Boven en onder

Sommige dingen ervaar je als zo vanzelfsprekend, dat je er niet bij stilstaat, dat het ook anders kan. Bijvoorbeeld met huisnummers voor boven- en benedenwoningen.

Haarlem
Ik ben niet anders gewend dan dat een beneden- woning huisnummer 12 zwart heeft en de boven- woning dan nummer 12 rood. Dat blijkt echter typisch voor Haarlem te zijn, waar de cijfers naast de deuren van zulke huizen dan ook rood en zwart zijn.

Pas later kwam ik ander aanduidingen tegen, die je dan in eerste instantie niet meteen begrijpt:

Amsterdam
Zo heeft in Amsterdam een benedenwoning de aanduiding 12 hs (huis) en hebben de opeenvolgende bovenwoningen Romeinse cijfers achter het nummer: 12 I etc. Anders dan in bijv. Haarlem hebben de huizen in Amsterdam immers vaak veel meer bovenwoningen.

Utrecht
In Utrecht is het weer anders: daar heeft de benedenwoning een nummer zonder meer en wordt de eerste bovenwoning aangeduid als 12 bis. De volgende bovenwoning krijgt daar dan een hoofdletter achter: 12 bis A.

Tegenwoordig
Dit soort typische lokale aanduidingen kom je echter alleen tegen bij oude huizen. Voor nieuwe gebouwen worden ze niet meer gebruikt, maar wordt achter het huisnummer een hoofdletter gezet: 12 A etc. Dat was ook nodig vanwege de nieuwe vormen van kleine appartementsgebouwen.

Goed fout

Nadat ik al diverse keren filosofische cafe’s heb bijgewoond, ben ik gisteravond voor het eerst naar het historisch café geweest, dat werd gehouden in café P96 aan de Prinsengracht in Amsterdam. Ik ben hierheen gegaan op uitnodiging van mijn collega-weblogger Jan Dirk Snel, die het interview zou verzorgen.
Het programma van de avond was tamelijk uiteenlopend, maar laat zich toch goed samenvatten onder de titel die ik ook aan deze log heb gegeven: Goed fout. En zoals dat gaat wanneer goed en fout ter sprake komen, liep de discussie ook hier uiteindelijk behoorlijk hoog op…

Vrouwen
Wat mij aan het publiek van deze avond opviel, was dat er een redelijk normaal percentage vrouwen en meisjes aanwezig was, terwijl die bij de filosofische cafe’s steeds ver in de minderheid waren.
Mogelijk hangt dat samen met het feit dat vrouwen doorgaans meer associatief denken en mannen meer logisch/abstract. En bij filosofie is abstract denken onontbeerlijk, maar bij geschiedenis komt juist associatief denken goed van pas.

Verzet
De avond begon met een column door Gert van Klinken (docent kerkgeschiedenis in Kampen) over de omstreden verzetsvrouw Gezina van der Molen. Zij was een bijzondere, geleerde en gereformeerde vrouw (die bovendien, nota bene, een relatie met een katholieke vrouw had!), die in de Tweede Wereldoorlog o.a. veel Joodse kinderen heeft helpen onderduiken.
Na de oorlog kreeg zij echter ook veel kritiek omdat zij deze kinderen liever in protestants-christelijke gezinnen liet opgroeien, dan ze terug te brengen naar Joodse familieleden.
Van Klinken gaf aan dat het moeilijk is om hier een eenduidig oordeel over te geven, maar dat we ondanks haar mogelijke tekortkomingen, mensen zoals Gezina van der Molen toch niet kunnen missen omdat zij hun rug recht houden wanneer bijna alle anderen door de knieën gaan…

Geschiedenis
Het volgende onderdeel was een interview, door Jan Dirk Snel, met Frank Ankersmit (hoogleraar intellectuele en theoretische geschiedenis in Groningen). Diens enthousiaste en erudiete optreden was zeer interessant, maar zal voor menig historicus misschien wat te filosofisch zijn geweest.
Kern van Ankersmits betoog was dat we een beter begrip van de geschiedenis kunnen krijgen als we daarin helemaal kunnen opgaan, als we erdoor in vervoering raken. Middels zo’n sublieme ervaring kunnen we volgens hem direct toegang tot het verleden krijgen, zonder dat het door wetenschappelijke afstandelijkheid gefilterd wordt.
Dat is ook Ankersmits kritiek op de moderne geschiedbeoefening: die is in de afgelopen 150 jaar zo afstandelijk, rationeel, klinisch geworden, dat we de geschiedenis daardoor nauwelijks meer “aan den lijve” kunnen ervaren.

Subjectief
Ankersmit pleit dan ook voor een hernieuwde subjectiviteit: dat ook het subject, het individu, weer een plaats in de geschiedschrijving krijgt. Niet in de zin van dat iemand de geschiedenis subjectief bekijkt en beoordeelt, maar in de zin van dat de geschiedenis in en vanuit iemands hele persoon en ervaring resoneert en doorklinkt.
Nauw verbonden hiermee is dat historische ervaring volgens Ankersmit niet alleen door middel van kunstwerken, literatuur en muziek opgeroepen kan worden, maar ook door grote historische breuken, die in ons collectieve bewustzijn doorklinken.
Dit is een visie die veel overeenkomsten vertoont met die van de Duitse filosoof Martin Heidegger, die door Ankersmit zelf echter niet genoemd werd.

Goed fout
Na de pauze kwam tenslotte het meest spraakmakende onderdeel van de avond: een discussie tussen Peer Vries (historicus in Leiden) en Robert Lemm. Deze laatste is een zeer eigenzinnige en uitgesproken katholieke schrijver en historicus, die onlangs het boek “Goed fout. Relaas van een Spaanse falangist” publiceerde met daarin het levensverhaal van iemand die vocht aan de kant van de Spaanse dictator Francisco Franco (1892-1975).
Met dit boek wil Lemm laten zien dat de Spaanse burgeroorlog en de dictatuur van Franco in de praktijk een veel genuanceerdere beoordeling vereisen, dan tot nog toe steeds het geval is.

