel vaker ongenoemd, maar ik vind dat jammer omdat je dan niet ziet waar bepaalde denkrichtingen vandaan komen.

Liefde van vriendschap

Afgelopen zondag ben ik weer naar het filosofisch café in Amsterdam geweest. Dit keer ging het over liefde, in de zin van of je zeker kan weten of je van iemand houdt.

Verhelderend
Vantevoren was ik een beetje bang dat dit onderwerp misschien een wat al te sentimentele en romantische richting op zou gaan, maar dat viel alleszins mee. Het thema werd behoorlijk gestructureerd en daarmee verhelderend besproken.

Beinvloeding
Mijn eigen inbreng was dat ons huidige beeld van liefde zeker geen ”natuurgegeven" is, maar heel sterk bepaald is door onze cultuur, door het individualisme uit de jaren ’60 en door de Romantiek uit de late 18e eeuw. Voor die tijd was individuele of gevoelsmatige liefde nauwelijks of geen optie, of was heel erg geformaliseerd door de normen van de laat-middeleeuwse hoofse liefde.

Vriendschap
Discussieleider Dries Boele voegde daar later aan toe dat ook in de Griekse Oudheid men ons huidige begrip van liefde nog niet kende en dat in plaats daarvan vriendschap centraal stond. Zo onderscheidde de grote filosoof Aristoteles drie soorten vriendschap, namelijk vriendschap gebaseerd op:
– genot (seksuele relaties)
– wederzijds belang (zakelijke en familierelaties)
– de voortreffelijkheid van karakters (enigszins vergelijkbaar met ons huidige idee van zielsverwantschap)

Liefde
In de late Oudheid ontwikkelt het Christendom, op basis van de bijbel en de griekse begrippen agape en caritas, vervolgens een idee van onvoorwaardelijke en volmaakte liefde. De grote middeleeuwse filosoof Thomas van Aquino combineert dit vervolgens met de opvattingen van Aristoteles maakt daarbij het volgende onderscheid tussen:
– Liefde van begeren (een eenzijdige liefde jegens iemand)
– Liefde van vriendschap (een wederkerige liefde tussen twee mensen)
Deze laatste vorm van liefde houdt dan in dat je het beste wilt voor een ander, louter omwille van die persoon zelf.

Gebeurend
Tijdens het filosofisch café werden ook nog enkele teksten van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum behandeld, die stelde dat liefde zich ontwikkelt als een verhaal en dat "bewijzen" voor zulke liefde te vinden zijn in de aandacht die de geliefden in de loop van de tijd aan elkaar besteden. Liefde gebeurt dus, is een gebeuren en, naar analogie met Heideggers uitdrukking wereld wereldt, zou ik daarom willen zeggen: liefde lieft!

Deugd
Tenslotte was nog even de vraag of liefde nou een gevoel of een emotie is, maar daar kwam men niet zo  goed uit. Ikzelf bedacht me later dat liefde een deugd is, dat wil zeggen een goede gewoonte, een bepaalde levenshouding waaruit positieve handelingen volgen.
Deze gedachte lag eigenlijk voor de hand, want iedereen kent wel het rijtje "geloof, hoop en liefde", alleen weten de meesten niet meer dat dit traditioneel de drie goddelijke deugden genoemd werden!

Links
– Zie uitgebreider: Ik ben meer bij God dan bij mezelf

Evolutietheorie

Tijdens het filosofisch cafxc3xa9 van afgelopen week zondag ging
het over de evolutietheorie.
Iedereen heeft daar weleens van gehoord en de meeste mensen zullen daarbij meteen denken aan het idee dat mensen van apen afstammen.

Zo simpel is de evolutietheorie, voortgekomen uit het onderzoek van de Engelse bioloog Charles Darwin (1809-1882) echter niet, maar wel interessant genoeg om er hier iets meer over te vertellen…

Principes
De evolutietheorie gaat uit van 3 basisprincipes:
– Alle organismen kunnen meer nakomelingen produceren dan er in leven kunnen blijven
– Binnen een bepaalde soort vertonen alle soortgenoten een zekere mate van variatie
– Ten minste een deel van deze variatie wordt gexc3xabrfd door het nageslacht

Aangepast
Uit de combinatie van deze 3 principes volgt dat aangezien slechts een deel van alle nakomelingen in leven kan blijven, dit de varianten zullen zijn die het best zijn aangepast aan de veranderende lokale omstandigheden.

