Jezelf zijn?!

Vorige week zondag ben ik weer naar het filosofisch cafxc3xa9 in hotel De Filosoof in Amsterdam geweest. Thema was deze keer "heeft secularisering nog toekomst?" maar zoals dat bij dit cafxc3xa9 meestal gaat, ging de discussie uiteindelijk meer over het verschil tussen geloven en niet geloven en tussen geloven en weten…

Verschuiving
Over de secularisering werd de Canadese historicus en filosoof Charles Taylor aangehaald, die zegt dat in de afgelopen 500 jaar er een verschuiving heeft plaatsgevonden van een samenleving waarin een gemeenschappelijk aanbeden God centraal stond, naar een samenleving waarin het individueel beleefde ‘zelf’ centraal staat.

Authentiek
Waar vroeger mensen hun identiteit ontleenden aan de (wereldlijke, maar vooral religieuze) gemeenschap waatoe zij behoorden, daar moeten we die tegenwoor- dig (in principe) aan onszelf ontlenen. In plaats van je te onderwerpen aan de rolmodellen die anderen voorschrijven, moet iedereen zijn eigen weg ontdekken en vormgeven.
Dit vanuit de gedachte dat iedereen een originele manier bezit om zichzelf, om authentiek te zijn. Deze opvatting komt vanuit het romantisch expressivisme van de late 18e eeuw, dat via individuele richtingen in het protestantisme teruggaat op de gnostiek.

Zelfexpressie
Zo jezelf zijn vereist dat je je eigen gedachten onder woorden brengt of op andere manieren uitdrukt, bijvoorbeeld in muziek of in grafische vormgeving. We zien dit de laatste jaren op steeds grotere schaal gebeuren: denk alleen al aan al die miljoenen mensen, onder wie ook ikzelf, die zich via een weblog presenteren, of aan alle filmpjes met de meest uiteenlopende vormen van zelfexpressie die je op YouTube (met de toepasselijke ondertitel Broadcast Yourself) kunt vinden…!

Twee kanten
Dit jezelf zijn heeft zowel positieve als negatieve kanten: positief is dat mensen hun leven meer zelf vormgeven, zelf initiatief en verantwoordelijkheid nemen en het daardoor meer als hun eigen leven ervaren.
Negatief is dat mensen zich soms niet goed weten te beheersen en hun eigen expressiviteit ten koste van anderen laten gaan. Denk aan hufterigheid, asociaal gedrag, criminaliteit, kortom het doorgeschoten individualisme.

Probleem
Louter "jezelf zijn", zoals in bijna elk tijdschrift wordt aanbevolen, is dus niet hele- maal voldoende. Niet iedereen is altijd op een even positieve manier zichzelf. Lang niet iedereen is uit zichzelf ook even creatief, fantasierijk of handig om er helemaal alleen iets leuks van te maken…

Conformisme
En daar biedt nu het schijnbare tegendeel van individualiteit uitkomst, namelijk conformisme, oftewel het nadoen van wat anderen doen. Want conformisme klinkt wel erg slaafs, maar het biedt ook de oplossing voor de net genoemde pro- blemen: mensen die een minder positieve persoonlijkheid hebben kunnen aan anderen zien hoe het wel moet en mensen die bijv. weinig fantasie hebben kun- nen bij anderen inspiratie opdoen!

Idolen
In de praktijk zien we dit ook overduidelijk terug in de modetrends die door de meeste mensen gevolgd worden, maar ook in de inspiratie en de voorbeelden die men zoekt bij idolen: bij stijliconen, popartiesten, acteurs en sporthelden.
De voorbeeldfunctie van zulke personen neemt soms zulke vormen aan, dat rust- ig gesproken kan worden van een verering die vergelijkbaar is met hoe mensen vroeger heiligen vereerden (compleet met bedevaarten en alle nodige memorabilia (souvenirs) van dien).

Omgekeerd
Zo zien we dat er feitelijk niet zo’n grote tegenstelling tussen gemeenschap en individu is, als de door Charles Taylor genoemde verschuiving suggereert. Ook moderne individuen die zichzelf willen zijn hebben anderen, hebben een groep nodig, of dat nu is ter inspiratie of ter correctie…
Wat wel veranderd is, is dat in vroeger eeuwen de gemeenschap voorop stond en pas daarna het individu kwam, terwijl nu het individu voorop staat en pas daarna de gemeenschap komt (zie daarover ook de eerdere logs ‘Westers individualisme‘ en ‘Individualisme vs. Gemeenschap‘).