Links-rechts
Franco is iemand die als “fout” bestempeld wordt, maar Lemm vind dat onterecht. Hij geeft toe dat Franco de nodige misdaden heeft gepleegd c.q. laten plegen, maar vind niet dat hem dat per definitie een “fout” of “slecht” iemand maakt. Bovendien is zo’n beoordeling volgens hem erg hypocriet omdat de meeste mensen en bijna alle media tegenwoordig rechtse dictators per definitie fout noemen, maar met linkse dictators een stuk minder moeite hebben.
Zo noemde hij het voorbeeld van de onlangs overleden Chileens dictator Augusto Pinochet, die welhaast als monster wordt afgeschilderd, terwijl een linkse dictator als Fidel Castro doorgaans best acceptabel wordt gevonden… Wat de meer filosofische achtergrond van deze goed-fout beoordelingen is, wilde Lemm tot later bewaren…

Nuancering
Peer Vries gaf toe dat, wat Franco betreft, het niet aangaat om alleen hem “fout” te noemen, want diens linkse tegenstanders waren even gewelddadig en zouden, als zij aan de macht waren gekomen, een vergelijkbaar dictatoriaal bewind hebben gevestigd. Ook gaf hij toe dat in de literatuur en de media linkse dictators inderdaad vaak in een gunstiger daglicht staan, dan rechtse.
Voorts vond Vries dat je met kwalificaties als “goed” en “fout” eigenlijk nauwelijks iets verderkomt en dat het daarom de taak van de historici is om te kijken naar wat de oorzaken en achtergronden waren, die tot zulke vreselijke toestanden en misdaden hebben geleid.

Protest
Gek genoeg riepen juist deze nuanceringen door Peer Vries heftig protest van iemand uit de zaal op. Deze persoon leek te denken dat door die nuanceringen Franco als minder fout werd beoordeeld, en hij protesteerde steeds weer tegen de vergelijking tussen linkse en rechtse dictators, waardoor de discussie minder tussen Lemm en Vries, maar bijna tussen hen beide en die meneer uit de zaal leek te gaan!

Jammer
Hoewel dit het nodige leven in de brouwerij bracht, vond ik het jammer dat er geen plaats en tijd meer was om de verschillende van de avond met elkaar in verband te brengen. De positie van Gezina van der Molen had vergeleken kunnen worden met die van de Spaanse strijders en Robert Lemm is bij uitstek iemand die probeert de geschiedenis vanuit intense persoonlijke ervaringen te schrijven, zoals Ankersmit voorstaat.

Oorzaak?
Op het eind had Jan Dirk Snel gelukkig nog de tegenwoordigheid van geest om Robert Lemm te vragen wat nu volgens hem de achtergrond van de alomtegenwoordige voorkeur voor “links” is. Volgens Lemm ligt de oorzaak daarvoor in het feit dat linkse dictaturen steeds proberen een utopie, een paradijs op aarde te verwezenlijken. En dat is iets dat ons aanspreekt, omdat het appelleert aan onze eigen dromen en fantasiën.
Maar het gevolg van zulke linkse utopische gedachten is wel dat iedereen die niet in dat “plaatje” past, vaak meteen werd/wordt uitgeroeid. Rechtse dictaturen zouden daarentegen alleen maar een krachtige overheid in stand willen houden en alleen die mensen aanpakken die zich tegen het gezag keren.

Dictaturen
Dat is een gewaagde stelling, maar ik denk wel dat het klopt. Alleen zou ik het onderscheid niet willen leggen tussen linkse en rechtse, maar tussen utopische en realistische dictaturen.
Het onderscheid tussen linkse en rechtse dictaturen is namelijk niet altijd even makkelijk. Zo wordt het Hitlerregime doorgaans als rechts gezien, maar was het van origine (nationaal)socialistisch. Bovendien zie we tegenwoordig steeds meer dat ook rechts met utopiën komt, die ten koste van velen worden doorgedrukt… denk hierbij aan het extreme liberalisme en kapitalisme met hun blinde geloof in marktwerking en privatisering e.d….

Schaal
Dictaturen die zich baseren op utopische toekomstbeelden en in de gelegenheid komen om die in de praktijk te gaan verwezenlijken, hebben altijd tot de meest grote verschrikkingen geleid. Dictaturen die het echter alleen maar om een krachtig bewind en dingen als behoud van de status quo ging, waren ook wel wreed, maar meestal op minder grote schaal.
Ik denk dat ook Lemm het wel met dit iets andere onderscheid eens zou zijn, zeker wanneer we zien dat de beperkte dictaturen vaak een katholieke signatuur hadden (Spanje, Portugal, Zuid-Amerika), terwijl de grootschalige en alomvattende altijd louter ideologisch en anti-katholiek waren (Nazisme, Communisme).

Utopiën
Dit onderscheid tussen radicale en op utopiën gebaseerde plannen en een meer realistische en geleidelijke aanpak, vinden we al terug bij de Grieken, maar is in zijn huidige vorm ontstaan met de reformatie in de 16e eeuw – één van de grote historische breuken waar Frank Ankersmit aan refereerde.
Vanaf dat moment werden namelijk hemel en aarde, geloof en ratio, kerk en staat uit elkaar getrokken. Daardoor was de rationele wereldlijke staat er niet meer bij de gratie van het geloof in een God in de hemel en moest er een nieuw, louter wereldlijk doel worden gezocht. En dat werd gevonden in utopiën, in voorstellingen van hoe een ideale wereld eruit zou moeten zien. Hoe dat meestal afliep is hierboven al besproken…

Realisme
Daarentegen besefte men in de katholieke Middeleeuwen dat een ideale wereld slechts die in het Hiernamaals kon zijn. Het was dus zinloos, zelfs goddeloos, om te proberen het paradijs hier op aarde te forceren. Maar dat betekent niet dat middeleeuwers onverschillig waren, integendeel, om in de hemel te komen deden zij ook zoveel mogelijk aan naastenliefde e.d.
Je zou dus kunnen zeggen dat het uitzicht op de hemel de mensen aanspoorde om goed te doen, maar ze ervan weerhield om teveel goed te doen, want teveel is immers ook niet goed!

