Hymnus Europae

Zoals wellicht bekend heeft “Europa” niet alleen een vlag, maar ook een volkslied. Tot nu toe was dat echter alleen een melodie, namelijk een gedeelte van de negende symfonie van Ludwig von Beethoven, ook wel bekend als de “Ode an die Freude”.

Deze melodie werd al in 1926 als Europese hymne gekozen door de Paneuropa-Unie, vervolgens in 1972 door de Raad van Europa en in 1985 tenslotte ook door de Europese Unie als Europees volkslied aangenomen.

Op de melodie van het Europese volkslied is nu ook een Latijnse tekst geschreven door Peter Roland, hoofd van de Europese Academie in Wenen, die er ook een website aan gewijd heeft: www.hymnus-europae.at.

De voorgestelde tekst op de muziek klinkt als volgt:

Hymnus Latinus Europae

Est Europa nunc unita
et unita maneat;
una in diversitate
pacem mundi augeat.

Semper regant in Europa
fides et iustitia
et libertas populorum
in maiore patria.

Cives, floreat Europa,
opus magnum vocat vos.
Stellae signa sunt in caelo
aureae, quae iungant nos.

Een Nederlandse vertaling van deze Latijnse tekst is:

Europa is nu verenigd,
en moge het verenigd blijven,
moge haar eenheid in verscheidenheid
tot wereldvrede bijdragen

Moge in Europa altijd heersen
vertrouwen en gerechtigheid
en de vrijheid van haar volken
in een groter vaderland.

Burgers, moge Europa bloeien,
een grote taak roept u.
Mogen gouden sterren aan de hemel
de symbolen zijn die ons verbinden.

De nieuwe Latijnse tekst voor het Europese Volkslied is nog maar een voorstel, dus is nog niet officieel alszodanig vastgesteld.

Advertenties

Westwerken en dichtwerken

Afgelopen zondag was ik wederom bij een poxc3xabziebijeenkomst in Utrecht. Dit keer was het de presentatie van de nieuwe dichtbundels van Maarten Das en Nanne Nauta, beide uitgegeven bij De Contrabas onder de titels Schuilkerk, resp. Kruissonnetten. Mede vanwege deze namen was als locatie gekozen voor de Utrechtse Nicolaxc3xafkerk.

Westwerk
Bij deze kerk viel mij al meteen op dat hij een Romaanse oorsprong had, maar dat hebben wel meer oude middeleeuwse kerken. Echter deze kerk heeft ook nog een zogeheten westwerk. Dat houdt in dat de westgevel van de kerk een apart gedeelte vormt en ook twee torens heeft. Zulke westwerken zijn in Nederland vrij zeldzaam geworden. Het bekendste en duidelijkste voorbeeld is waarschijnlijk de Onze Lieve Vrouwekerk in Maastricht.

Westkant
Het westwerk was een bijzondere combinatie van praktische en symbolische elementen, dat prachtig weergeeft hoe kerk en wereld in de middeleeuwen verbonden waren. Katholieke kerken werden altijd in oost-westrichting gebouwd (ge-orixc3xabnteerd). In het oostelijke deel stond dan het altaar, want in het Oosten kwam de zon (symbool voor Jezus Christus) op. Dit deel van een kerk gold daarom als de plek waar God aanwezig was.

Oostkant
Het tegenoverliggende westelijke gedeelte gold dan als de plek voor de wereldlijke heerser, die in de middeleeuwen kerk en geloof moesten beschermen tegen de duistere machten van de wereld (in het westen gaat immers de zon weer onder). Tegen de westgevels van kerken staan daarom dan ook torens met klokken – die werden geacht duivels en boze geesten af te schrikken.

Symboliek
Kerken met een westwerk geven deze symboliek van de westkant extra goed weer. Onder andere doordat het westwerk soms bijna een kasteel leek, als een sterke afweer tegen de boze buitenwereld. Binnenin het westwerk waren dan meerdere verdiepingen, met meestal een soort balustrade waarop de wereldlijke vorst daadwerkelijk aanwezig kon zijn om op verheven wijze de mis aan het altaar aan de oostkant van de kerk bij te wonen:


Balustrade aan de westkant van de Nicolaikerk,
waarop tegenwoordig een orgel staat

Dichtwerk
Tegenwoordig komt de band van kerk en wereld in de Nicolaxc3xafkerk alleen nog tot uiting in bijeenkomsten zoals bijvoorbeeld de presentatie van dichtbundels afgelopen zondag. Waar ik overigens niets aan wil afdoen, want het is in deze tijd al heel wat dat er weer dichters zijn die religieuze en bijbelse thema’s in hun gedichten (durven) laten doorklinken.