Voorbeeld
Concreet betekent dat, dat er van een diersoort altijd diverse varianten zijn. In de loop van vele generaties zullen dan alleen die varianten overleven die het best zijn aangepast aan hun omgeving of aan de veranderingen die zich daarin voordoen. En in de loop van miljoenen jaren kunnen zich dan op deze manier zelfs nieuwe soorten vormen.

Dit bovengenoemde proces heet de natuurlijke selectie en geldt voor alle organismen van 1 bepaalde soort, ongeacht sekse of leeftijd.

Binnen 1 bepaalde soort doet zich vervolgens de seksuele selectie voor, die bepaalt welk individu succesvoller is bij de voortplanting dan andere individuen.

Aantrekkelijk
Bij deze seksuele selectie hebben de individuen die het aantrekkelijkst zijn voor een partner, de grootste kans om nakomelingen te produceren en daarmee hun genen door te geven.
Dit verschijnsel zien we bijv. wanneer bij vogels de mannetjes met de mooiste veren of bij talrijke zoogdieren de sterkste of de snelste mannetjes het populairst zijn bij de betreffende vrouwtjes… 

Afstamming
Tenslotte nog het geval van de aap en de mens: veel mensen denken dat mensen van apen afstammen, mede omdat apen op het eerste gezicht net heel primitieve mensen lijken.
Zo is het echter op grond van de gangbare theorie niet gegaan. Mensen en apen hebben "slechts" eenzelfde voorouder: de aapmens. Uit diens nakomelingen ontstonden verschillende takken waaruit zich de verschillende apensoorten en uiteindelijk ook de mensen hebben afgesplitst.
En net zoals er bij de apen vele soorten zijn, zo waren er vroeger ook meerdere soorten primitieve mensen. Enkele mensensoorten zijn elkaar mogelijk zelfs tegengekomen, maar uiteindelijk heeft alleen onze soort, de homo sapiens, het overleefd…

Uiterlijk vertoon

Naar aanleiding van reacties op mijn vorige log, deze keer
weer een stukje met wat meer inhoud en diepgang dan de vrij oppervlakkige verslagjes van het banale vermaak van de afgelopen weekenden…

Inferieur
Nochthans gaat ook deze log over uiterlijk vertoon: in de heersende opvatting meestal gezien als het tegenovergestelde van innerlijke diepgang (waarover ik al eerder schreef) en daarmee als een meer inferieur en laag-bij-de-gronds fenomeen.

Tegenstelling
Iedereen kent wel het cliché van dat mooie meiden, opzichtige patsers, reguliersnichten en andere op uiterlijkheden gerichte types te dom zijn om tot 3 te tellen.
Daartegenover staat een nog vrijwel algemene bewondering en waardering voor mensen die een opleiding en/of studie hebben gedaan: hoe hoger hoe beter!

Historische ontwikkeling
Deze zo verschillende waardering van uiterlijkheden en innerlijkheden is het gevolg van een eeuwenlange ontwikkeling.
– Om niet te ver terug te gaan, begin ik met de Middeleeuwen, toen nagenoeg heel Europa katholiek was en er een redelijk evenwicht tussen vorm en inhoud werd nagestreefd. Nog steeds zien we dat in de Katholieke Kerk het innerlijke geloof nauw verbonden is met een grote vormenrijkdom en veel uiterlijke rituelen.
– In de 16e eeuw ontstond het Protestantisme, dat niets meer van (gezamelijke) rituelen moest hebben en eenzijdig de nadruk op het (individuele) innerlijke geloof, soberheid en eenvoud legde. En om zelf de bijbel te kunnen lezen werd het onderwijs ingezet.
– Met de Verlichting werd ook het innerlijke geloof overboord gezet en bleef enkel nog de innerlijke kennis over. Sindsdien namen onderwijs en wetenschap een ongekende vlucht, die zoveel technische en materiële vooruitgang bracht, dat de wetenschap bijna een moderne godsdienst is geworden, met wetenschappers als priesters en kennis als godsvrucht.