Burg Eltz

Door het unieke verleden van Duitsland (zie mijn eerdere log Heilige Roomse Rijk) zijn er daar altijd zeer veel adellijke families en kastelen geweest. Het bekendste Duitse kasteel is ongetwijfeld slot Neuschwanstein in Beieren. Maar hoe middeleeuws dat er ook uitziet, het werd pas eind 19e eeuw gebouwd door de roman- tische koning Ludwig II.

Een wel echt middeleeuws ‘sprookjeskasteel’ is de burcht (Burg) Eltz, dat aan een zijriviertje van de Moezel, iets westelijk van Koblenz ligt:

Geschiedenis
De bouw van dit kasteel begon in het midden van de 12e eeuw en was in zijn huidige vorm voltooid in het midden van de 17e eeuw.
Dat het kasteel zo smal en hoog is, komt doordat het eigenlijk een soort van middeleeuws flatgebouw is: het bestaat namelijk uit meerdere, tegen elkaar aan gebouwde ‘huizen’: de Rodendorfer, Rxfcbenacher en Kempenicher Hxe4user.
Hierin woonde telkens een andere tak van de familie en naarmate die groeide bouwde men het betreffende ‘huis’ hoger omdat de bergtop te smal was om in de breedte te bouwen.

Gemeenschappelijk
Het verschijnsel dat meerdere takken van een familie op 1 kasteel woonden kom je ook bij andere Duitse kastelen tegen. Het ontstond meestal als er meerdere erfgenamen waren, maar men het kasteel als één geheel wilde behouden. Elke zoon erfde dan een evenredig aandeel in het gebouw, waarin ze dan ook gingen wonen.
Dit ging vaak generaties lang door, waardoor uiteindelijk vele verre familieleden gezamelijk eigenaar van het ene voorouderlijke slot waren. In het Duits staat dit verschijnsel bekend als Ganerbschaft.
In het geval van de burcht Eltz waren drie takken, maar doordat er uiteindelijk twee takken uitstierven, kwam de gehele eigendom weer in één hand.

Familiebezit
Een andere bijzonderheid van de Burg Eltz is, dat dit kasteel nog nooit door een vijand veroverd of verwoest is en altijd, nu dus al zo’n 850 jaar, in handen van de grafelijke familie van Eltz is gebleven. De huidige graaf en eigenaar is – let op: dr. Karl Graf und Edler Herr von und zu Eltz-Kempenich genannt Faust von Stromberg !

Links
– Wikipedia-artikel: Burg Eltz
– Homepage: www.burg-eltz.de

Heilige Roomse Rijk

Deze log gaat niet over de (vermeende) rijkdom van de Rooms-Katholieke Kerk, maar over een rijk dat heilig en rooms genoemd werd en voluit het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie heette.

Dit rijk werd op 6 augustus 1806 opgeheven en dat is dit jaar dus precies 200 jaar geleden. Als gevolg van deze opheffing werd onder andere het vorstendom Liechtenstein onafhankelijk, waarover ik al eerder schreef.

Onbekend
Veel mensen zullen misschien nog nooit van het Heilige Roomse Rijk gehoord hebben, terwijl het toch al sinds de Middeleeuwen weliswaar niet het machtigste, maar toch wel het grootste en in elk geval meest tot de verbeelding sprekende Europese rijk was.
Zoals de bovengenoemde naam al aangeeft, was het huidige Duitsland de kern van het Heilige Roomse Rijk, waartoe vroeger echter ook nog (grote delen van) bijna alle huidige buurlanden behoorden (zie kaart).
Ook het huidige Nederland behoorde tot het Heilige Roomse Rijk, maar kreeg samen met het huidige Belgixc3xab in 1548 een onafhankelijke status. Voor de Noordelijke Nederlanden werd dit bij de Vrede van Mxc3xbcnster in 1648 nog eens apart bevestigd.


Het Heilige Roomse Rijk vergeleken met de huidige grenzen
(situatie medio 16e eeuw)

Verbrokkeld
Het Heilige Roomse Rijk was weliswaar extern veel groter dan het huidige Duitsland, maar intern was het enorm verbrokkeld. Het rijk bestond namelijk uit honderden kleinere en grotere gebiedjes die vaak feitelijk onafhankelijk waren.
Landen als Frankrijk, Engeland, Spanje en de Scandinavische landen groeiden al vanaf 1500 toe naar de nationale eenheidsstaten die ze tot op de dag van vandaag zijn gebleven. Duitsland werd echter pas in 1870 (of eigenlijk in 1918) een nationale eenheid. Een gecentraliseerde staat is Duitsland nooit geworden, het is nog altijd een federatie van tamelijk zelfstandige Bundeslxc3xa4nder.

Keizerschap
Aan het hoofd van het Rijk stond de keizer – niet zomaar een keizer, maar dxc3xa9 keizer! Deze heette de Rooms keizer, niet zozeer omdat hij Rooms-Katholiek was, maar omdat hij gold als de opvolger van de keizers van het Romeinse Rijk uit de Oudheid.
Anders dan de oude Romeinse keizers had de Rooms-Duitse keizer echter weinig macht. Maar omdat hij door de paus gekroond werd zagen de mensen hem als de wereldlijke plaatsbekleder van Christus, zoals de paus diens geestelijke plaatsbekleder was (en is). Hierdoor had de keizer wel een universeel gezag over heel de christelijke wereld, zoals de paus daarover het geestelijke gezag had.

