Masquerade

Het is weliswaar net een beetje te laat: het carna- val is afgelopen, maar toch kan ik het niet laten nog een log aan carnavalsmaskers te wijden.

Ik bedoel dan niet de goedkope vermommingen, bijv. in de vorm van een dier of een piraat, zoals je die bij elke feestwinkel kunt kopen, maar meer de echte traditionele maskers die vaak een joker of een nar uitbeelden.
Zulke maskers zijn vooral bekend van het carnaval in Venetixc3xab, maar zijn ook wel te zien bij de uitbundige Zuid-Amerikaanse carnavalsvieringen.

Dat soort maskers zijn vaak dermate mooi gemaakt en versierd, dat ze ook als wandver- siering worden gebruikt. Alszodanig zijn bijv. mooie exemplaren te vinden bij: Atelier Marega, Veniceshop, 1492 Imports en Masques en Folie.

Het gebruik van maskers in het algemeen is al bijzonder oud: denk aan het wereldberoemde grafmasker van de Egyptische farao Toetanch- amon of aan de maskers die gebruikt werden bij het antieke Griekse toneel.

Maskers zijn een uitbeelding van de mogelijkheid om je anders voor te doen, om een rol te spelen. Op die manier kunnen mensen een andere werkelijkheid crexc3xabren en loskomen van de materixc3xable werkelijkheid om hen heen. Dat is een wezenlijk aspect dat mensen van dieren onderscheidt.

Het spelen van een andere rol is ook de centrale betekenis van het carnaval: door vermomming, maar ook door alle mogelijke andere uitspattingen wordt de “omgekeerde wereld” uitgebeeld… een wereld waaraan men zich graag overgeeft, al was het maar voor een paar dagen per jaar.

De extravagantie en de ook erotische uitbundig- heid van carnaval worden doorgaans ook meer specifiek geassocieerd met de levensstijl van homo’s. Niet verwonderlijk dat carnaval in vroeger tijden, en in macho-maatschappijen als Zuid-Amerika nog steeds, xc3xa9xc3xa9n van de weinige gelegenheden was waarbij ook homo’s zich in het openbaar konden uitleven… en dan kwamen maskers om meer dan xc3xa9xc3xa9n reden van pas…

Gekunstelde kunst

Vanaf vandaag is in het Bonnefantenmuseum in Maastricht de tentoonstelling Extravagant, met als ondertitel Raffinement in devotie, te zien.

Deze tentoonstelling gaat over het Antwerps Manixc3xabrisme, een relatief onbe- kende stroming uit de schilderkunst, die even kort als heftig was en niet veel langer dan de eerste paar decennia van de 16e eeuw (ca. 1500-1530) duurde. Hoewel het Antwerps Manixc3xabrisme tamelijk op zichzelf staand was, past het qua kenmerken toch volledig in het Europese Manixc3xabrisme, zoals dat zich gedurende de 16e eeuw vanuit Italixc3xab over de diverse Europese landen verspreidde.

Altaardrieluik door de Haarlemse schilder Maarten van Heemskerck (1498-1574) Altaardrieluik door de schilder Maarten van Heemskerck (1498-1574)

Het Manixc3xabrisme kenmerkt zich door enorme uitbundigheid in kleur en detaillering in versiering, door gekunstelde en zelfs onnatuurlijke houdingen en geaffecteerde gebaren, door fantasierijke, exotische en bizarre kostuums en decors, door overdaad en een mix van stijlen. De uiterlijke vorm gaat hierbij ver boven de inhoud en de traditionele regels van de kunst. Manixc3xabristische kunst komt hierdoor expressief, extatisch, pathetisch en gekunsteld over, wat niet los gezien kan worden van de woelige en onzekere tijd die de 16e eeuw was…

Vanuit onze huidige opvatting van smaak en cultuur, zouden we het Manixc3xabrisme haast wel ‘nichterig’ kunnen noemen. Extravagante en kleurrijke uitdossingen, geaffecteerde manieren en exotische ensceneringen zijn immers dingen die doorgaans vooral met de stereotype homocultuur geassocieerd worden…

Het grote verschil is echter, dat de huidige homocultuur eerder als wansmaak geldt, terwijl in de stijl van het Manixc3xabrisme zeer gewilde kunstwerken werden vervaardigd, nota bene zelfs voor religieus gebruik in de kerk! Dat laat o.m. zien dat er toendertijd binnen het Katholicisme ruimte was voor uitingen, waar vele moderne mensen hun neus voor zouden ophalen…