Grenzen aan de groei
Het is overduidelijk dat onderwijs, wetenschap en de daaruitvoortkomende kennis veel goeds hebben gebracht en een belangrijke functie in onze complexe samenleving hebben.
Maar de technische ontwikkelingen hebben ook keerzijdes, die steeds meer aan het licht komen in bijv. de milieuproblematiek…
Daarnaast kan kennis ook niet tot in het oneindige verspreid worden: lang niet iedereen is even intelligent of even geinteresseerd in complexe kennis.
Zo heeft men de afgelopen jaren al ingezien dat naast IQ (intelligentiequotiënt) ook EQ (emotionele intelligentie) en SQ (sociale of zelfs spirituele intelligentie) van belang zijn.

Oppervlaktes
Dat maakt het beeld gelukkig al minder eenzijdig, maar het blijft nog wel steken in innerlijkheden. Wat nog rest is de stap naar een positieve waardering van uiterlijkheden. Maar wat is er positief aan uiterlijkheden? Dat is toch alleen maar oppervlakkig en kan dus bedriegelijke schijn zijn?
Zeker, het is oppervlakkig, maar niet zomaar een oppervlakte – het is onze oppervlakte – van ons huidoppervlak tot het oppervlak van onze aarde! Mensen zijn immers een combinatie van lichaam en geest en dat weten we eigenlijk ook drommels goed…
Zijn het niet talloze materiële en uiterlijke zaken die ons leven niet alleen aangenaam, maar geregeld ook de moeite waard maken? Met name Nederlanders durven daar, door hun calvinistische verleden, vaak nog steeds geen positieve waardering voor uit te spreken. Gelukkig verandert dat wel, maar het gaat langzaam…

Positief
Wat is dan het belang van zo’n positieve waardering?
Ten eerste: als materiële uiterlijkheden per definitie louter negatief gewaardeerd worden, kan er ook geen onderscheid tussen mooi en minder mooi gemaakt worden. Met als gevolg dat er dan helemaal niets te doen valt tegen de vele troep en lelijkheid die er ook tussen zit…
Bovendien is dat onderscheid nodig omdat van mooie vormen en dingen een positieve invloed op mensen uitgaat, iets wat het waard is bevorderd te worden!
Voorts biedt het de hoognodige ruimte en waardering aan de mensen die beter met materiële als met immateriële dingen kunnen omgaan, aan mensen met praktische i.p.v. intellectuele vaardigheden.

Moraal
Want hoe vaak gebruiken mensen hun (vermeende) intelligentie niet om zich boven minder intelligente mensen te verheffen? Hoe weinig waardering is er niet voor eenvoudig handwerk? Hoe vaak wordt niet neergekeken op eenvoudige mensen die blij zijn hun materiële spulletjes, hun uiterlijk koesteren of van simpel vermaak houden?
Van eenvoudige mensen kunnen we lang niet altijd verwachten dat zij verfijnde intellectuele en culturele prestaties waarderen, maar andersom mogen we van de ontwikkelde mensen wel verwachten dat zij ruimte bieden voor hun andersbegaafde medemensen!
In die zin stelde de 17e eeuwse universele geleerde (homo universalis) Blaise Pascal dan ook dat uiterlijkheden ertoe dienen om de intellectuelen nederig te houden, om te voorkomen dat zij zich louter op basis van hun kennis als God almachtig wanen…

Universele moraal?

Gistermiddag ben ik weer naar het filosofisch cafxc3xa9 in Amsterdam geweest. Dit keer was de vraag- stelling of er een moraal voor iedereen mogelijk is. Dit naar aanleiding van het nieuwste boek van prof. Paul Cliteur, waarin gepleit wordt voor een "moreel esperanto", een moraal die voor iedereen, zowel gelovigen als niet-gelovigen geldt.