Gekozen
Bijzonder was bovendien dat het Rooms-Duitse keizerschap niet erfelijk was, zoals in de meeste andere monarchixc3xabn het geval is. De keizer werd namelijk gekozen door de 7 keurvorsten, ongeveer net zoals de paus gekozen wordt door de kardinalen. Daarna werd de gekozene eerst in de Domkerk van Aken (later in Frankfurt) tot Duits koning gekroond en vervolgens in Rome door de paus tot Rooms keizer. Keizer Karel V was in 1530 de laatste die alszodanig door de paus gekroond werd. Daarna volstond men met de kroning in Duitsland, vooral omdat als gevolg van de Reformatie het gezag van de paus niet meer algemeen erkend werd.

Adel
De keizer had echter niet alleen te weinig macht naar buiten toe, ook intern is het hem nooit gelukt om een krachtig bestuur van de grond te krijgen. Daardoor konden allerlei leenmannen, grote en kleine edelen en zelfs geestelijke gezagsdragers zich ontwikkelen tot vergaand onafhankelijke machthebbers waar de keizer steeds minder invloed op had.
Hierdoor was het Heilige Roomse Rijk in de 16e eeuw komen te bestaan uit 7 keurvorstendommen, ca. 75 grote vorstendommen, hertogdommen en prinsbisdommen, ca. 150 kleinere graafschappen en heerlijkheden, ca. 80 rijksabdijen en -proosdijen, 85 rijkssteden en tenslotte nog een paar honderd rijksridders.

Vertegenwoordigd
De heersers van al deze gebieden werden tesamen de Rijksstanden genoemd en waren alszodanig vertegenwoordigd op de Rijksdag, waarin ze samenkwamen voor overleg met de keizer. Op een representatieve manier werden de Rijksstanden vaak afgebeeld door hun wapens op de dubbelkoppige adelaar van het rijkswapen te plaatsen, niet zelden met een kruisbeeld in het midden:


Een zgn. Quaternionenadelaar met daarop een kruisbeeld
en telkens 4 wapens van elke rijksstand

Parallellen
Het Heilige Roomse Rijk was dus een unieke constructie, die nauwelijks leek op de gecentraliseerde eenheidsstaten waartoe de meeste andere Euro- pese landen zich sinds de late Middeleeuwen ontwikkelden. Het Rijk was veel meer een verbond van kleine en piepkleine staatjes en was daarmee vergelijkbaar met huidige internationale organisaties zoals de Europese Unie of de Verenigde Naties.
Daarom kunnen uit de geschiedenis van het Heilige Roomse Rijk ook interessante lessen worden geleerd voor de problemen waar we tegenwoordig bij internationale samenwerking tegenaan lopen.

Bijzonderheden
Enkele interessante bijzonderheden die voortkomen uit de unieke structuur van dit Rijk en die tot op de dag van vandaag hun sporen hebben nagelaten zijn onder meer:

– De enorme rijkdom aan cultuur, die het gevolg is van het feit dat elke zichzelf respecterende vorst zich wilde omringen met schrijvers, dichters, componisten, toneelspelers, etc. Daardoor was er voor kunstenaars in Duitsland niet alleen relatief veel werk, maar ook relatief veel vrijheid, omdat als ze ergens in ongenade vielen, ze eenvoudig naar een andere beschermheer konden gaan.

– Een sterk rechtsbewustzijn doordat er al sinds begin 16e eeuw gerechtshoven op rijksniveau waren, waar ook gewone boeren en burgers terecht konden voor de bescherming van hun rechten en vrijheden. Hierdoor ontstond een typisch Duits patriottisme, waarbij het niet ging om de nationale eenheid, maar juist om de lokale verscheidenheid.

– Niet ondanks, maar dankzij het feit dat het Rijk een tamelijk archaxc3xafsch en hixc3xabrarchisch bestel was, was er relatief veel ruimte voor lokale en culturele eigen(aardig)heden. Zo waren er bijvoorbeeld gebiedjes die alleen door vrouwen bestuurd konden worden. Dat waren dam
eskloosters met aan het hoofd een abdis, die "regeerde" over de vaak uitgestrekte bezittingen van de abdij en alszodanig zelfs zitting had in de Rijksdag!

Links
– Herdenkingstentoonstellingen: www.dasheiligereich.de
– Idem over de keurvorsten: www.kaisermacher.de
– Diverse teksten en links: www.altes-reich.de
– Informatie op www.uni-muenster.de

Sinterklaasavond

Vanavond is Sinterklaasavond, de avond dat veel mensen in Nederland en België Sinterklaas vieren en door deze Goedheiligman met geschenken bedeeld worden.

Hoewel veel kinderen vaak denken dat Sinterklaas daarom ook vandaag, 5 december jarig is, weten anderen dat zijn echte verjaardag pas morgen, 6 december is. De viering van de verjaardag van Sinterklaas vindt dus plaats op de avond ervóór, de vooravond geheten.

Een feest op de vooravond vieren kent iedereen ook van kerstavond op de avond vóór eerste kerstdag en met name katholieken kennen het ook van de carnavalsviering op vastenavond, de dag vóór aswoensdag en van de paasnachtviering vóór Pasen.

Daarmee is al meteen aangegeven waar dit gebruik vandaan komt: namelijk uit het Katholicisme waarin men belangrijke feestdagen al begon te vieren met een mis of een gebedsbijeenkomst op de avond voorafgaand aan de eigenlijke feestdag. Deze voorafgaande vieringen werden ook wel vigilies genoemd.

Dit katholieke gebruik gaat tenslotte weer terug op het Jodendom, waarin de dag niet zoals bij ons om middernacht begon, maar al met de daaraanvoorafgaande zonsondergang. Joodse feesten beginnen daarom ook altijd met de zonsondergang vóór de dag waarop het feest volgens onze dagindeling valt.

(Zie voor meer achtergronden over Sinterklaas mijn eerdere log Sinterklaas)

Canon van Nederland

Net nadat ik eergisteren zelf een log over de grote lijnen van de Europese ge- schiedenis had geschreven, is vandaag de zgn. Canon van (de geschiedenis van) Nederland gepubliceerd.