19 gedachten over “Jezelf zijn?!

  1. Wat een gedoe over zo’n simpel vraagstuk toch…
    Je moet toch heel wat kunnen slikken als je maxima heet, knap dat zij zich nog zo staande weet te houden, dat alleen al is de titel koningin waard!

  2. Ik zou het zelf ook nog eens kunnen uitzoeken, maar het lijkt me meer iets voor jou: hoe zit dat met die titels voor leden van de familie Oranje. Valt dat niet gewoon onder het adelsrecht – iets dat we in Nederland nog wel hebben, maar dat in Duitsland bijvoorbeeld afgeschaft is – en hoe kan het dan dat er ad hoc beslist moet worden?

    Ik zou het logisch vinden om kinderen van prinsen die toestemming voor hun huwelijk gevraagd hebben en die dus in de lijn van de troonopvolging staan, ook prinsen te noemen en de rest niet: dus die van Constantijn wel en die van Friso niet. Maar ik begrijp dat we dan van staatsrechtelijke behoeftes uitgaan en niet van het adelsrecht dat immers van de afstamming binnen de familie uit moet gaan.

    Ach, een erfelijke monarchie zouden we nu niet meer uitvinden, maar als iets bestaat, moet je ook goede argumenten hebben het af te schaffen. Dat is altijd de zwakte van Republikeinen: dat ze niet kunnen aangeven waarom we een instelling die goed functioneert en die een grote legitimatie heeft, zouden moeten afschaffen. Jeremy Paxman, de bekende BBC-presentator van Newsnight, heeft net een boek over de Engelse monarchie geschreven, waar hij ook op de voordelen ingaat. Monarchieën zijn meestal een teken dat de historische ontwikkeling van een land geleidelijk verliep (op Spanje na, waar de koning overigens na Franco wel de grote steunbeer van een nieuwe, democratische orde is geworden – en die ook nog eens gered heeft).

  3. @ Jan Dirk Snel
    Ik bouw mijn antwoord even systematisch op, zodat ook wat minder historisch onderlegde lezers het kunnen volgen:

    Alle koninklijke families waren eens gewone adellijke families waarop de regels en gebruiken van de adel van toepassing waren. Maar in de 17e eeuw gingen de koningen van de grote Europese landen zich als absolute vorsten beschouwen, waarmee ze zichzelf verhieven boven de adel waar ze uit voortkwamen. Dit kwam o.m. tot uitdrukking in het alleen aan de koning (en de Rooms-Duits Keizer) toekomende recht om adeldom te verlenen.

    De regels voor het koninklijk huis kon de koning in theorie volledig zelf bepalen, maar in de praktijk, conservatief als die was, werden de gebruiken van de adel gevolgd. Betreffende regels van erfopvolging, huwelijken e.d. werden vastgelegd in de zogeheten huis- of familiewetten.

    De Oranjes zijn door de unieke constructie van de Republiek veel langer dan andere vorstenhuizen “adellijk” gebleven, maar toen ze in 1815 koning der Nederlanden werden, namen ze de gebruiken van de andere, voormalige absolute, Europese koningen over.

    Prins Willem van Oranje-Nassau, etc. etc. werd toen tevens koning der Nederlanden, zijn vrouw koningin en zijn kinderen werden prins(ess)en der Nederlanden. Deze titels zijn sindsdien voorbehouden aan de leden van het “koninklijk huis” in staatsrechtelijke zin, dus voorzover dat door het Nederlandse staatsrecht geregeld wordt.

    Daarbij werden aanvankelijk gewoon de aloude regels voor adellijke en koninklijke erfopvolging (bij mannelijke eerstgeboorte e.d.) gevolgd, maar toen koning Willem III geen mannelijke nakomelingen meer had, moest wettelijk geregeld worden dat alle titels via de vrouwelijke lijn zouden overgaan en ook welke titels en wapens eventuele kinderen zouden krijgen. Dit is herhaald bij de huwelijken van Juliana en Beatrix.