Franse luxe

De afgelopen feestdagen zullen door veel mensen in de westerse wereld weer in tamelijk grote luxe zijn gevierd…

Staatsieportret van Lodewijk XIVHet grootste deel van wat heden- tendage als luxe geldt, zoals een weelderige inrichting met lambrize- ringen, kristal, kroonluchters, spiegels, fluwelen bekledingen e.d., maar ook een lifestyle met cham- pagne, haute cuisine, mode en diamanten juwelen, stamt uit de tijd van de Franse koning Lodewijk XIV (1638-1715), ook wel bekend als de Zonnekoning.

Deze machtige vorst maakte in zijn zeer lange regeerperiode Frankrijk tot dxc3xa9 toonaangevende grootmacht van Europa. Hij deed dit op alle mogelijke manieren, zowel door militaire veroveringen, bevordering van de economie, alsook door stimulering van kunst en nijverheid.

Dit alles werd letterlijk bekroond door een ongekend rijke en weelderige hofcultuur en dito verheerlijking van zijn persoon. Dat laatste kwam niet louter voort uit een egocentrische eigenwaan, maar had ook wel degelijk praktisch nut: de rijkdom, glamour en stijl van zijn hof had een enorme aantrekkingskracht op de adel, waardoor hij deze machtige concurrenten aan zijn persoon wist te verbinden.

Niet alleen in Frankrijk, maar in heel Europa werd de Franse hofcultuur van de Zonnekoning toonaangevend voor iedereen die erbij wilde horen. En tot op de dag van vandaag is Parijs hxc3xa9t centrum van haute couture (mode) en haute cuisine (kookkunst)…

Wie tenslotte denkt dat Lodewijk XIV, vanwege zijn voorliefde voor pracht en praal, maar een oppervlakkig iemand geweest moet zijn, die heeft het goed mis: hij was misschien geen groot intellectueel, maar wel een groot staats- man die wist wat hij wilde en hoe hij dat voor elkaar kon krijgen. Als mens was hij diepgelovig, plichtsbewust, hardwerkend en zeer innemend en charmant.

Waarschijnlijk heeft Lodewijk, juist door de manier waarop hij uiterlijke rijkdom voor zijn doeleinden wist in te zetten, beter begrepen wat zowel de waarde, als de onzin van het materixc3xable is, dan diegenen die daar met minachting op neerkijken…

Sinterklaas

Vanavond is het Sinterklaasavond, een mooie gelegenheid dus om eens te kijken naar enkele culturele achtergronden van deze traditie…

Zo oerhollands als Sinterklaas misschien overkomt, zo exotisch is zijn herkomst: hij is namelijk een combinatie van de katholieke heilige Sint Nicolaas en de Germaanse oppergod Wodan:

Sint Nicolaas
Sint Nicolaas was in de 3e eeuw de bisschop van het tegenwoordig in Turkije gelegen Myra. Om die reden draagt Sinterklaas nog steeds de kleding van een katholieke bischop: een witte albe als onderkleed, met daaroverheen een rode stola, koorkap en mijter, gecompleteerd door de bisschopsring en -staf.
Nicolaas van Myra is vooral bekend geworden als weldoener, die door zijn knecht geld bij arme mensen naar binnen liet gooien. Dit laatste zien we terug in het gebruik van het strooien van snoepgoed.
Door handelscontacten van Myra met Zuid-Italixc3xab, dat onderdeel was van het Spaanse wereldrijk, is men Sint Nicolaas gaan zien als iemand die uit Spanje kwam.

Wodan
De oppergod Wodan reeds volgens de oude Germaanse sagen op zijn achtbenige paard Sleipnir door de lucht. Dit zien we terug bij Sinterklaas die met zijn schimmel over de daken rijdt.
Wodan was echter wel iemand die met offers bedankt en tevreden gehouden moest worden. De Germanen legden daarom na de oogst voedsel bij de vuurplaats zodat Wodan die via het rookkanaal kon ophalen. Dit zien we terug in het gebruik van het ‘schoen zetten’ en het krijgen van marsepein in de vorm van geoogste groenten of geslachte dieren (varkens). Een speculaaspop komt zelfs van het gebruik om een pop te offeren in plaats van een mensenoffer dat in vroeger tijden voor Wodan werd gebracht!