Canon
Ondanks dat dit overzicht bedoeld is om onze geschiedenis meer bekendheid te geven, heeft men in de titel vreemd genoeg een woord gebruikt dat heel veel mensen niet zullen kennen: canon…
Het woord canon komt uit het Latijn en betekent "regel" of "richtsnoer" en is in kerkelijke kringen wel bekend van de Canon van de Heilige Schrift: de lijst met uit welke boeken de Bijbel bestaat, en van het Canoniek Wetboek, waarin de regels van de Katholieke Kerk staan.
De Canon van de Nederlandse geschiedenis is dus een richtlijn voor wat een ieder van onze historie zou moeten weten.

Karel V
Het eerste waar ik bij historische overzichten e.d. altijd als eerste naar kijk, is hoe keizer Karel V er in voorkomt. Hoe hij ergens wordt afgeschilderd is namelijk een vrij goede indicatie voor hoe gekleurd of zelfs bevoor- oordeeld een bepaald overzicht is…
Karel V (1500-1558) heeft namelijk een heel belangrijke rol gespeeld, niet alleen in de Europese, maar met name ook in de Neder- landse geschiedenis. Een rol die latere geschiedschrijvers vanuit resp. protestants, nationalistisch en athexc3xafstisch oogpunt vaak hebben verdoezeld of zelfs verdraaid…
Maar gelukkig is Karel V in de Canon opge- nomen en geeft de ondertitel "De Nederlanden als bestuurlijke eenheid" redelijk goed aan wat hij bereikt heeft, namelijk dat hij niet alleen een afgeronde eenheid heeft gemaakt van de gebieden die tegenwoordig de Benelux vormen, maar dat hij voor deze nieuwe eenheid ook maximale onafhankelijkheid en soevereiniteit heeft weten te verkrijgen!

Grondwet
Heel goed vind ik dat er bij de beschrijving van de Grondwet wordt vermeld: "Bij die grondrechten gaat het dus niet om rechten die de burgers onderling xe2x80″ xe2x80x98tegenover elkaarxe2x80x99 xe2x80″ hebben, maar om het recht van burgers op hun eigen leven zonder dat de staat zich met hun opvattingen en levenskeuzes bemoeit."
Het is namelijk een veel te wijd verbreid misverstand dat de grondrechten, en dan met name het verbod op discriminatie, tussen burgers onderling zou gelden. Dat gewone burgers onderling elkaar dus niet zouden mogen discrimineren omdat dat in de Grondwet zou staan… Nonsens dus, want de Grondwet geeft alleen regels waaraan de staat, de overheid zich dient te houden. Regels waar gewone burgers zich aan moeten houden staan in de gewone wetten (in geval van discriminatie de Algemene Wet Gelijke Behandeling)!

Overig
Voor het overige zijn de 50 onderwerpen van de nieuwe Canon naar mijn idee redelijk goed gespreid in de tijd (hoewel liefst 1/5 met de Gouden Eeuw verbon- den is) en vormen zij een goede mix van politiek, religie, kunst en wetenschap. De beschrijvingen zijn behoorlijk objectief, genuanceerd en plaatsen de onder- werpen in breder kader. En gelukkig heeft men er geen al te politiek correcte onderwerpen in gepropt….

Poster
Zie hier de canon in postervorm (te downloaden op www.entoen.nu):

Grote lijnen

Net zoals door jezelf opgedane ervaringen leerzaam zijn voor je latere leven, zo zijn ook ervaringen uit de geschiedenis van de mensheid leerzaam voor onze gezamelijke toekomst.

Geschiedenis
In de geschiedenis kan je kijken naar bepaalde gebeurtenissen die lokaal en in korte tijd plaatsvonden, maar ook naar ontwikkelingen die zich op grotere schaal en op langere termijn voordeden.
Zowel de kleine gebeurtenissen als de grote ontwikkelingen uit het verleden kun- nen heel leerzaam zijn voor nu en later.
Want we zijn er in de afgelopen eeuwen in technische en wetenschappelijke zin dan wel enorm op vooruitgegaan, qua sociaal en politiek samenleven is er niet bijzonder veel veranderd, dat is al de eerste les die de geschiedenis ons leert!

Hier in deze log wil ik even kijken naar een paar grote lijnen, enkele ontwikke- lingen die zich in de afgelopen 2000 jaar op Europese schaal hebben voorgedaan:

Romeinen
Zo’n 2000 jaar geleden werden grote delen van het huidige Europa beheerst door het Romeinse Rijk, dat zich uitstrekte van Engeland tot Egypte. Wat nu Neder- land is lag precies op de Noordgrens van dit machtige wereldrijk.
Het Romeinse Rijk was niet alleen zeer uitgestrekt, het was ook relatief hoogont- wikkeld: er was onder andere vrije handel, 1 munt, een prachtig wegennet, een zeer goed georganiseerd staatsbestel en dito rechtstelsel, er was behoorlijke welvaart, men kende vele luxegoederen en ook op sexueel gebied was veel mogelijk…
– Per saldo dus een uitgangssituatie die de nodige overeenkomsten met de huidige tijd vertoont

Germanen
In de 5e eeuw ging het Romeinse Rijk echter ten onder en viel het uiteen in diverse Germaanse koninkrijken, zoals dat van de Franken, de Saksen en de Angelsaksen, de Visigoten en de Ostrogoten.
Deze rijken waren niet zo goed georganiseerd als het Romeinse Rijk, maar diverse Romeinse verworvenheden bleven behouden, niet in de laatste plaats bij de geestelijkheid en in de kloosters.
Rond 800 werden de meeste van deze rijken opgenomen in het grote Frankische rijk van de beroemde koning en later keizer Karel de Grote.
– Per saldo dus een poging tot behoud van eenheid