    Daardoor is het min of meer gebruikelijk geworden om bij elke familierechtelijke gelegenheid ad hoc per wet of koninklijk besluit te bepalen welke titels en wapens van toepassing zijn. Dit bleek wel zo handig in tijden dat tradities minder vanzelfsprekend en meer omstreden werden…

    Toen Beatrix voor het eerst sinds 3 generaties weer zonen kreeg, had men weer de oude regelingen kunnen toepassen, dus zo dat namen, titels en wapens automatisch via de mannelijke lijn vererven. Precies zoals de hoofdregel is voor alle Nederlandse burgers.

    Om allerlei nooit bevredigend toegelichte redenen heeft ‘men’ echter vastgehou- den aan de ad hoc-methode en wordt dus bij elk huwelijk opnieuw bekeken en bepaald welke namen, titels en wapens de huwelijkspartner en de eventuele kinderen krijgen.

    Deze methode is nu zelfs vastgelegd in de nieuwe Wet lidmaatschap koninklijk huis van 2002, waarin o.a. staat dat zowel de titels prins(es) der Nederlanden, als prins(es) van Oranje-Nassau bij koninklijk besluit uitsluitend verleend kan worden aan leden van het koninklijk huis in staatsrechtelijke zin.

    Wat betreft de titel prins(es) der Nederlanden is dat niet zo heel erg, aangezien die verbonden is aan de staatsrechtelijke lijn van troonopvolging.
    Wel echter voor de titel prins(es) van Oranje-Nassau, want dat is de adellijke titel van een geslacht dat veel ouder is dan het koninkrijk der Nederlanden. Zo’n titel moet niet afhankelijk gemaakt worden van toevallige politieke opportuniteit…

    Dit alles betekent dus dat tegenwoordig de zaken van het koninklijk huis inhoudelijk niet of nauwelijks meer door een wet voorgeschreven worden, maar net zo willekeurig geregeld kunnen worden als in de absolute monarchiën van het Ancien Régime het geval was!

    Maar waar men toen zoveel mogelijk de aloude tradities in acht nam, trekt men zich daar tegenwoordig in Nederland niets meer van aan, met als gevolg de hierboven genoemde eigenmachtige en compleet tegen de traditie ingaande titulatuur (en dito familiewapens)…

    De publieke opinie is dit staaltje willekeur bijna volledig ontgaan, maar deskun- digen bij het eerbiedwaardige Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde (KNGGW) niet en ook in de Tweede Kamer zijn er de nodige vragen over gesteld… maar een bevredigend antwoord van de regering kwam er niet op…

  4. Een andere traditie die met voeten getreden wordt, is de gewoonte dat adel overerfbaar is via de mannelijke lijn alleen. Dat dat tot gevolg kan hebben dat, bij teruglopende geboortecijfers, families uitsterven, is onvermijdelijk en niets nieuws. Al eeuwen lang verdwijnen adelijke families en komen er nieuwe bij.
    Inmiddels is dit deel van het recht aangepast, maar als deze traditie niet meer van belang is, hoe zit dat dan met die andere traditie (die van adel xfcberhaupt)?

  5. Bedankt voor de uitleg. Maar als de titel althans in Nederland – natuurlijk niet bij de Hohenzollerns die ook prinsen van Oranje-Nassau zijn sinds de verdeling van de erfenis van de 1702 overleden Willem III – in 1890 uitgestorven is, is het toch niet zo gek dat de titel volkomen verstaatstrechtelijkt is. Waarom zou men dan bij de zonen van Beatrix terug moeten keren naar een regel, die toch al drie generaties niet meer gewerkt had? Het is dan toch handiger om deze titels alleen in relatie tot de functie nog te gebruiken?

  6. @ Robert:
    Inderdaad is de hoofdregel dat adeldom en adellijke titels vererven volgens de mannelijke lijn. In de middeleeuwen leidde dat er ook toe, dat adellijke bezittingen en heerschappijen in handen van andere families konden komen, als er bij gebrek aan mannelijke nakomelingen alleen nog huwbare dochters waren…

    Vanaf de 16e eeuw werd dit echter steeds meer in strijd geacht met het belang van de zorgvuldig opgebouwde staat en werden er regelingen getroffen om de troon en bijbehorende titels ook via vrouwelijke lijn te laten vererven.
    Dit staatsbelang is ook in Nederland de reden geweest om de titels in vrouwelijke lijn te laten overgaan.