Zwarte Piet
Reeds de bisschop van Myra had, als hoogwaardigheidsbekleder, een knecht en omdat Sinterklaas met Spanje geassocieerd werd en men daar vaak knechten uit Afrika had, werd ook de knecht van Sint Nicolaas als een moor voorgesteld. De kleding van Zwarte Piet is geheel volgens de spaanse mode uit de 16e eeuw: pofbroek, wijde mouwen en een baret met veer.
Omdat een moor er, zeker in vroeger tijden, exotisch en daarmee vreemd en beangstigend uitzag, sloot dat aan bij de Germaanse sjamanenfiguren en werd Zwarte Piet het symbool van het kwade, dat door het goede (Sinterklaas) getemd en onderworpen is. Toch verloochent Zwarte Piet door zijn vaak stoute en ondeugende gedrag zijn herkomt niet…

Muzieksmaak

Onlangs is in opdracht van MTV door Qrius en de Universiteit van Amsterdam een onderzoek gedaan naar de muzieksmaak van jonge mensen.

Daaruit is onder andere gebleken dat iemands muzieksmaak nauwelijks aan verandering onderhevig is. Als iemand in zijn tienerjaren eenmaal voor een bepaalde stijl heeft gekozen, dan zullen zij die heel lang aanhouden.

Jongeren lijken ook hun vrienden mede op basis van dezelfde muzieksmaak uit te kiezen. Opleidingsniveau speelt bij muziekkeuze nauwelijks een rol, hooguit dat hoger opgeleiden iets meer voorkeur voor elitemuziek en lager opgeleiden iets meer van dance houden.

Bij dit onderzoek is de populaire muziek verdeeld in 5 hoofdstijlen:

Pop
waaronder Top-40, Nederlandstalig en Smartlappen

Rock
waaronder Heavy metal, Punk/hardcore en Gothic

Urban
waaronder Rap, Reggae, Soul en R&B

Dance
waaronder House, Trance en Techno

Elite
waaronder Klassiek, Jazz, Blues, Soul, Smartlappen, Reggae en Wereldmuziek

Mijn eigen voorkeur gaat uit naar Pop en Dance, wat is jouw voorkeur…?

Europa – waarvandaan…?

Als het gaat om de herkomst van het woord Europa, dan wordt nagenoeg altijd verwezen naar de, daardoor inmiddels zeer bekende, Griekse mythe over de prinses Europa die door de oppergod Zeus ontvoerd werd.

De mytheEuropa op de stier
Volgens deze mythe was Europxc3xa9 een dochter van koning Phoinix (volgens een andere versie koning Agenor) van Tyron (of Sidon in het huidige Libanon). De Griekse oppergod Zeus was verliefd geworden op deze prinses en vermomde zich als een mooie stier om haar, op het strand van Fenicixc3xab te kunnen benaderen. Europxc3xa9 werd door de stier gefascineerd en ging op zijn rug zitten. Plots sprong toen de stier in het water en zwom, met Europxc3xa9 op zijn rug, helemaal naar het eiland Kreta. Daar naam Zeus weer zijn menselijke gestalte aan en had gedwongen gemeenschap met haar, met als gevolg dat zij een drieling ter wereld bracht.

Deze ongelukkige prinses Europxc3xa9 heeft echter niets met het huidige Europa te maken: zij stamde uit Fenicixc3xab en belandde op Kreta – allebei gebieden die in die tijd tot Azixc3xab gerekend werden.
De beroemde Griekse geschiedschrijver Herodotos schreef daarom reeds in de 5e eeuw voor Christus, dat het werelddeel Europa haar naam nooit aan deze aziatische prinses ontleed kan hebben.

De waarheid
Waar heeft Europa haar naam dan wel vandaan? Herodotos wist het niet, maar moderne wetenschappers gaan er tegenwoordig vanuit dat de naam Europa een geografische oorsprong heeft: in de oudste tijden was Europe in het gebied van Boxc3xb6tixc3xab tot aan Macedonixc3xab de naam van een aardgodin en kwam aldaar ook voor als plaats- en riviernaam. Nadat men eerst het noordelijke deel van Griekenland met de naam Europe is gaan aanduiden, werd dit vervolgens de naam voor het hele vaste land van Griekenland en uiteindelijk voor het hele Europese vasteland zoals dat door de Hellespont en de Bosporus van Azixc3xab en door de straat van Gibraltar van Afrika gescheiden was.