Chaos
Het grote rijk van Karel de Grote hield echter niet lang stand: het werd eerst verdeeld onder zijn drie zoons, maar hun opvolgers bleken niet in staat om hun koninklijke gezag te handhaven. Machtige leenmannen (overheidsfunctionarissen) trokken zich weinig van het centrale gezag aan en begonnen meer en meer aan hun eigen belangen te denken: hun publieke macht werd geprivatiseerd.
Toen rond het jaar 1000 de Noormannen (of Vikingen) langs de gehele Europese kust dood en verderf kwamen zaaien was de chaos compleet: van enig effectief centraal gezag was geen sprake meer, van de eens zo hoogstaande Romeinse cultuur was hooguit in de kloosters nog iets terug te vinden…
– Per saldo dus versnippering

Edelen
In het begin van het eerste millennium zag je in Europa, naast boeren en wat kloosters, de edelen: machtige heren, niet in de verheven zin zoals wij heden- tendage de adel zien, maar als roofridders, als gangsterbazen zoals bij de maffia! Alleen zij hadden paarden en zwaarden, die ze echter vooral gebruikten voor eigen gewin. En net zoals het tegenwoordig in de economie gaat, ging het ook toen: wie sterker was, die slokte de zwakkere op en werd daardoor nog sterker.
Brute macht is even leuk, maar put op langere termijn alle betrokkenen uit. De Kerk ging daarom bij de steeds machtiger edelen aandringen op een fatsoenlijk gebruik van hun macht, op bescherming van tenminste vrouwen en kinderen, weduwen en wezen.
Geleidelijk aan had dit succes en werden de edelen hoofser, beschaafder, zelfs zo dat adel uiteindelijk synoniem werd voor beschaving!
– Per saldo dus opeenhoping van macht

Staatsvorming
Maar ook beschaafde leiders moeten aan hun belangen denken. Het proces van vergroting van de macht was daarom nog lang niet ten einde. Tegen het eind van de Middeleeuwen, rond het jaar 1500, begonnen de grootste en machtigste edelen met het vormen van nationale staten: grote afgeronden gebieden waarin de vorst alle macht en alle rechten had.
Daartoe werden kleinere en lagere edelen niet meer met grof geweld, maar op inmiddels wat beschaafdere wijze opgeslokt, namelijk door ze als ambtenaar in dienst te nemen. Dit was de basis voor de latere overheidsbureaucratixc3xabn.
– Per saldo dus verdere opeenhoping van macht

Reformatie
Een storende factor bij deze staatsvorming was de (Rooms-Katholieke) Kerk, die immers ook veel macht had, maar vanuit Rome door de Paus werd bestuurd. Ook de machtsmid- delen van deze Kerk wisten veel vorsten in handen te krijgen en wel door via de reformatie uit de Katholieke Kerk te stappen en voor hun gebied een door hen zelf geleide staatskerk in te stellen: de Anglicaanse, Lutherse en hervormde kerken.
Maar ook in katholiek gebleven landen trokken de vorsten de kerkelijke zaken naar zich toe, zodat rond 1700 Europa voor het grootste deel uit redelijk afge- ronde staten bestond, waarin aan de koning alle wereldlijke xc3xa9n ook de nodige geestelijke macht toekwam (wat cultureel tot uitdrukking kwam in de Barok).
– Per saldo dus nog verdere opeenhoping van macht

Totalitair
Na de scheiding van kerk en staat rond 1800 verloren de vorsten eerst hun invloed op religieuze zaken om vervolgens nog geen 50 jaar later hun macht aan min of meer democratisch gekozen regeringen te moeten afstaan. Deze verschuivingen aan de top verhinderden echter niet dat de overheden steeds grotere bureaucra- tixc3xabn werden en na een korte "nachtwakerstijd", in de 20e eeuw bijna de gehele verzorging "van wieg tot graf" op zich namen. In communistisch Rusland en nazistisch Duitsland leidde dit tot een totalitaire staatsdictatuur, die alle aspecten van het leven wilde beheersen, maar gelukkig werden verslagen door de Verenigde Staten en hun geallieerden.
– Per saldo werd hiermee de grootst mogelijke machtsconcentratie bereikt

Globalisering
Mede door de spectaculair toegenomen communicatie- en vervoersmogelijkhe- den, trad tegen het eind van de 20e eeuw een steeds sterker wordende globali- sering op: handel, communicatie en media en entertainment zijn niet meer aan grenzen gebonden, de wereld wordt een dorp!
Gevolg daarvan is wel dat de effectieve macht van de nationale overheden snel afneemt, hoezeer ze hun greep op de economische en culturele machten ook proberen vast te houden…
Omdat de globalisering veel mensen te ver gaat en zelfs angst inboezemt, zien we dat als tegenreactie kleinere verbanden meer aandacht krijgen: zaken als leefbaarheid in de buurt, maar ook internetcommunities zijn daar voorbeelden van.
– Per saldo dus hernieuwde versnippering

Conclusie
Ik ben nu met hele grote stappen door de Europese geschiedenis gegaan om te laten zien dat er in de afgelopen 2000 jaar een ontwikkeling te zien valt die loopt van het uiteenvallen van de Romeinse eenheid, via een totale versnippering in de Middeleeuwen, naar een bijna volledige machtsconcentratie in de nationale staten.
Die machtsconcentraties zijn in
middels voorbij en ook de grotere verbanden zoals de Europese Unie of de wereldwijde Amerikaanse cultuur zullen niet meer zulke alomvattende macht krijgen als de staten eens hadden.
Voor de toekomst zullen we dus rekening moeten houden met verdere versnippe- ring… hoe dat meer concreet kan uitpakken kunnen we zien als we terugkijken in het verleden…

Barmhartige banken

Een paar dagen geleden stond in de krant dat een Italiaanse bank haar verze- keringstak mogelijk aan het Nederlandse verzekeringsconcern Aegon of aan de Belgisch-Nederlandse bankverzekeraar Fortis zal verkopen.
Nu is dat op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat de betreffende Italiaanse bank de Banca Monte dei Paschi di Siena is: de oudste nog bestaande bank ter wereld!