    De gewone adel kan echter nog steeds alleen via de mannelijke lijn overgaan, waardoor uitsterving op de loer ligt, in elk geval van individuele geslachten.
    Nieuwe adel wil men er in Nederland niet meer bijhebben, want verheffing in de adelstand is louter nog mogelijk voor nieuwe leden van het koninklijk huis.

    Met datzelfde doel voor ogen heeft de wetgever echter bovendien nog bepaald dat adellijke titels niet in vrouwelijk lijn mogen vererven, terwijl ouders er tegenwoordig wel voor kunnen kiezen om hun kinderen de familienaam van de moeder te geven.
    Voor de getitelde adel betekent dat, dat een adellijke moeder haar kinderen wel haar naam kan meegeven, maar niet haar titel!

    @ Jan Dirk Snel:
    Het lijkt er inderdaad op dat men dus niet alleen de titel prins der Nederlanden, maar ook die van prins van Oranje-Nassau etc etc volledig staatsrechtelijk heeft gemaakt.

    Wat prins der Nederlanden betreft was dat altijd al zo, maar voor de titel prins van Oranje-Nassau (en de hele sleep titels daar achteraan) is dat niet juist: die titel heeft niets meer met de huidige Nederlandse staat te maken dan het feit dat de prinsen van dat geslacht “toevallig” koning der Nederlanden zijn geworden.

    Een koningschap dat ze ook weer zouden kunnen kwijtraken, waarna ze gewoon weer prinsen van Oranje-Nassau zouden moeten zijn.

    Dit onderscheid tussen het oorspronkelijke geslacht en het verworven koning- schap is in Nederland veel sterker dan bij andere koningshuizen. Mede daarom had dat onderscheid juist niet weggepoetst, maar in ere gehouden moeten worden. Om aan te geven dat het Oranjehuis niet zo met de staat versmolten is als dat in andere landen vanuit de absolute monarchiën wel het geval is…

    Men heeft ook in Nederland de titel prins van Oranje-Nassau altijd bewust gekoesterd vanwege de band met het verleden en met name met de illustere Willem van Oranje. Zelfs heeft men in 1983 nog de titel Prins van Oranje ingevoerd als persoonlijke titel voor de troonopvolger.

    Tot slot: alle besluiten die tussen Willem III en Beatrix genomen werden, hadden tot doel de betreffende titels in vrouwelijke lijn te laten overgaan om ze niet te laten uitsterven.

    Dat maakt het des te triester, dat juist nu de vererving weer in volgens de normale mannelijke lijn mogelijk is, men het afhankelijk heeft gemaakt van de toevallige politieke opportuniteit…

    (zie ook het wikipedia-artikel Prins van Oranje-Nassau)

  7. Ik vind dit punt op zich interessant, maar een discussie niet waard. De monarchie is een instituut dat met de tijd mee moet gaan (hierbij quote ik W.A.). In deze tijd is het te zot voor woorden dat er nog steeds een verschil tussen mannetje – vrouwtje blijkt te zijn, terwijl wij zo plat gaan op onze moderne cultuur.

    Om een lang verhaal kort te maken; Maxima mag van mij de titel van koningin gaan dragen, net als dat de toekomstige echtgenoot van Alexia de titel koning mag dragen.

  8. Toch snap ik je bezwaren nog niet. De titels blijven toch gehandhaafd? Alleen krijgt niet iedereen ze mee.

    En als deze familie niet koninklijke status had gekregen, dan was de titel prins van Oranje-Nassau in deze lijn toch gewoon in 1890 uitgestorven? Dan was Willem-Alexander een Von Amsberg geweest en zijn broers ook.

    Maar nu de titels kunstmatig bewaard zijn, is het toch niet zo erg om ze een beetje functioneel te houden?

  9. @ Tijn
    Koning zal de toekomstige echtgenoot van Amalia zeker niet worden, want die titel is voorbehouden aan het staatshoofd…
    De monarchie is zelfs haar tijd vooruit geweest: wij hadden immers al een vrouw op de troon toen de vrouwenemancipatie nog nauwelijks bestond…

    @ Jan Dirk Snel
    Mijn bezwaar is tweeëerlei:

    1. Dat betreffende titels alleen nog maar ad hoc kunnen worden toegekend, omdat dat in strijd is met de aard van familienamen, adeldom en adellijke titels (een ad hoc-regeling zou alleen toelaatbaar zijn voorzover dat nodig is om de naam en titel (op grond van het historische belang) in stand te houden en door te geven).