Voordracht
Bij de presentatie kwam dat bovendien mooi tot uiting met enkele gedichten van Nanne Nauta, die door het gezelschap Octagon werden voorgedragen op de manier van klassieke kerkmuziek. Maarten Das las enkele van zijn gedichten zelf voor en ook werden beiden nog ondervraagd over hun werk. Tot slot waren de nieuwe bundels uiteraard ook te koop en was er gelegenheid ze te laten signeren:


Maarten Das signeert zijn nieuwe bundel

Slot
Na afloop van de presentatie ben ik nog met de presenterende dichters en enkele andere gasten meegegaan om wat te drinken in het Louis Hardloopercomplex, een hippe bioscoop met eet- en drinkgelegenheid. Met Maarten, Nanne en diens vrouw hebben we daar tenslotte ook nog lekker gegeten.

Nieuwe Namen

Op internet gebruikt bijna iedereen een nickname: een zelfgekozen (bij)naam waaronder je deelneemt aan chats, fora en andere interactieve mogelijkheden.

Veiligheid
Het gebruiken van een nickname i.p.v. je echte naam is in de eerste plaats bedoeld voor je eigen veiligheid: omdat de hele wereld kan meelezen, is het beter dat niet iedereen je ook in het echte leven weet te traceren…

Presentatie
Daarnaast biedt een nickname ook de mogelijkheid om jezelf op een bepaalde manier te presenteren: met een mooie, grappige of verrassende naam, of eentje die weergeeft waar je van houdt of waar je voor staat. Extra vrolijke accenten worden vaak aangebracht middels de zogeheten Breezah-spelling.
Afhankelijk van waar je aan deelneemt, kan je desgewenst ook verschillende nicknames gebruiken: als uitingen van verschillende kanten van je persoonlijkheid misschien zelfs wel…

In real life
Mensen die elkaar via xc3xa9xc3xa9n van de vele interactieve toepassingen van internet leren kennen, kennen elkaar in eerste instantie alleen onder elkaars nickname. Dat gaat vaak zo ver, dat ook wanneer men elkaar later "in het echte leven" (in real life) leert kennen, men gewoon de internet-nickname blijft gebruiken…

Individu
Door internet zien we dus dat bij de jongere generatie de zelfgekozen namen (nicknames) in de plaats komen van de door hun ouders uitgekozen voornamen. Dit verschijnsel is op zich ook weer niet zo nieuw, aangezien officixc3xable voornamen altijd al vaak werden verbasterd tot roepnamen.
Deze voorkeur voor zelfgekozen namen is een uiting van onze tijd, waarin het individu en zijn eigen zelfexpressie op de voorgrond staan.
Nicknames worden vaak grafisch ondersteund door een avatar.

Familie
Nog een stapje verder van het individu verwijderd is de familie- of achternaam, die in principe via de vaderlijke lijn wordt doorgegeven. Sinds 1811 draagt elke Nederlander naast de voornaam ook verplicht zo’n familienaam.
Het gebruik van familienamen is echter al veel ouder en gaat in Nederland terug tot rond 1600. Met een familienaam drukte men uit dat men tot een bepaalde familie behoorde, een uiting van het feit dat in vroeger eeuwen de familie op de voorgrond stond.
Familienamen werden vaak grafisch ondersteund door een familiewapen.

Contrast
Het contrast valt soms direct op, als bijv. op een site als Hyves iemand zich flitsend en met onder een hippe nickname presenteert, maar je daarbij ook zijn of haar complete echte naam ziet: met een achternaam die soms direct doet terugdenken aan vroeger eeuwen…

Ontwikkeling
Zoals de familienaam de uiting was van het vroegere collectivisme waarbij de familie op de voorgrond stond, en de voornaam die van het gezin, zo zijn de vaak verschillende en vluchtige (internet-)nicknames de uiting van het hedendaagse individualisme, waarbij het individu zelf op de voorgrond staat.
Zie over deze ontwikkeling ook mijn eerdere log Individu vs. Gemeenschap.

Genealogie
Als deze ontwikkeling zich doorzet, dan zullen in elk geval de wat duurzamere nicknames ook in het kader van de genealogie in stambomen vermeld moeten gaan worden. Het zijn immers namen die van belang zijn om iemand te identificeren, net zoals de bijnamen dat waren in de tijd dat familienamen nog niet verplicht waren…

 

PaulHUzzz
Ikzelf gebruik op internet als nickname diverse varianten van Paul, zoals bijv. hier PaulHUzzz. Daardoor kennen veel mensen in real life mij ook als Paul, terwijl dat dus eigenlijk slechts een nickname is. Ik vind dat overigens helemaal niet erg: integendeel, ik heb die naam immers welbewust zelf gekozen!
Mijn nickname wordt grafisch ondersteund door mijn HU-logo, maar doordat ik daar het kruis uit mijn familiewapen in heb verwerkt, is dat in mijn geval net iets meer dan een louter individualistisch symbool…

Reclame

Veel mensen vinden reclame maar nix en willen bijvoorbeeld liever TV kijken zonder reclame-onderbrekingen. Ook proberen stadsbesturen de laatste tijd om reclame-uitingen in de stad tegen te gaan, omdat die het stadsbeeld zouden "vervuilen"…

Natuurlijk kan reclame soms best storend zijn, maar over het algemeen kijk ikzelf best graag naar reclame. Of het nu advertenties op papier zijn, of commercials op TV, ze zijn doorgaans allemaal prachtig vormgegeven, met veel geld, door de beste reclamebureaus, met de meeste creativiteit en met de mooiste modellen…

Dat laatste is ook niet onomstreden, want de mooie dames en heren van de reclames zouden veel minder mooie mensen afgunstig kunnen maken of jongeren een verkeerd wereldbeeld kunnen geven. Daar zit zeker wat in, maar anderzijds is het ook goed als we de wereld met mooie dingen een beetje mooier kunnen kleuren!