Religieus geweld
Cliteur heeft dit boek met name geschreven met het oog op fundamentalistische en extremistische gelovigen (en dan speciaal moslims), die geweld- dadig terrorisme plegen uit naam van hun geloof. Volgens Cliteur kennen de monothexc3xafstische godsdiensten (Jodendom, Christendom en Islam) een goddelijk-bevelselement, waarmee geweld tegen andersgelovigen gerecht- vaardigd kan worden.
Door middel van een "moreel esperanto", een autonome moraal die niet op een goddelijk bevel gebaseerd is, hoopt Cliteur zulke religieuze rechtvaardigingen voor geweld tegen te kunnen gaan. Hij beoogt een moraal die voor alle mensen geldt, die mensen verbindt, in plaats van scheidt…

Neutrale moraal?
Dat klinkt heel lovenswaardig, alleen ik denk dat Cliteurs ‘oplossing’ niet erg realistisch is, althans niet in de zin van het opstellen van een compleet neutraal ethisch programma. Zo’n niet-religieuze ethiek bestaat wel, Cliteur noemt zelf de voorbeelden van de utilaristische ethiek en de ethiek van Kant, maar het probleem daarmee is, dat we die niet gewend zijn en dat ze veel te complex zijn om alle mensen aan te leren (nog afgezien van het feit dat de ethiek van Kant nog strenger is dan die van het Christendom).

Traditie
Moraal is namelijk een complex geheel van gedragingen, verwachtingen, normen, waarden en idealen, dat in de loop van eeuwen is gegroeid en dat mensen zich geleidelijk aan eigen maken. De opvoeding speelt daarbij een belangrijke rol, maar moraal werkt daarnaast ook onbewust door in de menselijke gedragingen. Moraal kan daarom ook slechts geleidelijk veranderen en altijd voortbordurend op het reeds bestaande. Moraal is traditie – een kwestie van doorgeven.
Daarom lijkt het mij ook niet mogelijk om op korte termijn een compleet nieuwe autonome moraal in te voeren. De kunstmatige taal Esperanto, die ook voor iedereen bedoeld was, is immers net zo min van de grond gekomen…

Praktisch
Toch zien we dat er in de alledaagse omgang wel al zoiets als een universele moraal geldt: als mensen maar een beetje van goede wil zijn, dan kunnen ze in de praktijk vaak best redelijk goed met elkaar omgaan, ongeacht welke culturele of religieuze achtergrond ze hebben.
Centraal in deze onbewuste moraal staat het wederzijdse respect, respect voor elkaars geloofs- of levensovertuiging en voor elkaars culturele tradities. Als dat aanwezig is, dan hoeven we het niet over alles met elkaar eens te zijn, maar kunnen we vaak wel praktisch redelijk goed samenleven.

Gulden regel
Tijdens het filosofisch cafxc3xa9 werd opgemerkt dat dit misschien gebaseerd kan worden op het bekende "wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet", dat als ‘gulden regel’ zowel in de bijbel als in andere religies te vinden is.
Met deze regel is weinig mis, maar legt toch een wat te rechtstreeks verband tussen jezelf en de ander, waardoor je steeds de situatie van de ander met die van jezelf moet vergelijken, wat het onnodig theoretisch maakt.
Beter is daarom de klassieke Romeinse en in het Katholicisme overgenomen rechtvaardigheidsnorm "ieder het zijne geven" (unicuique suum), die zegt dat we iedereen dat moeten geven wat hem of haar toekomt en laat ons daardoor heel praktisch kijken naar de concrete situatie van de ander.

Theoretisch
Het probleem ontstaat vooral als het op hoger niveau komt en meer theoretisch wordt, bijvoorbeeld in de politiek en in de maatschappelijke en wetenschappelijke debatten. Dan ontstaat meestal de geijkte tegenstelling tussen niet-gelovigen en de strengere gelovigen.
Hoe voor de hand liggend die tegenstelling ook is, geloof ik niet dat we verder komen door het probleem bij het geloven of het niet-geloven te leggen, zoals Cliteur dus wel doet. Zoals ik in mijn eerdere log Individu vs. Gemeenschap heb betoogd, kan je deze kwestie namelijk beter filosofisch bekijken.