    2. Dat men deze toekenningsvrijheid ook inhoudelijk gebruikt op een manier die geheel tegen de regels van het naam- en adelsrecht ingaat, aangezien:
    – de titel van Oranje-Nassau nu niet meer wordt toegekend, zoals dat op grond van het normale familie- en adelsrecht zou moeten;
    – men voor de kinderen van Constantijn en Friso de titel prins in graaf heeft veranderd. Dat is niet alleen een onwaardige rangverlanging, maar heeft ook geen enkele historische grond en bovendien vallen die kinderen met hun graventitel wel onder het Nederlandse adelsrecht, waardoor we nu dus slechts ad-hoc prinsen der Nederlanden en ad-hoc prinsen van Oranje-Nassau, maar wel erfelijke graven van Oranje-Nassau hebben…

  10. Tja,
    ik ben van mening dat de rol van koningin je daar geen ‘profieleigenschappen’ voor kunt hebben…
    Ik denk dat je bepaalde talenten moet bezitten (of daaraan kunnen werken om ze uit te doen komen) om je aan te passen als de functie van koningin…
    En of Maxima daaraan voldoet? Ik geloof het wel… ze komt iig over als een zekere, welbewuste vrouw!

  11. Heb je Sources of the Self – The Making of the Modern Identity van Taylor wel eens gelezen? Ik moet bekennen dat ik zelf wel zo’n 150 bladzijden gelezen heb en gericht wel eens gedeelten gebruikt heb, maar het is een heel rijk boek. Taylor staat bekend als een communitarist, dus als een denker die juist op zoek is naar belevingen van gemeenschap. Hij is trouwens ook katholiek en verwijst voor zijn hoop in de laatste alinea’s naar de joods-christelijke traditie. Maar daar heeft hij het in andere boeken dan weer systematisch over. Een zeer origineel en zelfstandig denker overigens.

  12. Toch wel de moeite waard om eens naar een filosofisch cafe te gaan als ik hoor wat de onderwerpen allemaal zijn. Leuk om deel te nemen aan de discussie lijkt me, maar aan de andere kant wilde ik dat ook eens een ker doen en toen bleken de meesten niet te kunnen communiceren en kletsen (schreeuwden) maar wat door elkaar heen. Gemengd gevoel dus, maar als jij je ei erin kwijt kan en het is nog boeiend ook… het onderwerp geloof heb ik nu al heel vaak besproken met mensen, het enige wat ik weet is dat je er niet uitkomt. 😉

  13. @ Jan Dirk Snel
    Dat boek van Taylor heb ik nog niet gelezen, maar het staat iig wel op m’n leeslijstje.

    @ Luckything
    Ja is goed, ik schrijf ook altijd veel te lang en veel te laat 😉

    @ Pasula
    Deelnemers moeten idd wel proberen fatsoenlijk en respectvol te discussieren ja, anders wordt het helemaal nix…
    Bij dit filosofisch cafe zie je dat het vaak wat chaotisch begint en dat pas als de organisator aanhaalt wat enkele bekende filosofen over het betreffende onderwerp geschreven hebben, er meteen een stuk meer structuur en helderheid komt…

  14. Inderdaad lijkt er weinig verschil tussen het gemeenschapsbestaan en het individuele bestaan te zijn. Mensen blijven toch kuddedieren denk ik. Plus dat je je als individu alleen maar kunt onderscheiden als er mensen zijn waarvan je je kunt onderscheiden, dus heb je daar toch ook weer een gemeenschap voor nodig.

    En ben je als ‘ik’ wie je bent of kies je wie je wilt zijn? En kies je dan jezelf of maak je een soort imago/karakter van jezelf? Individualisatie heeft in ieder geval wel een bewustzijn opgeleverd dat niet bestond in de gemeenschapstijd. Misschien bestaat er uberhaupt geen ‘ik’…? (zie http://www.nickgroen.nl/blognote/pivot/entry.php?id=38#comm) 🙂

  15. Bij ieder mens is er sprake van een combinatie van individualiteit en conformering, geen enkel enigszins normaal mens is louter uniek of louter geconformeed.
    Het hangt dan van de persoon en van de omgeving af, in hoeverre er sprake is van wat meer individualiteit, danwel van wat meer conformering…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s