JumpStyle Dance

Een nieuwe rage onder de jeugd is op dit moment de JumpStyle Dance.
Deze dans/muziek is verwant aan de hardcore en daar hou ik op zich niet zo van, maar bij de JumpStyle zijn er elementen uit allerlei andere richtingen door gemixt, wat een frisse en levendige combinatie oplevert.
Als voorbeeld xc3xa9xc3xa9n van de talloze YouTube-filmpjes die er inmiddels al van zijn:

Kenmerken
De JumpStyle is eind jaren ’90 ontstaan in Belgixc3xab en is via Brabant naar Neder- land gekomen. In het begin het beschouwd als een variant het snellere en hardere Hardcore, maar al snel werd Jump een eigen stijl met een trager ritme (rond de 140bpm), vrolijkere melodiexc3xabn en sierlijkere danspassen, waardoor het ook wel wat wegheeft van breakdance en de kozakkendans!

Wie het zelf eens wil proberen kan tutorials vinden bij het YouTube-profiel van JumpingJob

Zie ook: www.jumpstyle.nl.nu

Rubens & Brueghel

Afgelopen middag ben ik naar de tentoonstelling Rubens & Brueghel samen in museum het Maurits- huis in Den Haag geweest.

Museum
Het Mauritshuis is een prachtig 17e eeuws pand, vlak naast het torentje van de premier bij het Binnenhof. Voor de gelegenheid van deze tentoonstelling was er een heel drijvend paviljoen op de Hofvijver geplaatst, met daarin de ingang en de catering voor de bezoe- kers.
Zoals bij dit soort grote tentoonstellingen gebruikelijk, was dat allemaal fraai uitgevoerd, alleen wat minder handig vond ik de bewegwijzering: mede door de externe entree werd het een heus doolhof om de geplande route te lopen…

Inrichting
De schilderijen waren te zien in zalen die behangen waren met stof in het ken- merkende barokmotief, waarover ik in een eerdere log al iets schreef. Naast de gelegenheidstentoonstelling waren op de eerste etage ook schilderijen uit de vaste collectie te zien, die net zo waren opgehangen als dat in vroeger eeuwen gebruikelijk was, namelijk naast en boven elkaar zodat de hele muur vol hing!

Thema
Het thema van de tentoonstelling was de bijzondere samenwerking tussen de Vlaamse schilders Peter Paul Rubens (1577-1640) en Jan Brueghel de Oude (1568-1625). Deze laatste moet niet verward worden met zijn vader, de nog beroemdere Pieter Brueghel de Oude.
Genoemde Rubens en Brueghel waren zelf topschilders, maar dat weerhield hen er niet van om ook samen schilderijen te maken, waarin elk van beide dat schil- derde waar hij het beste in was.
Een goed voorbeeld van wat voor schilderijen er te zien waren, is dit doek, dat echter door Brueghel alleen geschilderd is:


De intocht van de dieren in de Ark van Noach,
door Jan Brueghel de Oude, 1613

Schilderijen
Zulke afbeeldingen zijn vaak al heel mooi, maar in het echt zijn de schilderijen altijd nog veel mooier: de kleuren zijn zo diep, levendig en intens, dat dat in druk- werk of digitaal nooit zo mooi overkomt als in het echt.
Helemaal geldt dat voor de schilderijen op deze tentoonstelling, die stuk voor stuk een enorme kleurenpracht laten zien. Brueghel schilderde de natuur en de dieren met een uiterst gedetailleerde perfectie en Rubens de menselijke figuren (en een enkel groot dier) met de pompeuze kracht en vurigheid die zo kenmerkend is voor de barok (zie daarover mijn eerdere log Barock).

Mooi
Wat ik zelf ook heel mooi vond was de kenmerkende manier waarop Jan Brue- ghel zijn boslandschap schildert: de bomen zien er een beetje stripboekachtig uit, maar door zijn heel eigen blauwgroene kleur waarmee de bossen in de verte verdwijnen, gaat er een haast sprookjesachtige sfeer van uit…
Van de gespierde en wulpse mans-, resp. vrouwspersonen van Rubens ben ik nooit zo heel erg weg, maar ik moet wel zeggen dat het prachtig is hoe hij hun huid schildert alsof het van satijn is…