Siena
De Banca Monte dei Paschi di Siena is tegenwoordig, met 1211 filialen, de op vijf na grootste bank van Italixc3xab en is opgericht in de stad Siena in 1472. Aldaar zetelt zij in het prachtige middeleeuwse Palazzo Salimbeni:


De zetel van de Banca Monte dei Paschi di Siena

Barmhartigheid
Aan de naam valt nog af te lezen dat deze bank oorspronkelijk een zgn. monte di pietxc3 (Latijn: mons pietas) was, letterlijk een "berg", maar eigenlijk een "som geld van barmhartigheid".
Een monte di pietxc3 was een instelling die in de 15e eeuw in veel Italiaanse steden bestond en die geld uitleende tegen onderpand en/of tegen geen of slechts een heel lage rente. Het kapitaal van deze instellingen werd verkregen door liefdadige giften. Op deze manier konden ook minderbedeelde mensen aan geld komen en hoefden zij zich bij financixc3xable problemen niet te wenden tot de vaak Joodse bankiers die geld leenden tegen woekerrentes.

Nederlanden
Dit concept bleek een succesformule, die ook in andere streken van het toen- malige Europa veel navolging kreeg. In de Nederlanden werd de eerste chari- tatieve bank geopend in 1534 in het Vlaamse Ieper. Er was toendertijd veel weerstand tegen de zgn. Lombarden: bankiers uit Noord-Italixc3xab die het monopolie op het uitlenen van geld hadden, maar door hun woekerrentes veel (financixc3xable) ellende veroorzaakten.
Onder Filips II probeerde de Nederlandse overheid deze Lombarden te reguleren, onder meer met plannen om in veel plaatsen een monte di pietxc3 op te richten. Door de Opstand van de Noordelijke gewesten kwam daar aanvankelijk niet veel van terecht. Pas in het begin van de 17e eeuw werden in de Zuidelijke Neder- landen onder aartshertogin Isabella vele van deze liefdadige banken opgericht. Zij staan bekend als "bergen van barmhartigheid". In de Noordelijke Nederlanden werden, onder de naam Bank van Lening, vergelijkbare instellingen opgericht door de stedelijke overheden.


Het gebouw van de vroegere Berg van Barmhartigheid in Gent

Sindsdien
Nadien is het professioneel geldlenen allengs overgenomen door commercixc3xable banken en werd het lenen op onderpand van roerende goederen overgelaten aan particuliere pandhuizen en lommerds (afgeleid van Lombarden!).
In Brussel bestaat er echter nog een oorspronkelijke, in 1618 opgerichte Berg van Barmhartigheid / Mont de Piete en in Amsterdam de in 1614 opgerichte Stads- bank van Lening.
Een nieuwe vorm van deze eeuwenoude praktijk van (liefdadigheids)gelden tegen zeer gunstige voorwaarden uitlenen is het zgn. microkrediet. Dat zijn kleine leningen die door speciale kleine instellingen worden verleend aan mensen met weinig middelen, voornamelijk in de Derde Wereld. Dit microkrediet is breder bekend geworden doordat de Nederlandse prinses Maxima en Belgische prinses Mathilde zich hiervoor inzetten. Vanuit de kerken wordt microkrediet aangeboden onder de naam Oikocredit.

Liechtenstein 200 jaar

Vandaag bestaat het ministaatje Liechtenstein 200 jaar!

Liechtenstein telt ca. 34.000 inwoners op een oppervlakte van 160 km2, ingeklemd tussen Oostenrijk en Zwitserland. De hoofdstad, of beter gezegd hoofdplaats is Vaduz, wat tevens de residentie is van de regerende vorst Hans Adam II (hoewel zijn pas 38-jarige zoon Alois in zijn naam de praktische rege- ringstaken waarneemt).

Sprookje
Net als andere ministaatjes spreekt ook Liechtenstein vaak erg tot de verbeelding en stellen mensen het zich als een soort sprookjesland voor. In dit geval is dat ook wel terecht: het is prachtig gelegen in het door besneeuwde bergtoppen om- ringde dal van de bovenrijn.
Dit maakt Liechtenstein tot een geliefd vakantieland en ski-oord, zij het ofwel voor dagjesmensen (want groot is het natuurlijk niet), ofwel voor de wat rijkeren (want goedkoop is het ook niet). De munteenheid is namelijk de Zwitserse Frank. Daarnaast heeft Liechtenstein met Zwitserland ook de typerende degelijkheid gemeen en met Oostenrijk de hoffelijkheid.

Vorst
Aan het sprookjes-imago wordt vooral ook bijgedragen door het feit dat Liechten- stein nog door een vorst uit een oeroud geslacht geregeerd wordt, die zetelt in een prachtig, hoog boven Vaduz gelegen middeleeuws kasteel.
En het sprookje wordt gecompleteerd door de grote rijkdom van land en inwoners, iets dat vooral te danken is aan de vele zgn. brievenbusfirma’s die in Liechten- stein gevestigd zijn vanwege de bijzonder lage belastingen.

Het vorstelijke kasteel boven Vaduz

Overblijfsel
Liechtenstein is de enige Duitstalige monarchie en daarmee het laatste overblijf- sel van de meer dan honderd kleine en grote vorsten die er vroeger in het Duits- talige gebied waren.
Tot 1806 viel het grondgebied van het huidige Duitsland, Oostenrijk, Tsjechixc3xab en het westen van Polen onder het Rooms-Duitse Rijk, officieel het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie geheten. Dit Rijk was een conglomeraat van ruim 300 (!) grote, middelgrote, kleine en piepkleine landjes die zowel door wereldlijke vorst- en, hertogen en graven, alsook door geestelijke vorsten, zoals bisschoppen en abten geregeerd werden.
Daarnaast waren er ook nog zgn. Rijkssteden met een grote mate van autono- mie. Dit hele complex stond onder leiding van de Rooms-Duitse Keizer, die zo heette omdat hij werd gezien als de opvolger van de Romeinse keizers.
Aan dit Rijk kwam in 1806 een eind toen vele van genoemde gebieden zich aan- sloten bij de Rijnbond en zich daarmee onttrokken aan het gezag van de Keizer. Op 12 juli 1806 ondertekende ook de vorst van Liechtenstein dit verdrag, waarmee Liechtenstein nu 200 jaar een soevereine staat is.