(zie ook de log ‘Europa – waarheen…?‘)

Spellingsregels

Gisteren heb ik al geschreven dat ik een hekel heb aan woordenboeken, zowel aan de ‘Dikke Van Dale’ als aan het ‘Groene boekje’. De reden voor mijn afkeer van het eerste boek heb ik gisteren al toegelicht. Nu zal ik iets nader ingaan op mijn afkeer van spellingsregels…

Groene boekje
De spellingsregels voor het Nederlands zijn vastgelegd in het zgn. ‘Groene boekje’. Officieel heet het de ‘Woordenlijst Nederlandse taal‘ en bevat de regels over hoe woorden in het Nederlands gespeld moeten worden. Dit boekje wordt uitgebracht door de Nederlandse Taalunie.

Dat ik een hekel aan spellingsregels heb, heeft ongeveer dezelfde reden als mijn hekel aan gewone woordenboeken: namelijk zulke regels in mijn ogen te vaak door allerhande betweters worden ‘misbruikt’ om goede sier te maken, danwel discussies te verstoren of in de door hen gewenste richting om te buigen.

Oorsprong
Heeft het in een gesprek attenderen op een andere betekenis van een woord nog een inhoudelijke kant, opmerkingen over de spelling zijn eigenlijk alleen maar een oneigenlijke stoorfactor. Voor de inhoud van een betoog is de spelling niet van belang. De spelling van woorden is tot in de 17e eeuw mede daarom altijd een kwestie van gewoonte geweest: men schreef zoals in de eigen omgeving gebruikelijk was.

Pas na die tijd kwam er een steeds dwingender spelling, met name doordat door de vorming van nationale eenheidsstaten de overheid een steeds grotere greep op het onderwijs kreeg en ter versterking van de nationale identiteit er zoveel mogelijk uniformiteit moest komen, onder andere ook in de spelling van de (zeer belangrijke) landstaal.

Internationalisering
Nu de nationale staten op veel gebieden langzaam maar zeker opgaan in grotere gehelen (Europese Unie, Venenigde Naties) en de traditionele nationale culturen zich vermengen met invloeden uit andere landen en met name uit Amerika, zien we ook dat in het Nederlands steeds meer woorden uit het Engels, maar sinds kort ook uit het Papiamento, doordringen. Bovendien gebruikt de jeugd voor contacten via Internet al een heel eigen taaltje, waarin haast meer (Engelse) afkortingen dan Nederlandse woorden voorkomen…

Uit de tijd
De strenge regels die het ‘Groene boekje’ ons wil opleggen zijn zo gezien dus toch wel uit de tijd… uit de tijd van de nationale eenheidsstaat, waarin de burger zich louter naar de nationale overheid had te richten. De moderne mens is inmiddels een stuk zelfstandiger, vrijer en internationaler georienteerd en hoeft zich, wat mij betreft, dan ook niet zo veel meer aan groene boekjes gelegen te laten liggen…

Over smaak…

Volgens het overbekende gezegde valt over smaak niet te twisten, want smaken verschillen… Daarmee wordt doorgaans bedoeld dat smaak iets zeer persoonlijks is en dat smaak per persoon dermate kan verschillen, dat een gesprek of discussie over welke smaak beter is bij voorbaat zinloos is.

Voor- en nadelen
Door niet over smaak te discussixc3xabren zullen enerzijds inderdaad veel meningsverschillen of zelfs ruzies voorkomen kunnen worden, maar anderzijds heeft dit tot gevolg dat ook minder mooie en smaakvolle vormen, kleuren en dingen worden gemaakt, tentoongesteld en/of verspreid omdat niemand daar wat van wil of durft te zeggen… bang misschien dat hij of zij wordt afgeserveerd met de bovengenoemde gezegdes…