Evenwicht
Dan blijkt namelijk dat de tegenstelling niet zozeer is geloof versus geen-geloof, maar individualisme versus gemeenschapsdenken. Zo staan in de Westerse wereld de rechten van het individu voorop, maar overal daarbuiten vooral de plichten jegens de gemeenschap: de familie, de stam, de staat, de geloofs- gemeenschap.
Zowel de nadruk op alleen het individu en de rechten, als op alleen de gemeen- schap en de plichten, is te eenzijdig. Het gaat om een evenwichtige combinatie van rechten en plichten, van individu en gemeenschap.

Conclusie
Een universele moraal is dus mijns inziens zeker mogelijk, mits die voortborduurt op wat mensen onbewust praktisch al doen, voortborduurt op de bestaande morele tradities en een evenwicht tussen rechten en plichten, tussen individu en gemeenschap nastreeft. 

Toevallig!
Na wat gedronken en gegeten te hebben, ben ik aan het begin van de avond naar de Soho gegaan. Daar meende ik aan de overkant van de straat een bekend ge- zicht te zien, dus ik stapte er op af en het bleek inderdaad niemand minder dan mijn collega-weblogger Pasula te zijn!

Het Redelijke Beest?!

Deze maand is weer Maand van de Filosofie. Thema is deze keer "Het Redelijke Beest" over in hoeverre de mens ‘slechts’ een dier met verstand is, danwel een verstandelijk wezen met ‘slechts’ dierlijke neigingen…

Mens of dier
Vanuit de christelijke opvatting werd de mens als een uniek eigen wezen gezien, dat slechts zijn lichaam, en alle daarmee verbonden verschijnselen zoals driften en neigingen, met de dieren gemeen had.
Sinds de 19e eeuw wordt de mens, onder invloed van de evolutietheorie en de gedachten van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche, echter vaak gezien als een dier dat een stuk minder instinct, maar een stuk meer verstand heeft: een "nog niet vastgesteld dier", dat volgens Nietzsche telkens opnieuw moet bepalen wat hij precies is…

Vragen
Ook het filosofosch cafxc3xa9 in Amsterdam, waar ik gisteren weer bij was, sloot dit keer aan bij dit thema, namelijk met de vraag of en in hoeverre wij een een rede- lijk beest kunnen/moeten worden? Zijn wij bij onze geboorte al mensen of worden we dat pas wanneer we ons verstand gaan gebruiken? Kunnen we dat zelf of heb- ben we daar ook opvoeding en scholing voor nodig?

Bekering
De hedendaagse Franse filosoof Pierre Hadot laat bijvoorbeeld zien dat bij de oude Grieken opvoeding en scholing gezien werden als eerste stappen tot een bewustwording die moest resulteren in een heuse bekering, tot het verkrijgen van een dieper en hoger inzicht in het bestaan.
Deze filosofische bekering is later binnen het Christendom gecombineerd met de religieuze bekering tot de ene ware God, waardoor christelijke bekering altijd ook een zaak van het verstand behoort te zijn (en dus niet van het zwaard, zoals he- dentendage de Islam nog vaak predikt).

Gevoel
Vanaf de late 18e eeuw kreeg men echter een afkeer van verstandelijke bekering, opvoeding en scholing en ging men de nadruk steeds meer op het gevoel leggen: het moest allemaal een zaak van gevoel worden, wat goed voelde zou ook wel goed zijn. Zo werd het geloof steeds meer een kwestie van gevoel en werden op- voeding en onderwijs steeds speelser…
Zo speels dat kinderen nu vaak onhandelbare ettertjes zijn geworden, op school steeds minder echt onderwijs plaatsvindt en al teveel mensen zich vaak meer als dieren, dan als mensen gedragen…

Klassiek
Vandaar dat er de laatste 10 jaar steeds meer aandacht komt voor de klassieke vormen van opvoeding en onderwijs en men weer teruggrijpt op Griekse filosofen als Aristoteles om te kijken wat zij ons te zeggen hebben over hoe wij ons ver- stand kunnen gebruiken om onze dierlijke neigingen op een goede manier te con- troleren, zodat wij niet als dieren, maar als mensen met elkaar kunnen omgaan.