Verbondenheid
Waarschijnlijk is Liechtenstein meer dan welk ander land verbonden en verweven met haar vorstelijke familie.
Ten eerste is het bijna altijd zo dat vorsten vroeger de naam van hun land als familienaam aannamen. Bij Liechtenstein is het precies omgekeerd: in de middel- eeuwen bestond het land uit twee aparte gebiedjes die door de vorstelijke familie Von und zu Liechtenstein verworven werden. Toen deze gebiedjes in 1719 werden samengevoegd en verheven tot Rijksvorstendom, kreeg dit nieuwe territorium de naam van de familie.
Voorts is het moderne Liechtenstein ook bijna niet denkbaar zonder vorst Franz Josef II (1906-1989) die het land vanaf 1938 tot aan zijn dood in 1989 geregeerd heeft en daarmee xc3xa9xc3xa9n van de langst regerende vorsten van zijn tijd is geweest. Deze gemoedelijke en aimabele man was niet alleen een echte "Landesvater", maar ook een zeer geschikt en vooruitziend politicus die Liechtenstein tijdens de Tweede Wereldoorlog neutraal wist te houden en het toendertijd arme land daarna tot xc3xa9xc3xa9n van de rijkste landen ter wereld wist op te krikken.

Ridderordes

Ridderordes heb je in vele soorten en maten. De meest bekende zijn die welke als koninklijke onderscheidingen worden uitgereikt aan verdienstelijke burgers (de "lintjes"). Daarnaast zullen veel mensen ridderordes ook kennen uit films en boeken over de Middeleeuwen en de Kruistochten (bijv. de Tempeliers).

Veelkleurig
Daarnaast zijn er echter nog veel meer groeperingen en gunstbewijzen die als ridderorde kunnen worden aangemerkt, er uit voortkomen of er nauw mee verwant zijn. Hoewel ridderordes dus een kleurrijk, veelkleurig en tot de verbeelding sprekend fenomeen zijn, is er echter verbazend weinig serieuze, laat staan wetenschappelijke literatuur over, die inzicht en overzicht biedt.

Classificatie
Daarom heb ik een aantal jaren geleden zelf maar eens een klein onderzoekje gedaan en ben toen gekomen tot een zelf ontworpen classificatie van bijna alle soorten ridderordes en aanverwante fenomenen:

GEESTELIJKE RIDDERORDES

I. Onafhankelijk
I.1. Internationaal
I.2. Territoriaal beperkt

II. Afhankelijk van een Kroon

WERELDLIJKE RIDDERORDES

I. Democratisch gestructureerd

I.1. Riddergezelschappen gericht op eigen belangen
I.1.1. Kampfgemeinschaften
I.1.2. Schutzgemeinschaften

I.2. Riddergezelschappen gericht op vorming van de leden
I.2.1. Ridderbroederschappen
I.2.2. Toernooigezelschappen

II. Hixc3xabrarchisch gestructureerd

II.1. Ere-ordes

II.2. Clientele-ordes
II.2.1. Algemeen
II.2.2. Matigheidsgezelschappen
II.2.3. Tijdelijke ondernemingen

II.3. Hofordes

II.4. Huis- en Hofordes
II.4.1. Algemeen
II.4.2. Damesordes

II.5. Ridderlijke Verdienstordes
II.5.1. Algemeen
II.5.2. Militair
II.5.3. Civiel

II.6. Onderscheidingen
II.6.1. Algemeen
II.6.2. Kunst en Wetenschap
II.6.3. Handel, Industrie en Landbouw

III. Eretekens
III.1. Algemeen
III.2. Militair
III.3. Kunst en Wetenschap
III.4. Caritas/Hulpverlening
III.5. Herinneringsmedailles

<p

Uitgebreid overzicht
Aan de hand van deze classificatie heb ik ook een uitgebreider overzicht samengesteld met daarin de kenmerken van elke categorie en daaronder telkens een meer of minder complete lijst van de betreffende Europese ridderordes. Dit overzicht is alleen als tekstbestand beschikbaar, maar wie er in gexc3xafnteresseerd is, kan het op aanvraag toegezonden krijgen.

Historische ontwikkeling
Uit de classificatie blijkt dat elke periode van de Europese geschiedenis zijn eigen type ridderorde kende:

– In de 12e eeuw werden de geestelijke ridderordes opgericht waarin geeste- lijke idealen en ridderlijke vaardigheden nauw verbonden waren in de strijd tegen de oprukkende Islam.
(Voorbeelden: de Johannieter, later Maltezerorde en de Tempelorde)

– In de 14e en 15e eeuw waren er broederschappen van ridders, zowel ter cultivering van de eigen standseer, als ter verdediging tegen concurrenten of machtiger vorsten.

– Vanaf de 15e eeuw richten vorsten hofordes op om machtige edelen aan zich te binden in het kader van de vorming van nationale staten.
(Voorbeelden: de Orde van de Kousenband en de Orde van het Gulden Vlies)

– Vanaf de 17e eeuw kwamen daar verdienstordes bij ter beloning van trouwe dienaren van de vorst en van de staat.

– In de 19e eeuw kwamen daar tenslotte nog onderscheidingen en eretekens bij, waarmee ook gewone burgers beloond konden worden voor eenvoudiger verdiensten.
(Voorbeeld: de Orde van Oranje Nassau)

Links
www.chivalricorders.org
www.medals.org.uk
Afbeeldingen van ordes wereldwijd
Les Dxc3xa9corations