Vreemd
Als we hier iets meer bij stilstaan, dan is het eigenlijk vreemd dat zoveel mensen in deze gezegdes (lijken) te geloven. Als we naar de praktijk van alledag kijken, dan blijken er immers vaak genoeg duidelijke meningen te bestaan over wat mooi, lekker, smaakvol of esthetisch verantwoord is. We hoeven daarvoor alleen maar te kijken naar de talloze tv-programma’s waarin inrichting, uiterlijk en levensstijl worden beoordeeld en gerestyled…

Groepsgevoel
Wat als smaakvol wordt gewaardeerd, verschilt namelijk niet zozeer per persoon, maar veel meer per maatschappelijke laag en sociale klasse, per generatie en per ontwikkelingsniveau. Zoals uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken, gaan mensen bij wat ze mooi vinden meestal af op datgene wat als mooi en smaakvol wordt gezien binnen de groep waar ze bijhoren c.q. bij willen horen.

Voorbeelden
Wat bepaalde groepen mooi vinden is ook niet geheel toevallig of willekeurig: mensen die bij de beter opgeleide en meer ontwikkelde klasse horen vinden over het algemeen meer complexe dingen (zoals klassieke muziek en literatuur, maar ook moderne dans en haute cuisine) mooier, beter of lekkerder; terwijl mensen uit de lagere sociale klassen over het algemeen een voorkeur voor eenvoudigere zaken hebben (zoals populaire muziek, spannende of romantische romans, showvoorstellingen e.d.).

Persoonlijke invulling
Bij de specifieke en concrete invulling van de groepsvoorkeuren komen wel meer persoonlijke kenmerken om de hoek kijken: zo blijkt dat bij sommige mensen het gehoor gevoeliger is, waardoor zij liever zullen kiezen voor muzikaal vermaak. Bij anderen is dan weer het gezichtsvermogen sterker ontwikkeld en deze mensen zullen dan een voorkeur voor meer visueel vermaak hebben. Ook iemands karakter en persoonlijke levensgeschiedenis spelen vaak een rol bij de concrete invulling van iemands smaak.

Universeel
De beroemde Duitse filosoof Emmanuel Kant (1724-1804) gaat nog een stap verder, maar maakt eerst een onderscheid tussen het aangename en het schone/mooie. Het aangename wordt bepaald door de smaak der zintuigen en kan daarom per persoon verschillen. Op deze smaak van het aangename gaat Kant niet verder in.
Waar het Kant om gaat is dat het aangename per persoon kan verschillen, maar het schone/mooie niet. Als wij iets mooi vinden, dan moet dat esthetische (smaak)oordeel, anders dan wanneer wij iets lekker of aangenaam vinden, voor iedereen gelden: wat ik mooi vind, zouden andere mensen ook mooi moeten vinden – anders is het kennelijk niet echt mooi…!
Volgens Kant is schoonheid namelijk iets dat alleen door met rede (verstand) begiftigde wezens kan worden ervaren. De rede doet ons de harmonie van bijv. de kleurenpracht van de natuur of de klankenrijkdom van een muziekstuk ervaren als een overeenstemming tussen wat wij ervaren (bijv. de natuur) en wat wij zouden willen (harmonie).
Als bij zo’n esthetisch oordeel het ervaren volledig met het willen samenvalt, dan is het object een doel op zich, is het louter het object dat de schoonheidservaring oproept. Het object is dan dus ook geen middel meer om andere doelen te bereiken, waarmee alle subjectieve belangen weg zijn gevallen.

Waarom?
Resteert de vraag waarom de gezegdes “over smaak valt te twisten” en “smaken verschillen” dan toch zo diep geworteld blijken, als we hebben gezien dat die relativiteit van smaak in de praktijk nogal tegenvalt en filosofisch misschien wel onzin is.
De meest voor de hand liggende reden is dat, zoals gezegd, met deze gezegdes onnodige disputen kunnen worden voorkomen. Maar er is waarschijnlijk meer: want door met genoemde gezegdes te schermen kunnen mensen die daar toe in staat zijn, hun eigen smaak, al is die nog zo lelijk, aanhouden, doordrukken of zelfs opleggen, kunnen zij mensen met een goede smaak de mond snoeren, kunnen zij zich aan het oordeel van deskundige critici onttrekken…

Het is goed als mensen verschillen en hun eigen oordeel en smaak hebben, maar het mag niet zo zijn dat de smaakverschillen als dekmantel worden gebruikt voor het recht van de sterkste…
Laat de schoonheid bevorderd worden… niet onderdrukt!